Audi ensceneert Loevendie en Monteverdi met grote dramatische zuiverheid; Mythische verhalen van noodlot en strijd

Voorstelling: Gassir van T. Loevendie en Il combattimento di Tancredi e Clorinda van C. Monteverdi (instr. L. Berio) door de Nederlandse Opera en Asko Ensemble o.l.v. David Porcelijn. Met in Gassir: Claron McFaddon, Robert Poulton, Roger Smeets, Christopher Gillett, Timothy Wilson en Lieuwe Visser; in Combattimento: Lorna Anderson, Maarten Koningsberger en Adrian Martin. Decor: Jannis Kounellis; ontwerp en kostuums: Chloe Obolensky; reg: Pierre Audi. Gezien: 3-6 Amsterdam Studio's Duivendrecht. Herhalingen: 4, 5, 6, 7, 8-6.

Na de zes uitverkochte voorstellingen in het Holland Festival door de Nederlandse Opera van Theo Loevendie's Gassir - vorige maand in premiere gegaan in Boston - zullen zo'n 1250 toeschouwers op twee continenten het drie kwartier durende stuk hebben gezien. Als men al die bezoekers in een keer in het Muziektheater zou plaatsen, zouden er nog zo'n vierhonderd lege stoelen zijn. Er moeten dus wel heel goede redenen zijn om Gassir, nu gevolgd door Monteverdi's Il combattimento di Tancredi e Clorinda, voor telkens slechts tweehonderd toeschouwers te spelen in een hal van de Amsterdam Studio's in Duivendrecht, het voormalige Hollandse Hollywood. En al zou men het publiek graag gunnen er in grotere getale kennis van te nemen, de sobere, indrukwekkende enscenering van Pierre Audi, de artistiek leider van de Nederlandse Opera, blijkt inderdaad een goede red vanwege de sterke werking van de beslotenheid van die hal. Er staat een tribune, de musici van het Asko Ensemble zitten rechts terzijde, de speelvloer is bedekt met bruin gravel. Meer past ook niet in die hal, behalve dan die ene kei, die voor een visueel centrum zorgt. Rondom staan ongeverfde houten schotten en tegenover het publiek hangt een immense loden wand, een deel van het decor dat Jannis Kounellis ontwierp voor de dubbelproktie Die gluckliche Hand - Neither, die Audi eerder dit seizoen regisseerde. Dat soort recycling komt voort uit de eerlijke sfeer van spaarzaamheid, toewijding en concentratie die ook al sprak uit Audi's eerste enscenering dit seizoen: Il Ritorno d'Ulisse in Patria van Monteverdi. Wat Audi brengt is zoiets als 'opera povera' en de magie van dit 'theater van de stilte'

bewijst zichzelf als, al ver voor de voorstelling begint, het publiek vanzelf geheel stil wordt en zelfs niet meer durft te fluister. Ook nu bewerkt Audi met diezelfde pure en elementaire middelen als hij eerder toepaste (ruimte, een paar stokken, rook en vuur) een fascinerende dubbelvoorstelling van een grote dramatische zuiverheid. Wie Audi's eerdere voorstellingen zag zal niet verrast zijn, maar wel verbaasd dat men er niet op uitgekeken raakt. Met Gassir en Il combattimento vertelt Audi twee mythische verhalen over de jammerlijke noodlottigheid waarmee mensen strijd voeren tegen elkaar. Hij doet dat in deze'vertellingen van liefde en dood' met een eenvoud en vanzelfsprekendheid die maximaal recht doen aan hun innerlijke moraliserende dramatiek - in beide stukken treedt een verteller op - en aan de eigen werking van de muziek van Loevendie en Monteverdi. Loevendie baseerde zijn Gassir op een Arabisch - Afrikaans volksverhaal over het stamhoofd Gassir die de geschiedenis wil ingaan als een oorlogsheld, maar door een priesteres wordt vermaand dat hij beter eeuwige rem kan verwerven door zijn ziel te leggen in kunst. Tenslotte zingt Gassir dan zijn lied op de luit en het is een treurzang (My lute awake! van Thomas Wyatt) die niet alleen hemzelf maar ook zijn drie zonen vereeuwigt, gesneuveld op het slagveld. Monteverdi's Il combattimento di Tancredi en Clorinda vertelt het verhaal van Torquato Tasso over Tancredi en Clorinda, twee geharnaste gelieven die - onwetend wie de ander is - elkaar bevechten tot Clorinda gewond raakt en stervend tot Tancrdi zegt: “De hemel opent zich, ik ga in vrede”. In zijn muziek schildert Loevendie een kleurrijk en in expressie en ritme heel gevarieerd klankdecor bij het verhaal van Gassir: exotisch, lyrisch, stemmig, kwinkelerend breekbaar. In de scene met het waarzeggersritueel van de priesteres verdicht de muziek zich zelfs tot monumentale proporties. In die voortdurend van karakter wisselende muziek weet de inventieve Loevendie telkens rechtstreekse stijlcitaten te vermijden en daarmee koij - net als eerder in het sprookje De nachtegaal en zijn opera Naima - tot een herkenbaar persoonlijk idioom.

De uitvoering door het Asko Ensemble en de zangers gebeurt onder leiding van David Porcelijn in beide stukken met grote inzet en overtuigingskracht. In Gassir vertolkt Robert Poulton de titelrol met een intensiteit die recht doet aan zijn onbuigzame halstarrigheid, ook in zijn beleving van het leed dat dat hem treft. Claron McFaddon heeft hier een opvallerol als de extatische zieneres met onwaarschijnlijk hoge, staalharde coloratuurnoten. In Il combattimento, door Adrian Martin als verteller met enorme betrokkenheid gezongen, leveren Maarten Koningsberger (Tancredi) en Lorna Anderson (Clorinda) in hun loodzwaar ogende harnassen een kletterend gevecht dat op gruwelijke wijze de tragiek ervan uitbeeldt: ze bestoken elkaar met tal van wapens en vallen dan lkens weer wankelend van vermoeidheid tegen elkaar aan. Ze zijn tegelijkertijd gelieven die elkaar bevechten tot de dood er op volgt en vechters die elkaar wankelend omarmen en steunen met liefde.