Anarchie bedreigt voedselhulp Ethiopie

ADDIS ABEBA, 4 JUNI. De Verenigde Naties hebben gisteren in de Ethiopische hoofdstad een oproep gedaan aan alle strijdende partijen om vlig doorgang te verlenen aan voedselkonvooien. In Oost- en Zuidwest-Ethiopie verslechtert iedere dag de voedselsituatie. Bandieten en rebellen vallen hulpverleners aan, plunderen voedselopslagplaatsen en stelen auto's.

Ten minste zeven miljoen mensen in het land zijn afhankelijk van voedselhulp. In de oostelijke regio Hararghe zijn 800.000 Somalische vluchtelingen sinds tien dagen afgesloten van iedere voedselhulp. Exacte cijfers ontbreken maar het vermoeden bestaat dat iedere dahonderden hongerigen sterven. De vierhonderdduizend Zuidsoedanese vluchtelingen in het zuidwesten dolen rond in Ethiopie of trekken terug naar hun vaderland. Zij zijn al een maand afgesneden van iedere hulp. Geen enkele hulpinstelling is er sinds de machtovername vorige week in geslaagd de voedseloperatie in het oosten en westen te hervatten. Op een persconferentie in Addis Abeba gaven vier hoge VN-functionarissen informatie over de gewapende anarchie in grote delen van het land. De Ethiopische VN-medewerker Hailu Tefere werd vrijdagmiddag in Harar door een losgeslagen menigte uit het Rashotel gesleurd en doodgeschoten.

Tijdens hetzelfde incident ontvoerden betogers vier andere VN-medewerkers, die waren beschuldigd van collaboratie met de nieuwe machthebbers. Op verscheidene andere plaatsen in Oostethiopie namen bandieten een tiental VN-medewerkers gevangen, talrijke vrachtwagens werden gestolen en ten minste een voedselopslagplaats geplunderd. Uit radiocontact met het oosten maken hulpverleners op dat bandieten, betogers samen met ex-regeringssoldaten en strijders van het Oromo Bevrijdingsfront (OLF) de hoofdschuldigen zijn. Het OLF, actief onder de grootste Ethiopische bevolkingsgroep de Oromo, bestaat uit twee facties.

De islamitische factie in het oosten gedraagt zich als louter boeven terwijl de christelijke factie in het zuidwesten een vom van organisatie kent. De oostelijke steden Dire Dawa en Harar zijn inmiddels onder controle van het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksfront (EPRDF), de beweging die ook in de hoofdstad Addis Abeba de macht uitoefent. Het EPRDF zegde vorige week al zijn medewerking toe voor de hulpoperatie. Jijiga was vorige week kortstondig in handen van het OLF maar inmiddels zouden EPRDF-strijders onderweg zijn naar de stad.

Plunder In het zuidwesten is vermoedelijk op nog veel grotere schaal geplunderd. De schuldigen zijn het OLF en de Soedanese guerrilla-organisatie het SPLA, dat ond de vorige regering vanaf Ethiopisch grondgebied mocht opereren. Alleen al in een vluchtelingenkamp verdwenen vijftig voertuigen waaronder vrachtauto's met aanhangwagens. Het probleem voor de hulpverleners hier is dat zij eerst toestemming moeten verkrijgen van het EPRDF en vervolgens van het OLF dat in de zuidwestelijke stad Gambela heerst. Roger Teck, het hoofd van Artsen zonder Grenzen in Addis Abeba zei gisteren: “Vermoedelijk heeft het EPRDF in de laatstdagen onderhandeld met het OLF over hulp voor de Zuidsoedanezen. Verder zullen we zelf ook contact moeten opnemen met het OLF ter plaatse”. In het zuiden van het land heersen eveneens in enkele gebieden honger en gewapende anarchie, hier veroorzaakt door tienduizenden vluchtende ex-regeringssoldaten. De gedisciplineerde EPRDF-strijders blijken te gering in aantal om in korte tijd op al deze plaatsen de orde te herstellen. Hoewel het grootste aantal hon(H)gerslachtoffers zich in de noordelijk provincies Eritrea, Wollo en Tigray bevindt is daar de situatie minder dramatisch. In deze voormalige rebellengebieden bestaat orde en druppelsgewijs bereikte in de afgelopen dagen ten minste enige voedselhulp deze regio's. Naast de veiligheidsproblemen zien de hulpverleners zich geconfronteerd met problemen als een tekort aan Ethiopisch geld omdat de banken een week geleden hun deuren sloten. Bovendien ligt te weinig voedselhulp in de havenstad Asab opgeslagenerder dreigt er een energiecrisis, in Addis Abeba zou nog slechts voor enkele dagen benzine zijn. De weg van Asab naar de hoofdstad Addis Abeba waarover benzine wordt aangevoerd blijft gesloten door aanvallen van bandieten. De speciale afgevaardigde van de VN in Ethiopie, Timothy Painter, werd gisteren in grote verlegenheid gebracht door vragen van journalisten over de status van de VN-operatie in het land. Twee weken geleden besloot de VN alle behalve de meest essentiele ste evacueren. Dat lukte niet voordat de luchthaven vorige week werd gesloten. Nu de situatie in Addis Abeba stabieler wordt blijft het bevel voor onmiddellijke evacuatie, genomen in het hoofdkantoor van New York, gelden. Terwijl alle ander hulpinstellingen driftig bezig zijn de activiteiten op te starten, trekt de VN haar medewerkers terug uit het veld. Glen Dunckley van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) zat gisteren in Addis Abeba achter ziureau. “Maar officieel zijn we dicht en zal ik het land verlaten zodra de luchthaven weer opengaat”, vertelde hij. “U moet in New York vragen wanneer ons kantoor zijn deuren heropent.” Het hoofd van een particuliere hulporganisatie zei snierend: “Niemand begrijpt wat die VN-jongens nu doen. Timothy Painter kan de bevelen van VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar niet negeren. Hj ziet zich geconfronteerd met een grote os in New York”.