Amnesty klaagt Peking opnieuw aan

ROTTERDAM, 4 JUNI. De Volksrepubliek China gaat door met langdurige celstraffen voor tegenstanders van het bewind, zo zegt de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een vandaag verschenen rapport. Het is twee jaar geleden dat het Chinese leger met geweld een einde maakte aan de democratische lente in China.

Peking treedt tegenwoordig voo op tegen minder bekende dissidenten, die gevangenisstraffen van tien tot twintig jaar krijgen alleen omdat zij zich in een toespraak in het openbaar voor democratische hervormingen uitspreken. In de golf van onderdrukking die volgde op het neerslaan van de democratiseringsbeweging twee jaar geleden zijn meer dan duizend mensen gevangengenomen. In het rapport van Amnesty wordt een lijst met bijzonderheden gegeven over meer d300 veroordeelde activisten. De kritiek van de internationale gemeenschap op China's schendingen van mensenrechten verstomt, klaagt Amnesty, maar de schendingen van de rechten van de mens gaan onveranderd door. Betogers zitten vaak maandenlang opgesloten voordat er een aanklacht wordt ingediend.

Duizenden bevinden zich waarschijnlijk nog in gevangenissen zonder dat men weet waar zij verblijven. De processen zelf voldoen niet aan internationale richtlijnen. Beklgden kunnen vaak niet zelf hun advocaat kiezen en krijgen niet genoeg tijd om hun verdediging voor te bereiden.

Vaak zijn de vonnissen al op voorhand geveld. De golf van onderdrukking treft volgens Amnesty ook duizenden nationalisten in China. Tweehonderd van hen bevinden zich nog steeds in gevangenschap in Peking. In 1990 zijn meer dan 30 katholieke bisschoppen, priesters en leken gearresteerd nadat zij een niet-officiele conferentie bezochten.