Weinig ontroering in lawaaiige Straat

Voorstelling: Straat, van Jim Cartwright, door RO-Theater. Vertaling: Jules Deelder. Spelers: Hubert Fermin, Stefan de Walle, Paul R. Kooij, Leonoor Pauw, Lieke-Rosa Altink, Pleuni Touw, e.a. Decor: Paul Gallis. Regie: Jos Thie en Antoine Uitdehaag. Gezien: 2-6 in de Rotterdamse Schouwburg. Aldaar t-m 15-6.

Straat, de afscheidsproduktie van Jos Thie en Antoine Uitdehaag bij het RO-Theater, was al bijna halverwege de tweede helft, toen ik me opeens realiseerde dat ik het stuk al eens eerder had gezien - bewerkt tot een huiveringwekkend realistische tv-film bij de BBC over de verpaupering in het noden van Engeland onder het Thatcher-bewind. Dat die herkenning pas zo laat tot me doordrong, heeft alles te maken met wat me tot dusver was voorgetoverd: een verzameling karikaturale volkstypes, die elkaar uitschelden voor kuttekop en paardelul, hun drank direct uit de fles drinken, elke avond ladderzat eindigen, hun sex uitsluitend dierlijk bedrijven en allemaal in de steun lopen.

“Jij komt straks strolazarus in je eigen kots te leggen!” riepen ze tegen elkaar. En: “Ik ben zo geil als een rol keukenzeil!” Als ik het volk was, zou ik me door zoveel chargering beledigd hebben gevoeld.

En dat alles speelde zich, paradoxaal genoeg, af in een hyperrealistische omgeving, gecreeerd door decorontwerper Paul Gallis en het meesterschap van de technische RO-ploeg. Waar eens de zaal was van de Rotterdamse Schouwburg, is een afgetrapte straathoek geschapen met bedrieglijk echte gevels, een door nieuwbouw opgevuld gat, bouwsteigers, half afgeschede affiches, verroeste balkonnetjes, een kaal boompje en ramen waarachter zich werkelijk kamers vol leven bevinden. Af en toe schuift een Marokkaanse vrouw schuchter de vitrage opzij om naar buiten te kijken, en drie keer komt er een feeeriek verlichte hijskraan (hoe Rotterdams!) in beweging. Het eerste half uur staan wij, het publiek, in dat straatje gentrigeerd om ons heen te kijken. Daarna mogen we plaats nemen op een tribune die - opnieuw zo'n staaltje van speelsernuft - op majestueuze wijze tevoorschijn komt. Ze kunnen er wat van, daar in de schouwburg.

Maar toen ik de intrinsieke kwaliteit van het stuk van Cartwright nog niet had ontdekt, ergerde ik me aan alle loze krachtpatserij.

Excellent en met bewonderenswaardige inzet gespeeld door negen acteurs in talloze dubbelrollen, voorbeeldig in spierballentaal vertaald door Jules Deelder, maar wat gebeurde hier nou eigenlijk? Nie veel, er werden wat onsamenhangende tafereeltjes vertoond zonder dramatische voortgang. En als schaamlap voor alle vaardig geensceneerde kluchtigheid was er bij vlagen een heftig gedateerd stukje sociaal-realisme: “Hoe bezorgen wij onze kinderen een betere toekomst?”

Tot die sobere, indringende BBC-verfilming me voor ogen kwam, waarin het stuk tot de helft was ingekort en heel wat overbodige personages dus waren geschrapt. Waar waren dan de scenes gebleven, die destijds zoveel indruk op me hadden gemaakt? Plotseling herinnede ik me ze weer; ze waren door Thie en Uitdehaag ver weg, achter een raam, geplaatst. Een van die ramen was zelfs smerig of beslagen of beide geweest, zodat de spelers nauwelijks meer te zien waren geweest. Het lawaai stond voorop, de ontroering bleef weggestopt. Geen wonder dat het laatste tafereel, met de vier desolate jongelui aan het eind van hun zaterdagavonduitje, nu ook niet meer de vereiste ontreddering teweeg bracht. Niet omdat het niet goed werd gespeeld (integendeel), mar omdat die hunkering naar een betere wereld alleen kan overtuigen als het huidige bestaan in al zijn gruwelijkheid overtuigend ten tonele is gevoerd.

Thie en Uitdehaag zijn tot en met hun laatste voorstelling consequent gebleven aan hun uitgangspunt voor het RO-Theater: toegankelijk theater voor een breed publiek. Ze zijn er regelmatig in geslaagd dat te produceren. Maar een andere constante in hun werk is, dat het evenement soms de voorrang kreeg bov het drama.