Wapenverdrag: nieuw geschil doemt op; Na onenigheid over militair materieel straks onenigheid over landstrijdkrachten

HET AKKOORD ter beperking van de conventionele bewapening in Europa (CFE), dat op 19 november van het vorige Jaar in Parijs werd getekend, bracht de eerste grootschalige reductie van de omvang van de 'gewone' bewapening in Europa.

NAVO en Warschaupact spraken af elk niet meer dan 20.000 tanks, 20.000 stuks artillerie, 30.000 panstergevechtsvoertuigen 6.800 gevechtsvliegtuigen en 2.000 aanvalshelikopters te hebben. In de tijd van drie jaar en vier maanden vanaf het moment van inwerkingtreding moest dat niveau zijn bereikt. Het was reden om in Parijs de champagneglazen te heffen.

Al vrij snel na de ondertekening van het akkoord door de staatshoofden en regeringsleiders van de 22 landen van NAVO en Warschaupact bleek dat de militaire top in de Sovjet-Unie niet erg gelukkig was met de bereikte overeenstemming. Onderdeel van het verdrag was namelijk ook dat ieder land afzonderlijk maximaal 13.300 tanks, 13.700 stuks artilllerie, 20.000 pantsergevechtsvoertuigen, 5.150 gevechtsvliegtuigen en 1500 aanvalshelikopters zou mogen hebben. Voor het Sovjetleger betekende de afspraak van Parijs dat toch wel een zeer diep ingrijpende reductie, aangezien de afgesproken maatregelen hun niet alleen van veel materieel beroofden, maar ook een definitief einde maakten aan het conventionele overwicht van de Sovjet-Unie in Europa.

Om de last wat dragelijker te maken, ging het Sovjet-leger ertoe over drie pantserinfanteriedivisies (met 3500 tanks en gepantserde personeelsvoertuigen) bij de landmacht weg te halen om ze onder te brengen bij de marine, die buiten de Parijse afspraken was gehouden.

Een ander, klein gedeelte van het te reduceren materieel, waaronder ook pantservoertuigen, werd onder de strategische defensie gebracht met als motief dat kernraketten toch ook bewaakt dienen te worden.

De NAVO-landen vonden deze wijze van opereren uiterst dubieus. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker weigerde het CFE-akkoord ter ratificatie voor te leggen aan de Senaat.

Secretaris-generaal Worner van de NAVO verklaarde dat er op deze wijze geen zaken konden worden gedaan. De verdragsorganisatie weigerde ook met voorstellen te komen voor een vervolg op het CFE-akkoord, als niet eerst overeenstemming zou zijn bereikt over de interpretatie van de akkoorden van Parijs.

Daarop ontspon zich een uitgebreide gedachtenwisseling tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, soms in de vorm van ontmoetingen tussen de ministers van buitenlandse zaken Baker en Bessmertnych, dan weer in de vorm van briefwisselingen tussen de presidenten Bush en Gorbatsjov, waarin voorzichtige pogingen werden gedaan de bestaande meningsverschillen uit de weg te ruimen. Toen Sovjet-generaal Moisejev vorige maand naar Washington kwam voor uitvoerige onderhandelingen met het Amerikaanse ministerie van defensie kreeg men de indruk dat Moskou bereid was tot een daadwerkelijke oplossing van het interpretatievraagstuk. Amerikaanse functionarissen noemden het veelbetekenend dat Moskou een van de hoogste militairen stuurde om over CFE te praten, omdat juist in het leger de grootste bezwaren tegen het akkoord leefden. Als Moisejev akkoord zou gaan, dan zou de rest van de Sovjet-legertop zeker volgen, aldus de redenering.

President Bush liet zich na een ontmoeting met de generaal buitengewoon hoopvol uit en het wachten was toen op het definitieve groene licht van Moskou.

In de marge van de ondertekening van het Angolese vredesakkoord, afgelopen weekeinde, heeft Sovjet-minister Bessmertnych de Amerikanen zijn laatste concessies gedaan. Over de inhoud van het in Lissabon bereikte akkoord is niets bekend gemaakt. Het betreft ook slechts een mondelinge overeenstemming. De Amerikaanse ambassadeur bij de CFE-besprekingen in Wenen, Woolsey, reist vandaag naar Moskou om op papier te zetten wat Baker en Bessmertnych hebben afgesproken. Wel heeft de Amerikaanse regering al haar bondgenoten schriftelijk op de hoogte gebracht van de bereikte overeenstemming.

In de talrijke contacten van de afgelopen maanden hadden Amerikanen en Russen al overeenstemming bereikt over het feit dat de tanks en de artillerie die de Sovjet-Unie naar de marine had doorgeschoven wel degelijk zullen meetellen onder het CFE-akkoord. Het laatste struikelblok was de kwestie van de pantservoertuigen van de marine-infanterie. Een anonieme Amerikaanse bron onthulde dit weekeinde dat de Sovjet-Unie deze voertuigen zodanig zal modificeren dat hun transportcapaciteit wordt beperkt. Dat heeft tot gevolg dat deze voertuigen niet vernietigd hoeven te worden, aangezien ze na die veranderingen niet meer vallen onder de zeer precies geformuleerde definities van het CFE-verdrag. Daarmee is voldaan aan de Westerse eis dat het CFE-akkoord naar de letter wordt nageleefd en pogingen van Moskou om het akkoord van Parijs te wijzigen hebben daarmee definitief schikbreuk geleden.

Als ambassadeur Woolsey aan het eind van deze week met een schriftelijke overeenkomst uit Moskou in Wenen terugkeert, dan zullen de meest betrokken landen bij het CFE-overleg daar zeker nog hun zegje over willen doen. In Wenen wordt aangenomen dat niet alleen de 'flanklanden' van de NAVO, Noorwegen en Turkije, die het nadrukkelijkst geconfronteerd worden met de marine-infanterie van de Sovjet-Unie, maar ook de Centraal-Europese landen hun stemmen zullen laten horen. Toch wordt aangenomen dat deze landen geen echte problemen meer zullen maken als het nadere akkoord op papier is gezet.

Op dat moment kan dan worden begonnen met de ratificatieprocedures. Zeker voor de ratificatie in de Amerikaanse Senaat zal de nadere toelichting op het CFE-akkoord, waar nu het wachten op is, flink gewicht in de schaal leggen.

Mocht de bezegeling van de nadere afspraken over CFE begin volgende week worden afgerond, zoals nu wordt verwacht, dan zal in Wenen onmiddellijk een begin worden gemaakt met de onderhandelingen over een vervolgakkoord, CFE-1A. In het kader daarvan zal ook gesproken worden over de omvang van de strijdkrachten, een kwestie die in het eerste CFE-akkoord niet aan de orde komt. Een probleem dat zich nu al aandient, is de vraag of de manschappen van de marine-infanterie, die tot voor kort nog gewoon landstrijdkrachten waren, wel of niet moeten worden meegeteld.