Suriname verdeelt ministers

DEN HAAG, 3 JUNI. Minister Van den Broek van buitenlandse zaken is “verrast” door de uitspraak van premier Lubbers afgelopen vrijdag dat Nederland niet militair in Suriname kan ingrijpen, ook niet als de Surinaamse regering er om vraagt. Van den Broek blijft erbij een dergelijk ingrijpen niet uit te sluiten als een democratisch tot stand gekomen Surinaamse regering er om verzoekt.

Van den Broek wordt hierin gesteund door CDA-fractieleider Brinkman, die afgelopen zaterdag in het dagblad Het Binnenhof zei dat wat de CDA-fractie betreft de regering nu “met verschillende middelen” het doel mag bereiken een democratische situatie in Suriname tot stand te brengen, liefst samen met de Verenigde Staten en Venezuela.

Premier Lubbers zei vrijdagavond op de televisie dat ook wanneer de Surinaamse regering om ingrijpen vraagt hij daar niet op wil ingaan: “Nee, ik vind ook niet als ze daar om vragen. Dat is een verkeerde lijn. Nee, ik zou er simpelweg nee op willen zeggen. Je moet niet een democratie op poten zetten door te vragen aan een ander land dat te doen. Je moet dat zelf doen.” Lubbers bevestigde dat ingrijpen eerder een zaak van de Verenigde Naties was.

Op de CDA-partijraad in Utrecht wees premier Lubbers zaterdagmiddag weliswaar militair ingrijpen opnieuw af, maar was hij er minder uitgesproken over. Militaire samenwerking tussen Suriname en Nederland kon in zijn ogen slechts het eindpunt zijn van een proces van nauwere samenwerking tussen beide landen. Aan “macabere gebeurtenissen uit het verleden, waarbij militairen zich niet aan de wet hebben gestoord”, wilde hij nu niet denken. “We moeten vertrouwen uitspreken in de Surinaamse politici, we moeten als het ware investeren in vertrouwen”, zei hij.

Pag. 3

v.d. Broek is 'verrast'

Volgens minister Van den Broek gaat Lubbers met zijn uitspraak verder dan “d overgrote meerderheid” van de Kamer in het debat van afgelopen week. De Kamer vond, volgens de minister, dat ingrijpen nu niet aan de orde was, maar zij heeft niet gezegd ingrijpen uit te sluiten.

Van den Broek kritiseert ook Lubbers' opmerking over de Verenigde Naties. De VN bemoeit zich niet met binnenlandse aangelegenheden, alleen met conflicten tussen staten, alds Van den Broek.

CDA-fractieleider Brinkman zei in het interview met het dagblad Het Binnenhof dat garanties voor het voortbestaan van een democratische situatie in Suriname “alleen te verkrijgen met behulp van macht, fysieke macht”. Het mag niet zo zijn, aldus Brinkman, “dat legerleider Bouterse om een hoekje mee blijft kijken”.

Brinkman corrigeerde tegelijkertijd fractiewoordvoerder Aarts, die in het debat vorige week over Suriname de uitspraak van minister Van dn Broek over militair ingrijpen “op z'n minst niet prudent” noemde.

Volgens Brinkman is de grote meerderheid van de CDA-fractie van mening dat de regering “het anders mag gaan doen, de druk verhogen”. In zijn rede op de CDA-partijraad zei Brinkman zaterdag nog dat het waarschijnlijk het beste zou zijn iets te vinden “tussen het zenden van een zilvervloot en het zenden van een flottielje uit Den Helder”.

De fracties van D66 en de VVD hebben dit weekeinde aangekondigd he kabinet dinsdagmiddag om opheldering te zullen vragen over deze tegenstrijdige uitspraken. D66 vindt dat Lubbers en Van den Broek op onverantwoorde wijze verwarring stichten onder de Surinaamse bevolking. VVD-woordvoerder Weisglas, die als enige vorige week Van den Broek zonder voorbehoud steunde, zei: “Dinsdag moet voor eens en voor altijd duidelijk worden wat het regeringsstandpunt in deze zaak is.”

Een meerderheid van de 200.000 in Nederland wonende Surinamers is tegen een militair ingrijpen door Nederland in Suriname. Dat valt af te leiden uit een enquete die het Nederlands Instituut voor Strategisch Etnisch Onderzoek in Groningen heeft gehouden onder 1000 Surinamers in Nederland.

Iets meer dan de helft, 52 procent, gaf te kennen dat Nederland zich absoluut nergens mee mag bemoeien, 23 pocent vindt dat het alleen mag onder bepaalde omstandigheden, 8 procent onder alle omstandigheden.

Zeventien procent zegt geen meing te hebben.