Roland Garros had rugby als hobby

De uitslag valt in de annalen niet eens meer te achterhalen, maar H. Briggs, een Engelsman in Parijs, moet in 1891 toch nauwelijks hebben kunnen bevroeden dat zijn overwinning van de Franse tenniskampioenschappen op een clubbaan in het Bois de Boulogne de basis zou vormen van wat uiteindelijk zou uitgroeien tot een van de grootste sportevenementen ter wereld.

De open Franse tenniskampioenschappen bestaan dit jaar 100 jaar en Briggs, geen tennismiljonair, niet gesponsord, uitgerust met een simpel houten racket, nooit beboet voor onbehoorlijk gedrag op de baan, gevrijwaard van horden hem achtervolgende persmuskieten, zou nu niet eens meer de kwalificatieronden overleven. In zijn tijd was de enige eis om deel te kunnen nemen echter dat hij Frans ingezetene was.

In het schitterende, pas weer verbouwde stadion, heeft het toernooi van Roland Garros (in 1928 geopend), zijn eigen tennishistorie geschreven. Het begon met de prestaties in de jaren twintig en dertig van de zogeheten 'vier musketiers', Cochet, Lacoste, Borotra en Brugnon, die Frankrijk zowel in de Davis-Cup als op Roland Garros op het hoogtepunt van zijn tennisroem bracht. Ruim veertig jaar later bleek Bjorn Borg zes toernooien achter elkaar onverslaanbaar op het beroemde gravel.

Hoewel er in Parijs - in tegenstelling tot Wimbledon - nog geen rechtszaken worden gevoerd tegen illegale handelaren in kaartjes, zijn tickets voor het court central al maanden uitverkocht voordat het toernooi begint en even onbetaalbaar als winkelen op de Champs Elysees. Vorig jaar bezochten ruim 325.000 mensen het park aan de rand van het Bois de Boulogne. Een stijging van 600 procent in twintig jaar.

Maar naast dit commerciele succes is het verleden niet vergeten. Het 100-jarig bestaan van de Franse kampioenschappen wordt onder meer herdacht met de uitgave van een speciale Roland-Garros-postzegel, een logo-ontwerp van de Spaanse kunstenaar Joan Miro. Voor de toeschouwers is een tentoonstelling ingericht met rackets door de jaren heen, terwijl het eet- en kooplustige publiek op het complex zelf de enorme fresco's (35 meter lang en drie meter hoog) van de Italiaanse schilder Lucio Fanti moeilijk kan ontlopen. Daarop staan de 3500 namen van alle deelnemers in het enkelspel sinds de Franse tenniskampioenschappen in 1925 ook werden geopend voor buitenlandse deelnemers die niet in Frankrijk woonden.

Borg vestigde in 1974 een record door de titel te winnen op 18-jarige leeftijd, Wilander en Chang overtroffen hem daarna en waren 17 jaar toen zij zich als kampioen lieten kronen. Steffi Graf was vier jaar geleden de jongste bij de vrouwen toen zij als 17-jarige Parijs won.

Maar dat record is vorig jaar alweer achterhaald door Monica Seles die 16 was.

Al dit jeugdige machtsvertoon heeft de drang naar traditie in Parijs niet kunnen verdringen. Dit jaar is een standbeeld op Roland Garros onthuld van Jacques Brugnon, de vierde musketier, die vijf dubbeltitels won. Cochet, Lacoste en Borotra behaalden in totaal acht kampioenschappen in het enkelspel.

Een merkwaardig aspect vormt echter de naam van het toernooi, waarop het officieuze wereldkampioenschap op gravel wordt uitgevochten. De Parijse overheid bleek in 1928 alleen bereid grond voor een nieuw te bouwen tennisstadion ter beschikking te willen stellen in ruil voor het feit dat zij dan zelf de naam van het complex zou mogen bepalen.

De keus viel op Roland Garros, een in Indochina geboren aviateur en avonturier, die als oorlogsvlieger een nationale held werd en wiens toestel in 1918, vijf weken voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, door de Duitsers werd neergehaald. Garros kwam daarbij om het leven en werd posthuum herdacht door zijn naam aan het tennisstadion te verbinden. Het was op zijn minst even slikken voor de tennisheren, want een tennisracket heeft Roland Garros nooit in handen gehad. Zijn favoriete sport was rugby.