Pleidooi Brinkman voor een 'nieuwe sociale orde'

UTRECHT, 3 JUNI. 'Verantwoorde luxe'. Dat is een van de kernbegrippen van CDA-fractieleider Brinkman in een zaterdag in Utrecht door hem bepleite “nieuwe sociale orde”. Deze aan de historicus Simon Schama in zijn boek over Nederland, 'Overvloed en onbehagen' ontleende term moet een soort maatlat worden voor de sociale uitgaven in Nederland, aldus Brinkman.

Dat deze uitgaven te hoog zijn en dat daaraan fundamenteel iets moet veranderen, was op de CDA-partijraad het meest in het oog springende thema. Zowel Brinkman als partijvoorzitter Van Velzen sprak er lang over, de laatste met als centraal begrip: “Minder claimen, meer zelf doen.”

In een lange rede zei Brinkman dat het begin van de interne Europese markt op 1 januari 1992 de start moet zijn van een nieuwe sociale orde. Daarin dient naar zijn opvatting een nieuw evenwicht te bestaan tussen rechten en plichten, met meer sancties voor degenen die aanspraak doen op rechten die hun niet toekomen. Premier Lubbers legde in zijn slotrede veel nadruk op het terugdringen van de staatsschuld; de collectieve uitgaven zijn nog steeds te hoog, ondanks het feit dat het aandeel van deze uitgaven ten opzichte van het nationaal inkomen daalt.

De meeste illustraties die hij voor zijn stellingname aanvoerde, waren niet nieuw, maar dat dit thema op de bijeenkomst, bezocht door circa 650 vertegenwoordigers van CDA-afdelingen uit het hele land, zo nadrukkelijk naar voren werd geschoven, is een duidelijk signaal aan het kabinet en de coalitiepartner. En dat er geen discussie over werd gevoerd, maakte duidelijk dat de aanwezigen het er grotendeels mee eens waren.

Naar Brinkmans opvatting is het ook best aan de Nederlanders uit te leggen dat zij meer over moeten hebben voor hun wonen, hun vervoer, hun gezondheid en voor de risico's van ziekte en arbeidsongeschiktheid. “Ons rijke land lijdt aan een aantal welvaartsziekten.” Dat, zei hij, moet men eerlijk onder ogen zien.

“Prestatie moet meer worden beloond en de fiscus moet daar werkenden wat ons betreft een steviger hand bij helpen.” Brinkman gaf duidelijk aan het daarbij onder anderen over de WAO te hebben, waarvan in Nederland 152 van elke duizend werkenden gebruik maken, in Zweden slechts 78, in Duitsland 55. “Wij geven in ons land voor wachtgeld voor inactief onderwijspersoneel ongeveer even veel uit als aan personeelskosten voor actieve rijkspolitie.”

Zijn nieuwe sociale orde betekent, zei Brinkman, dat mensen niet meer met een uitkering achter hun huisdeuren worden opgesloten. Dat vraagt kritischer keuringsartsen. Anonimiteit en een beroep op privacy mogen “geen schaamlap zijn voor gebrek aan verantwoordelijkheid en plichtsbesef”. Tot zijn sociale orde rekent Brinkman ook een gewijzigd asielbeleid: binnen een jaar moet de beslissing vallen en bij een negatief besluit dient feitelijke uitzetting te volgen.

Hij pleitte in dit verband voor een ministerie dat zich met immigranten bezighoudt; de huidige situatie waarin een ministerie beslist en een ander ministerie betaalt, werkt naar zijn mening niet goed. “Wij moeten het goede van onze systemen bewaren, er verbeteringen in aanbrengen en krakkemikkerige stukken eruit lichten.

Nederland is niet ziek, maar er zijn hier en daar wel enkele verziekte toestanden.''

Voorzitter Van Velzen wil een “nieuw evenwicht” zoeken tussen rechten en plichten in Nederland. Meer eigen bijdrage voor wonen, meer mobiliteit, meer bijdragen voor het milieu. Dat vraagt opnieuw ingrijpende maatregelen en “daarvoor hebben we een kabinet nodig met een breed draagvlak en een grote maatschappelijke inbedding”.

Speculaties over een kabinet van andere samenstelling noemde van Velzen “een leuke bezigheid voor aan de bar”.

Van Velzen suggereerde dat het CDA het voorstel zal steunen in het rapport 'Individualisering en draagkracht', dat is opgesteld onder leiding van oud-staatssecretaris voor sociale zaken De Graaf. Het rapport kiest niet voor een stringent doorvoeren van de individualiseringsgedachte in de belastingen, het sociale zekerheidsstelsel en de subsidies. Volgens de commissie-De Graaf moeten burgers kunnen kiezen of ze als individu worden gezien dan wel als lid van een huishouden. In dat laatste geval hebben ze volgens dit rapport recht op kostwinnersvoordelen, maar nemen ze tegelijkertijd de plicht op zich voor elkaar te zorgen.

Premier Lubbers, ten slotte, noemde “koers houden en vernieuwen” de stelregel van het kabinet. De goede punten zijn dat de werkgelegenheid in Nederland sterker blijft stijgen dan in de Europese Gemeenschap als geheel, dat het aantal langdurig werklozen blijft dalen, de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces blijft stijgen, de inflatie van circa 2,5 procent veel lager is dan de Europese als geheel en dat de bedrijfsinvesteringen hoger zijn dan het Europees gemiddelde. Maar de collectieve uitgaven blijven te hoog, staatsschuld en rente drukken zwaar op de begroting.