Oud-VN-diplomaat prof. Theo van Boven; Bejubeld en verguisd activist

Negen jaar geleden kwam een abrupt einde aan de loopbaan van Theo van Boven bij de Verenigde Naties. Als directeur van de afdeling voor de mensenrechten was hij te weinig diplomaat en te veel mensenrechten-activist, luidde de kritiek van vooral Argentijnse en Amerikaanse diplomaten. Van Boven groeide na zijn ontslag uit tot een symbool van hoop voor onderdrukten, wat onder meer tot uitdrukking kwam in een reeks onderscheidingen. Vandaag viert de universiteit in Maastricht, waar de 62-jarige Van Boven nu hoogleraar internationaal recht is, zijn derde eredoctoraat.

De nonchalant professor op de eerste verdieping van het Oud Gouvernement in Maastricht, waar vroeger de gouverneur huisde en nu de universiteit van Limburg, geeft niet de indruk van een geleerd man die de wereld afreist om het zoveelste eerbetoon in ontvangst te nemen of de zoveelste jubileumlezing te verzorgen. Aan de muren hangen geen ingelijste oorkondes en op zijn bureau is niet eens plaats voor foto's met beroemde collega's in exotische congresoorden.

Sinds hij negen jaar geleden werd ontslagen als directeur van de Verenigde Naties-afdeling voor de Mensenrechten in Geneve, is de 62-jarige Theo van Boven uitgegroeid tot een symbool voor mensen die door politiek geweld in de verdrukking zijn gekomen. Twee weken geleden was de State University of New York in Buffalo de derde universiteit (na Louvain-la-Neuve en Rotterdam) die hem een eredoctoraat toekende. Tot de talrijke prijzen waarmee hij is onderscheiden behoort de Right Livelihood Award, de alternatieve Nobelprijs voor de vrede, die hij in 1985 kreeg nadat hij de echte Nobelprijs ondanks de voorspraak van de Ier Sean McBride, die bij de VN tal van functies op het gebied van mensenrechtenonderzoek bekleedde, had gemist. Enkele tientallen ideele organisaties in binnen- en buitenland vermelden trots in hun briefhoofd dat Van Boven zitting heeft in hun bestuur, adviesraad of comite van aanbeveling.

Vanmiddag gaat hij als een lone hero op de fiets naar het volgende eerbetoon, een feestelijke bijeenkomst die door zijn eigen universiteit wordt georganiseerd ter gelegenheid van zijn derde eredoctoraat. De Engelse journalist Iain Guest zal hem bij die gelegenheid het eerste exemplaar aanbieden van de Nederlandse vertaling van zijn boek Behind the Disappearances (De Vuile Oorlog).

In dat uitvoerige verslag van de schanddaden die de Argentijnse junta tussen 1976 en 1982 tegen haar eigen volk beging, wordt uit de doeken gedaan hoe Van Boven in Geneve het slachtoffer werd van intriges van Argentijnse en Amerikaanse diplomaten. Guest, die tussen 1977 en 1985 in Geneve werkte als correspondent voor The Guardian en The International Herald Tribune, is de eerste geweest die de rol van de Amerikanen bij het ontslag van Van Boven heeft aangetoond. Tot dan toe werd aangenomen dat secretaris-generaal Javier Perez de Cuellar alleen onder druk van Latijnsamerikaanse landen tot zijn besluit was gekomen het contract van Van Boven niet te verlengen.

Guest windt zich nog steeds op over het ontslag van degene die hij ziet als “een belichaming van de eerlijkheid, iemand die je geen enkel moreel verwijt kunt maken, maar die moest leven in een wereldje waar bedrog en leugens het zwaarst tellen.” In De Vuile Oorlog loopt Van Boven als een buitenbeentje door het hoofse Geneve, waar alleen al zijn ribfluwelen schoenen, gekreukte jasjes en gele stropdassen scherp contrastreerden met het diplomatieke krijtstreepje. De zoon van de gemeente-ontvanger van Voorburg was nooit een carrierediplomaat geweest, maar had zestien jaarals ambtenaar op Buitenlandse Zaken gewerkt voordat hij in 1970 lid werd van de Nederlandse delegatie naar de VN-commissie voor de Rechten van de Mens.

De VN-commissie, die toeziet op de naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, had op dat moment minder politiek gewicht dan nu. Ondanks flagrante schendingen van de meest elementaire rechten bleven tal van regeringen, die het document plechtig hadden ondertekend, buiten schot door hun relaties met een va de machtsblokken. Alleen Zuid-Afrika en Israel hadden het niet gered.

Het besluit om een onderzoekscommissie naar Chili te sturen was dan ook een enorme stap vooruit. Van Boven, die een van de initiatiefnemers was, ging in 1978 als hoofd van het secretariaat mee naar Chili, omdat hij intussen was benoemd tot directeur van de VN-afdeling voor de rechten van de mens.

Het directe contact met de slachtoffers van de dictatuur en de houding van de Chileense regering tijdenshet bezoek veroorzaakten een ommezwaai in zijn denken. Hij liet zijn neutrale houding varen en koos duidelijk partij voor de slachtoffers van de folteraars. In Geneve stonden de deuren van zijn afdeling voortaan open voor vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties of individuele slachtoffers van schendingen. Van Boven zorgde ervoor dat zij spreektijd kregen in de vergaderingen van de subcommissie. Vanaf dat moment sroomden op zijn kantoor de klachten binnen en groeiden de vergaderingen uit tot een dramatische tribune voor onderdrukten.

Die houding maakte de 'mensenrechtenactivist' Van Boven tot een mikpunt van diplomaten, die het verdedigen van de belangen van hun land als primaire taak zagen. Vooral de Argentijnse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Gabriel Martinez, liet geen middel ongemoeid om Van Bovens positie te ondermijnen. “Geen andere organisatie is zo aan personen gebonden als de Verenigde Naties”, zegt Iain Guest. “De confrontatie tussen artinez en Van Boven is een drama geworden waarin de twee acteurs elkaar steeds verder uiteen dreven naar radicale standpunten. Zonder de druk van Martinez zou Van Boven zich waarschijnlijk nooit zo gendentificeerd hebben met de slachtoffers en hun familie.”

Zolang Carter president van de Verenigde Staten was, had Van Boven weinig te vrezen van zijn tegenstander. Daar kwam erandering in toen Reagan aan de macht kwam en Jeane Kirkpatrick plaatsvervangend ambassadeur bij de VN werd. “Reagan en Kirkpatrick zagen de VN als een gevaarlijke organisatie. Ze hebben er alles aan gedaan om de stoppen eruit te draaien”, verklaart Guest: “Van Boven moest weg omdat hij de welwillende houding van de Amerikanen tegenover de junta in de weg stond.” De stok werd in 1982 gevonden in een interview met een Zwitserse krant, waarin Van Boven felle kritiek uitoefende op de Amerikaanse mensenrechtenpolitiek. Toen hij vervolgens ook nog weigerde de namen van een reeks landen die de mensenrechten schonden uit een openingsspeech te schrappen, was zijn lot snel bezegeld.

Secretaris-generaal Perez de Cuellar, toen amper een maand in functie, verzekerde mevrouw Kirkpatrick dat Van Boven niet op een nieuwe termijn hoefde te rekenen. Perez had drie jaar eerder laten zien hoe volgens hem de Zuidamerikaanse dictaturen moesten worden aangepakt: na een bezoek aan Uruguay en Paraguay stelde hij een rapport op aarin de dictaturen exclusief de kans kregen om te zeggen dat er in hun land niets aan de hand was.

Vroegere medewerkers in Geneve spreken nog steeds gepassioneerd en verontwaardigd over 'het ontslag' van hun directeur. Jacob Moeller, secretaris van 'procedure 1503', de geheime zwarte lijst van lidstaten die het te bont maken, roemt hem als “een mensenrechtenactivist, die op te veel tenen tegelijk trapte. Hij was zijn tijd tien jaar vooruit.

Als hij nu irecteur was geweest, zou hij heel goed hebben kunnen functioneren.” John Pace daarentegen, die in 1982 secretaris was van de zitting, die Van Boven met zijn omstreden speech opende, werkt liever onder Van Bovens opvolger, de Oostenrijker Kurt Herndl: “Onder Van Boven was ons werk een stuk spannender, maar daar staat tegenover dat nu de politieke kanalen openblijven. Onder Van Boven was dat niet het geval, het was oorlog. Vaak was zijn aanpak qua diplomatieke omgangsvormen incorrect.”

Kort na zijn ntslag gaf Van Boven toe dat hij niet volgens de strikte regels van de diplomatie te werk was gegaan: “Als een diplomaat iemand is die er op uit is alle betrekkingen rimpelloos te laten verlopen, tja, dan ben ik inderdaad geen diplomaat. Ik voelde me zo machteloos tegenover zeer ernstige schendingen van mensenrechten dat ik dacht: ik moet alleen maar de woordvoerder zijn van diegenen die met hun klachten over schendingen van mensenrechten bij mij komen.(...) Ik ben een echte VN-man, niet in mijn gedragingen, maar in mijn idealen.”

De toenmalige minister van buitenlandse zaken, dr. M. van der Stoel, ontkent dat hij Van Boven na zijn onvrijwillige vertrek uit Geneve als een baksteen heeft laten vallen: “Ik heb zeer veel waardering voor zijn werk, hij heeft het voortreffelijk gedaan. Hij kon die functie eenvoudig niet op een andere manier uitoefenen. Zodra ik van zijn ontslag hoorde, heb ik Perez de Cuellar laten weten dat ik daar hoogst ongelukkig mee was. Dat protest was en is zeer ongebruikelijk.”

Van der Stoel verwerpt de klacht van Van Boven dat hem vervolgens geen passende nieuwe functie werd aangeboden: “Toen hij terugkwam had de heer Van Boven wensen waaraan ik op dat moment niet kon voldoen, omdat er geen plaats vrij was. Bovendien kwam mij al snel ter ore dat hij ambities koesterde als hoogleraar.” Van Boven ontkent dat: “Ik heb niets gevraagd en de suggestie om ergens hoogleraar te worden is door Buitenlandse Zaken gedaan. Er werd zelfs over wachtgeld gesproken.”

De indruk dat hij op dit moment tegen wil en dank in een uithoek van Nederland het ambt van hoogleraar uitoefent, is volgens hem niet terecht. Om dat te staven vermeldt hij zijn weigering om secretaris-generaal te worden van de Internationale Commissie van Juristen, een non-gouvernementele organisatie die eveneens in Geneve zetelt. “Ik heb er een half jaar over nagedacht, maar uiteindelijk heb ik nee gezegd. Ik heb het hier naar mijn zin en ik heb volop gelegenhid me bezig te blijven houden met mensenrechten, zowel binnen als buiten de universiteit. Ik heb het altijd uitstekend naar mijn zin gehad in Geneve, maar het leek me niet verstandig na zoveel jaar terug te keren in een functie, die beduidend lager lag dan de vorige.”