Orgaandonatie

Wij Nederlanders doen moeilijk over orgaandonatie. Na jaren van heen en weer gepraat is er dan nu een wetsvoorstel, dat probeert alle kolen en geiten te sparen: een typisch vaderlands compromis.

Even vaderlands klinkt het argument dat door Prof. van Winter (NRC Handelsblad, 15 mei) tegen orgaandonatie wordt aangevoerd. De Bijbel zegt dat het niet mag. Wij moeten onszelf compleet inleveren bij onze dood. Ik respecteer een dergelijke opvatting als die op een consequent volgehouden overtuiging berust. Maar zou dat dan nietgelden voor bijvoorbeeld onze acuut ontstoken appendix? vraag je je af.

Een ding mis ik altijd in de discussies over dit onderwerp. Hoe staan al die bezwaarden tegenover het zelf krijgen van een donororgaan?

Prof. Van Winter spreekt daar niet over. Ook de kritische redactionele commentaren in deze krant laten dat aspect geheel buiten beschouwing.

Kun je recht laten gelden op donororganen als je die zelf niet wenst af te staan? Daarover zal de Bijbel wel gee uitspraak doen vrees ik.

Maar wij zullen ons daarover wel een mening moeten vormen bij het huidige tekort aan organen.

In meer dan twintig jaar ervaring met lijders aan nierziekten heb ik er nog geen ontmoet die om principiele redenen van een niertransplantatie afzag en de voorkeur gaf aan de dood of levenslange dialyse. Ook vind je in de naaste omgeving van met succes getransplanteerden weinig donatie-weigeraars. Met andere woorden, als het zich dicht bij ons afspeeltis orgaandonatie geen omstreden zaak meer.

Laten allen die orgaandonatie eng of moeilijk vinden hier goed over nadenken, alvorens straks hun beslissing te laten registreren. Wat willen zij voor zichzelf en voor hun gezinsleden, wanneer zij ziek worden? En laten zij in gedachten houden: voor wat, hoort wat!