'Oost-Europa voor Duitsland te duur

BONN, 3 JUNI. Duitsland moet al zoveel geld steken in de economische opbouw van de vroegere DDR (dit jaar ruim 100 miljard mark) dat steun voor Oosteuropese landen als Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije voorlopig vooral van andere EG-staten moet komen. Dit heeft Kurt Biedenkopf (CDU), minister-president van de grootste Oostduitse deelstaat, Saksen, gisteren in Dresden de twaalf ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap voorgehouden.

De ministers voeren in de Saksische hoofdstad overleg in het kader van de Europese Politieke Samenwerking (EPS). Op initiatief van de Duitse minister Genscher (FDP) heeft dat overleg, gisteren en vandaag, voor het eerst in de vroegere DDR plaatsgehad. Het dient ter voorbereiding van de vervolgbijeenkomst, op 19 en 20 juni in Berlijn, van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE).

Genscher, en Biedenkopf met hem, greep gisteren ook de gelegenheid aan om EG-landen aan te moedigen tot meer investeringen in Oost-Duitsland.

Vandaag spreken de twaalf ministers onder andere met mevrouw Birgit Breuel, de voorzitter van het Treuhand-instituut in Berlijn, dat de sanering en privatisering van vroegere Oostduitse staatsbedrijven regisseert. Later deze week maakt de voorzitter van de Europese Commissie, Delors, een tweedaagse orientatiereis door Oost-Duitsland.

Genscher wil het mes in Dresden van twee kanten laten snijden. Aan de ene kant is de informele EPS-conferentie een bemoedigend signaal voor de bevolking van de vroegere DDR, terwijl het anderzijds de EG-ministers nog eens moet doordringen van de gunstige investeringsmogelijkheden (onder andere dank zij ruime fiscale premies en een goed geschoolde beroepsbevolking) in Oost-Duitsland.

Pag. 5

Duitsland dankbaar voor steun EG

Hoewel Genscher en Biedenkopf, die in Dresden optrad als gastheer, zeiden dankbaar te zijn voor ca. 20 miljard mark aan EG-kredieten en premies voor Oost-Europa (via regionale- en milieufondsen van de Gemeenschap en de Europese Investeringsbank), vinden zij toch ook dat de partnerlanden vooral op het gebied van particuliere investeringen veel meer voor de vroegere DDR zouden kunnen doen. Voor de Duitse eenwording ging maar een procent van de EG-export naar de toenmalige DDR. In 1990 zagen bij voorbeeld Nederland en Frankrijk hun export met 25,9 en 17,2 procent stijgen. De totale uitvoer naar Duitsland van de overige elf EG-staten groeide met 10,8 procent gemiddeld, terwijl omgekeerd de Duitse export binnen de Gemeenschap met 0,7 procent afnam.

Genscher heeft er dit weekeinde ook op gewezen dat juist het einde van de Duitse deling bijdraagt, en moet bijdragen, aan het einde van de Europese deling. Dat wil ook zeggen dat wat de Bondsrepubliek de komende jaren in Oost-Duitsland uitgeeft voor verbetering van milieu, communicatie en infrastructuur, ook de Europese eenwording dient. De Duitse minister heeft in Dresden zijn EPS-collega-s er ook uitdrukkelijk op gewezen dat investeringen in Oost-Duitsland “een ideaal uitgangspunt bieden voor uitbreiding van de economische relaties met Oost-Europa en de Sovjet-Unie.

Genscher en Biedenkopf hebben ook veel moeite gedaan om duidelijk te maken dat de 'atmosferische afstand' tussen Oost-Duitsland en de rest van het EG-gebied veel kleiner is dan velen in West-Europa denken.

Daarom hadden zij zondag een stadswandeling langs cultuurmonumenten als de Frauenkirche en de Zwinger alsook een bezoek aan het Albertinum Museum met zijn beroemde schilderijencollectie opgenomen. Die collectie werd eind april ook door koningin Beatrix en prins Claus tijdens hun staatsbezoek bezocht. Gisteren kregen de Europese gasten bovendien nog een speciale uitvoering van Mozarts Entfuhrung aus dem Serail te horen, terwijl zij nadien een diner aangeboden kregen in een landelijk gelegen restaurant ten zuiden van Dresden, in het gebied dat wel 'het Duitse Zwitserland' wordt genoemd. Daar sprak minister-president Biedenkopf over een van zijn favoriete thema's: de zogenoemde Euro-regio's, waarvoor hij goede mogelijkheden ziet in het grensgebied tussen Polen, Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije.