Klant wil zijn fiets kunnen stallen bij de supermarkt

ROTTERDAM, 3 JUNI. De supermarkthouder die zijn klanten echt een plezier wil doen, moet zorgen dat ze hun fiets kunnen stallen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL ConsumentenTrends 1990).

Dat een supermarkt niet duur mag zijn, alles in voorraad moet hebben en nooit rijen voor de kassa spreekt voor zichzelf. Maar de supermarktexploitant die zich wil onderscheiden, moet bereid zijn tot extra dienstverlening. Van de mensen die het CBL ondervroeg naar hun wensen op dat gebied, bleek 26 procent de grootste voldoening te putten uit de aanwezigheid van voldoende en goed bereikbare fietsklemmen.

De mogelijkheid om in de supermarkt van de WC gebruik te kunnen maken, scoort ook goed. Veertien procent van de geenqueteerden stelt 'toiletten voor klanten' op de allerhoogste prijs. Die score wordt benaderd door 'boodschappen thuisbezorgen', waaraan 13 procent van de ondervraagden sterk hecht. Winkeliers die dat te veel moeite vinden, kunnen toch enige goodwill verwerven als ze de boodschappen ten minste tot aan de auto brengen. Die voorkeur komt met 7 procent op de vierde plaats.

Een gelduitgifte-automaat in de winkel wordt door 5 procent van de respondenten als belangrijkste extra faciliteit genoemd. Met name bij jongeren slaat zoiets aan. In de categorie 20- tot 24-jarigen neemt de gelduitgifte-automaat met een score van 19 procent zelfs na fietsklemmen (28 procent) de tweede plaats in. Bij 65-plussers hoort de 'flappentap' niet tot de prioriteiten. Aan boodschappen thuisbezorgen (22 procent) en fietsklemmen (21 procent) blijkt hun behoefte het grootst.

Valt een duidelijk onderscheid bij onderverdeling naar leeftijd te zien, de voorkeuren van klanten blijken regionaal weinig te varieren.

Fietsklemmen en toiletten blijken overal in het land in een behoefte te voorzien.

Overigens is ook op het vlak van de assertiviteit verschil zichtbaar. Een klachten- en servicebalie hoort tot de vijf meest genoemde voorkeuren van jongeren. Bij ouderen daarentegen blijkt 19 procent zelfs niet te weten welke extra dienst bij voorkeur zou moeten worden verleend.