Kaatsen niet in Barcelona

De Friezen zijn boos. De Olympische aspiraties van het kaatsen zijn naar hun mening gesmoord in de traag draaiende molens van de georganiseerde Nederlandse sport.

Anderhalf jaar geleden vroeg de KNKB (kaatsbond) de Nederlandse Sport Federatie om hulp bij het onderzoek naar de mogelijkheid in Barcelona 1992 demonstratiesport te zijn. Immers ook een Baskische variant van de kaatssport, het pilot, mag zich daar als zodanig manifesteren.

De NSF hulde zich in stilzwijgen. Wel werd het onderwerp in tussentijd van het ene bestuurslid (Jac. Hoogewoning) naar het andere (J.

Loorbach, tevens lid van het Nederland Olympisch Comite) geschoven. Loorbach zorgde er voor dat de Kaatsbond een fax kreeg met het faxnummer van de organisatie in Barcelona. De Friezen beschouwden deze activiteit niet bepaald als een toppunt van bestuurlijke daadkracht en klaagden hun nood toen zij bij een andere gelegenheid Hoogewoning ontmoetten. 'Misschien moeten jullie wat harder aan de bel trekken', had de bestuurder toen volgens KNKB-voorzitter J. Westra gezegd.

'Schreeuw desnoods', werd er aanmoedigend aan toegevoegd. Afgelopen week op de laatste NSF-vergadering bracht Westra dat advies in de praktijk. NOC-bestuurder Loorbach ontstak in woede toen hij een ondertoon van persoonlijke aanval meende te beluisteren, maakte een opmerking over republikeinse gevoelens te Friesland en liet de kaatsbond na de vergadering weten dat ze wat hem betreft in de toekomst ook zelf de telefoonnummers nog moeten opzoeken.

De kaatsers hadden inmiddels wel via een beroepskracht van de NSF te horen gekregen dat de aanvraag voor demonstratiesport gedragen moet worden door een internationale organisatie. Dus werd de Confederation Internationale de Jeu de Balle (Nederland, Belgie, Frankrijk en Italie) in stelling gebracht die zich tot NOC-voorzitter F.W.

Huibregtsen wendde met het verzoek te bemiddelen. Het NOC moest echter tot zijn spijt laten weten dat het verzoek wel een beetje laat kwam, een jaar voor de Spelen. Anders had men misschien nog wel iets kunnen doen. De kaatsers hebben hun Olympische vlam gedoofd. Maar na het laatste antwoord is er wel een vurig verlangen de bestuurlijke traagheid in de eerstekomende gelegenheid af te branden. “Als ik een kaatsclub anderhalf jaar laten wachten op een antwoord wordt mijn hoofd achterstevoren op mijn romp gezet.”