Juni, de 'gevoelige periode' in China

PEKING, 3 JUNI. “Ik ben in mei vorig jaar uit de gevangenis ontslagen, maar ik ben in feite nog steeds een gevangene”, zegt Ying (pseudoniem), een van de voormalige leiders van de verboden Chinese Vrije Vakbond van Intellectuelen, de coalitiepartner van de studentenbeweging tijdens de Lente van Peking in 1989.

Twee jaar na het neerslaan van de democratische beweging in China, in de nacht van 3 op 4 juni 1989, hebben Chinese dissidenten het nog steeds zwaar te verduren. Ze zijn bang om in de openbaarheid te treden. Ying wil zijn echte naam niet in de krant hebben.

Vorige week nog is een functionaris van de politieke afdeling van het Bureau van Openbare Veiligheid bij hem thuis geweest om hem te manen tijdens deze “gevoelige periode” niet met journalisten te praten en “goed op zichzelf te passen”. Dat laatste betekent dat hij geen contact moet zoeken met politieke ballingen die onlangs clandestien via Birma in China zouden zijn teruggekeerd.

Ying was een van de oprichters van de bond van intellectuelen, die op 23 mei 1989 na Li Pengs uitroeping van de staat van beleg uit wanhoop ontstond om te proberen een geweldloze oplossing voor de crisis te vinden. Hij woonde de vergaderingen van de bond bij waarop werd besloten samen met leden van het Nationale Volkscongres een lobby te vormen die Li Peng met constitutionele middelen zou moeten afzetten, wegens het onwettig uitroepen van de staat van beleg.

Twee weken na het bloedbad werd hij gearresteerd en zonder enige vorm van proces ruim tien maanden vastgehouden. Begin mei vorig jaar werd hij plotseling met 210 medegevangenen vrijgelaten. Hij verloor zijn lidmaatschap van de communistische partij en mag nog steeds Peking niet verlaten. Dat staat in zijn identiteitsbewijs en werkvergunning gedrukt.

Zijn salaris van 180 yuan (63 gulden) per maand zal nooit meer worden verhoogd en hij zal nooit hogerop kunnen komen. Formeel heeft hij zijn baan bij een onderzoeksinstelling behouden, maar hij krijgt geen echt werk toegewezen en gaat slechts naar zijn 'werkeenheid' om kranten en tijdschriften te lezen.

Tijdens 'gevoelige' periodes, gemiddeld elke twee maanden, komt de politieke politie hem bezoeken. Ying zegt dat die mannen aan zijn kant staan, maar dat zij ook niet anders kunnen. “Zij zijn jongens van goede universiteiten. Je kunt ze niet vragen waarom ze dit soort werk doen, want het is hun opgedrongen. Ze vragen wat ik heb gedaan, wie ik heb ontmoet en brengen dan rapport uit aan hun baas met een 'analyse van de evolutie van mijn denken'.

Ying is ervan overtuigd dat hij werd vrijgelaten als onderdeel van de Chinese manoeuvres om president Bush te overreden China's status als meest begunstigde handelsnatie (MFN) te verlengen. Hetzelfde probleem speelt dit jaar weer en het is zeer wel denkbaar dat er de komende maand een nieuwe amnestie en-of strafvermindering zal komen om te voorkomen dat het Amerikaanse Congres het vorige maand genomen besluit van president Bush de MFN-status te verlengen terugdraait.

Pag. 10

'Politieke situatie in China is verstikkend'

“Wat wij gekregen hebben is een schijnamnestie. Ontslag uit de gevangenis maar beperkte vrijheid met ondragelijke voorwaarden. Wij zijn diep teleurgesteld dat Bush dit regime MFN weer zonder meer cadeau geeft, zonder er voorwaarden aan te verbinden”, aldus Ying.

De algehele politieke situatie in China noemt Ying verstikkend. De dagelijkse leugens en lege cliches uit de jaren vijftig in de kranten maken hem misselijk. Hij schat dat toch tien procent van de allereenvoudigsten van geest er in geloven en dat er nog eens 20 tot 30 procent passief gelovig is. 70 procent van de mensen is vol wrok en beklagen zich openlijk, zegt hij.

Toch gebeurt er niets noemenswaardigs, waarom niet? “We wachten, wachten”, zegt Ying, “tot die oude mannetjes doodgaan; zolang zij leven kan er niets wezenlijk veranderen. Als het nog vijf jaar duurt zal de economie waarschijnlijk zodanig verslechteren dat een nieuwe crisis de massa's op de been brengt”, aldus Ying.

Hij schetst een scenario waaronder dat eerder zou kunnen gebeuren, als Deng Xiaoping, binnenkort 87, als eerste sterft. Deng wordt als de minst boosaardige van de 'acht onsterfelijken' gezien. De meest anachronistische van de ouden zouden zijn dood kunnen aangrijpen om het beleid zonder enige matiging nog verder te verharden. “Hoe extremer, hoe beter, want dan zal het verzet zulke vormen aannemen dat het niet meer neer te schieten is”, meent Ying.

Deng Xiaoping manoevreert voortdurend achter de schermen om de hervormingsvleugel te versterken. De afgelopen dagen werden drie naaste medewerkers van de in 1989 afgezette partijleider gerehabiliteerd en tot vice-minister benoemd. Het zijn voormalig politburolid Hu Qili (63), een politiek kameleon, die zich in 1989 echter tolerant opstelde, Yan Mingfu (60), die in 1989 als Zhao's luitenant met de studenten onderhandelde en Rui Xingwen (64).

Hun terugkeer wordt door sommigen als de voorbode van de rehabilitatie van Zhao Ziyang zelf gezien, maar Ying acht dat geen oplossing voor de politiek-economische crisis van China. Zhao's pluspunt was dat hij in 1989 op het kritieke moment de menselijkheid had om zich te verzetten tegen militair geweld, maar hij wordt wijd en zijd verantwoordelijk gesteld voor de economische chaos, inflatie en corruptie die China vanaf 1988 deed wankelen. En hij wordt persoonlijk gehaat wegens zijn luxueuze levensstijl en de corruptie van zijn kinderen. Ying acht de pogingen van de studenten om dit jaar weer op elke mogelijke manier de doden van 4 juni 1989 te herdenken niet van wezenlijke betekenis.

“Iets grootschaligs kan niet en die kleine incidentjes krijgen toch geen bekendheid bij het volk.” Maar zij brengen het regime wel een paar weken in staat van verhoogde nervositeit.

Preventieve maatregelen kunnen geen symbolische acties voorkomen. Vorige week hingen studenten op de campus van Beida, de belangrijkste universiteit van Peking, spandoeken op met teksten die opriepen 4 juni 1989 niet te vergeten. In pamfletjes riepen zij op gisteravond een dodenherdenking in witte gewaden te houden, maar veel is er niet van gekomen.

De autoriteiten hebben gereageerd met een piramide-gewijs initimidatie-systeem, waarbij iedereen van top naar basis, president, faculteitshoofden, professoren, docenten en klasseleider is bedreigd met disciplinaire maatregelen als er onder zijn directe verantwoordelijkheid wat gebeurt. Een klasseleider, doorgaans een partijlid, gaat over ongeveer 30 studenten. Vannacht is de cruciale nacht en zal het waarschuwingssysteem de vuurproef ondergaan.

foto: Peking 1989: aanhangers van de studentenbeweging tijdens de Lente van Peking rijden gewapend met een portret van wijlen premier Zhou Enlai over het Plein van de Hemelse Vrede. De beweging werd twee jaar geleden met geweld neergeslagen. (Foto NRC Handelsblad- Vincent Mentzel)