Joden uit Irak, 'mede met Nederlandse hulp'

JERUZALEM, 3 JUNI. De Iraakse regering heeft vorige maand, voor het eerst sinds jaren, joden toegestaan het land te verlaten. Met de steun van de Nederlandse en de Britse ambassade in Bagdad hebben twintig joden in het afgelopen jaar Israel bereikt, aldus Mordechai Ben-Porat, hoofd van het Centrum voor het Babylonisch Joods Erfgoed en in Irak geboren.

Naar in Israel verluidt zijn de 20 Iraakse joden voor het uitbreken van de vijandelijkheden in het Golfgebied op 17 januari met groepen vrijgelaten Westerse gijzelaars meegekomen.

Nog eens vijf joodse gezinnen zijn onlangs gearriveerd met een speciale vergunning van de Iraakse regering. Zij zijn via Noord-Irak gereisd.

Ben Porat, een Israelische oud-minister, schatte het aantal in Bagdad achtergebleven joden op 140. Hij zei dat pogingen in het werk worden gesteld om nog eens 250 joden op te sporen die naar wordt aangenomen leven onder de Koerden in het noorden van het land. Bijna de hele joodse gemeenschap in Irak van meer dan 100.000 zielen werd in de jaren 1950-51 naar Israel overgebracht.

Vorige week maakte Simha Dinitz, van het Joods Agentschap, al in Parijs bekend dat Israel, geholpen door verscheidene Westerse landen, zich inspant om joden weg te krijgen uit Irak, Jemen en Syrie. Hij onderstreepte daarbij dat hun vertrek druppelsgewijs verloopt, in tegenstelling tot de evacuatie van 15.000 joden uit Ethiopie de week tevoren.(AP, AFP)