Idomeneo: avondje vrije zelfexpressie

Voorstelling: Idomeneo van W.A. Mozart door de Ned. Opera en het Ned. Philh. Orkest o.l.v. Frans Bruggen. Met: Ben Heppner, Laurence Dale, Faye Robinson, Annegeer Stumphius, John David de Haan, Glenn Winslade, Matthew Best. Decor: Nina Ritter; kostuums: Joachim Herzog; regie: Peter Mussbach. Gezien: 1-6 Muziektheater Amsterdam. Herhaling: 4, 7, 10, 13, 17, 20, 23, 26, 29-6.

De nieuwe produktie van Mozarts Idomeneo, waarmee zaterdagavond in aanwezigheid van koningin Beatrix, prins Claus en tal van hoogwaardigheidsbekleders het 44ste Holland Festival officieel werd geopend, lokte zoals gebruikelijk dit seizoen bij het publiek in het Amsterdamse Muziektheater weer stormen van boegeroep op.

De woede richtte zich op de enscenering van de Duitse regisseur Peter Mussbach. Hij maakte van Mozarts meest aangrijpende opera een tamme en taaie voorstelling. Behalve dan die genant ridicule en quasi-pornografisch blote intocht van de krijgers: men wist inderdaad nauwelijks wat men zag! 'Wat zou minister Kok daar op het balkon hier nu van vinden', dacht ik nog. Op de kostumering en de bordkartonnen dolfijnen op stokken was in ieder geval flink bezuinigd, maar niet op de drie-dimensionaal vormgegeven dieptebommen.

De kwaliteit bij de Nederlandse Opera wisselt inderdaad op merkwaardige wijze en alleen de publieke reacties overtreffen die onvoorspelbaarheid nog. Aan het begin van het seizoen was immers de uitgejouwde premiere van Parsifal een opzienbarend goede voorstelling, die hoop gaf op goede en fraaie regies en een voortreffelijk muzikaal en vocaal niveau.

Maar zoals eerder bij Un ballo in maschera, Benvenuto Cellini en Iphigenie en Tauride worden die hooggespannen verwachtingen met deze Idomeneo lang niet integraal ingelost. Dat is des te treuriger nu deze voorstelling ook het operadebuut in eigen land is van Frans Bruggen, die hier het Nederlands Philharmonisch Orkest dirigeert. Eind vorig jaar deed hij daartoe zijn eerste theater-ervaring op in Modena, waar hij een komische opera van Salieri leidde.

Bruggen, als dirigent begonnen bij zijn eigen en op 'authentieke' instrumenten spelende Orkest van de Achttiende Eeuw, leidt de laatste jaren wel vaker 'normale' orkesten met een hedendaags instrumentarium.

Maar bij deze Idomeneo lijkt het aandeel van Bruggen helaas ook al net zo 'normaal' en weinig persoonlijk. Als men niet zag of wist dat hier de anders zo gedreven en eigenzinnige Bruggen zelf voor het orkest stond, zou men dat zeker niet kunnen vermoeden op grond van wat er klonk.

Veel te vlak was het meestal, soms zelfs onvoorstelbaar saai en hopelijk alleen verklaarbaar uit bevangenheid en gebrek aan durf om te spelen op zijn scherpst. Want dat moet in deze schrijnende opera over de menselijke ontreddering na de Trojaanse oorlog, nog aangezet door de onderlinge wedijver tussen Elettra en Ilia in het veroveren van hun beider geliefde Idamante.

Nergens anders bij Mozart, van wie bijna uitsluitend de komische of tragi-komische opera's publiek bezit zijn, vindt men immers een zo klassiek-Griekse noodlotssituatie zo indringend en heftig vormgegeven als in Idomeneo. Dat vraagt een exceptionele aanpak. Het orkest speelde slechts redelijk tot goed, de tempi waren meestal aan de trage kant, de frasering was eigenlijk heel gewoon. En het ontbrak aan inzet, aan verbeelding, aan intensiteit, aan dramatiek, aan theatraliteit, aan overtuigend realistische effecten.

In deze opera zijn er daar vele van, zoals de enerverende scene waarin de drenkeling Idomeneo uitgeput het strand van Kreta opkruipt, de schrikwekkende scene waarin Neptunus een gierende storm doet opsteken en de tragische scene waarin Arbace aan Idomeneo toont hoe zijn jammerlijk lijdende volk het slachtoffer is van het zeemonster - eigenlijk van Idomeneo's onwil zijn eigen zoon Idamante te offeren aan Neptunus, zoals hij had gezworen om zijn leven uit de zee te redden.

Medelijden, waar was je zaterdagavond? Huiver, je was niet in het Muziektheater! Angst, ik heb niets van je gemerkt. Opluchting dat het nog net allemaal goed afliep, ik heb je niet gevoeld. Hoe kon het trouwens, waar men moest kijken naar een even armzalige als pretentieuze uitbeelding die nog het meest leek op een avondje vrije zelfexpressie voor beginners met mime en zang? Ik houd niet van altijd maar weer door de knieen zakken en voortdurend rollebollen over het podium om de innerlijke kwellingen van solisten en koor weer te geven: het raakt mij absoluut niet.

Ondanks het ruime gebruik van de hydraulische mogelijkheden van het Muziektheater draagt ook dit decor niets bij aan het drama, al zou men er een betere voorstelling in kunnen spelen. Nu wringt het aan alle kanten, zelfs bij zangers die beter moeten kunnen, zoals Laurence Dale (Idamante), pas nog een voortreffelijke Tamino in de Brusselse Zauberflote. Ben Heppner (Idomeneo) stuntelde al te veel in Fuor del mar en Faye Robinson overtuigde als Elettra meer met haar fascinerende fysieke aanwezigheid dan met haar vaak al te scherpe stem.

Sympathie wekte echter Annegeer Stumphius. Haar Padre, germani, addio! bleek kronkelend over het podium wel al te zwaar, maar in aria's als Se il padre perdei en Zeffiretti lusinghieri riep haar lichte stem een etherische sfeer op.

Het was een opening verder onder het niveau dat het Holland Festival zelf vorig jaar nog in het Concertgebouw stelde met een schitterende semi-scenische uitvoering van Idomeneo onder leiding van John Eliot Gardiner. Vrijdag en zondag brengt hij daar Die Entfuhrung aus dem Serail van Mozart.