Herbouw van vertrouwen kost tijd

Toen Irak zijn raketten op Israel afvuurde publiceerde Rolf Pauls (toen de eerste Duitse ambassadeur in Israel) een teleurgesteld artikel over et falen van alle, moeizame pogingen van de laatste veertig jaar om vertrouwen tussen Duitsland en Israel te vestigen.

Zijn opvolger Otto von der Gablenz (bij veel Nederlanders een goede bekende door de toewijding waarmee hij zijn langdurige ambtsperiode in Nederland vervulde) heeft mij verteld dat hij alles op alles wil zetten om de schade te herstellen. Het feit dat bij honderdtien Duitse bedrijven onderzoek wordt gedaan naar mogelijke levering van chemicalien voor massale vernietigingswapens aan Irak, is immers - vijfenveertig jaar na de holocaust - niet direct een opwindende ervaring. Anderen hebben misschien dezelfde misdaad begaan. Maar de meeste mensen, aldus een scherpzinnige waarnemer, 'laten de schuld aan de Duitsers over'. De Fransen, die de kunst verstonden de Irakezen te helpen hun nucleaire capaciteit op te bouwen, leven zich niet uit in 'mea culpa's'.

Onlangs ontmoette ik een Duitse studente. Die vertelde me dat zij een actief lid van de Groenen was. Ze probeerde mij uit te leggen dat zij zich, over twintig jaar, niet tegenover haar kinderen wilde hoeven te verantwoorden voor haar 'medeplichtigheid' aan het 'vermoorden' van de bossen in Duitsland. Ik wist niet of ik moest lachen of huilen. Hoewel ik zowel door mijn aard als door mijn opleiding terughoudend ben, kon ik dit niet zwijgend voorbij laten gaan. Dus zei ik tegen haar dat zj een tragische historische gebeurtenis misbruikte om deze op een situatie van nu te laten slaan. Er is geen sprake van een complot om de bomen te vermoorden, zei ik. Er is sprake van een ongebreidelde industriele ontwikkeling met nadelige ecologische gevolgen. Maar anders lag het in het Duitsland van Hitler. Nazi-Duitsland had het koelbloedige plan de joden te vermoorden en voerde dat plan ook op de meest barbaarse wijze uit. De schuldkwestie die stamt uit het Hitlertijdperk kan niet en hoort niet gebruikt of toegepast te worden in totaal andere situaties.

De gecompliceerde verhouding tussen Duitsers en joden, tussen Berlijn (eerder dan Bonn) en Jeruzalem, is een verhaal over ontaarde liefde en verschrikkelijk ontaarde haat, over aantrekkingskracht en afwijzing, over verzinsels en verschrikkingen. In haar Life of Rahel Varnhagen wees Hannah Arendt op briljante wijze op deze tegenstellingen. Nadat zij Rahel Varnhagen alle manieren die joden kenden om in de Duitse samenleving, cultuur en religie te assimileren had aanbevolen, waarschuwde zij haar vriendin “je niet te schamen voor je joodse afkomst en voor het land waarvan je daardoor de rampspoeden en gebreken des te beter kent; je moet ze niet prijsgeven uit angst dat mensen zullen zeggen dat je nog iets joods hebt”. Hannah Arandt vatte het zeer beknopt samen: “Als je het christendom accepteert, moet je de haat tegen de joden in die tijd ook accepteren... Als je een normaal mens wilt zijn net als alle anderen, is er nauwelijks een alternatief voor het inruilen van oude vooroordelen voor nieuwe.”

De grootste van allen die deze bijna vervloekte relatie analyseerden, was Gershom Scholem. Zijn scherpzinnigste verhandeling over de kwestie tussen Duitsers en joden hield hij twintig jaar na de oorlog. Bij die gelegenheid zei hij dat er veel joden waren die het Duitse volk beschouwden als een 'verloren zaak', of op z'n best, als een volk waarmee joden niet in contact moesten komen. Scholem zelf, waarschijnlijk de meest gerenommeerde joodse wetenschapper van deze eeuw, zag zichzelf niet als een voorstander van deze benadering. “Ik vind niet dat er geen soort van permanente oorlogssituatie tussen landen moet zijn.” Hij was voorstander van een dialoog met volledige erkenning van de misdaden uit het verleden. Dat was geen eenvoudig advies voor een volk dat door de Duitsers zes miljoen van zijn vaders en moeders, zijn zusters en broers, zijn kinderen heeft verloren als ook zijn voornaamste intellectuele centra die hem en de rest van Europa eeuwenlang hebben gevoed.

Het Duitse plan om systematisch twee van de drie Europese joden te vermoorden noemde Andre Malraux 'le retour de Satan'. Hitlers hele leven stond in het teken van deze obsessie door de joden. Zelfs nadat hij hen had vermoord, merkt de historica Lucy Dawidowicz op “had hij nog steeds zijn joodse demonen niet uitgebannen”. Zo was het dat Hitler toen hij op 29 april 1945, om vier uur in de morgen - op de laatste dag van zijn leven in de Berlijnse bunker - zijn politieke testament beeindigde, nog tot het Duitse volk zei: “Voor alles draag ik de leiders van het land en hun ondergeschikten op om rassenwetten strikt na te leven en meedogenloos de universele vergiftiger van alle volkeren, het internationale jodendom, te bestrijden.”

David Ben Goerion, de eerste premier van Israel, gaf blijk van de visie en de moed van een profeet toen hij, in 1951, zes jaar na het einde van de oorlog, tijdens een van de meest kritieke nationale debatten in de Knesset verklaarde dat het Duitsland van toen 'een ander Duitsland' was dan het Duitsland van de nazi's. Daarmee trotseerde hij velen van zijn collega's en vrienden en trotseerde hij zijn meeste politieke tegenstanders. Begin, toen oppositieleider, was bereid de Knesset te bestormen, terwijl een aantal linkse partijen de toenmalige premier ervan beschuldigden het Duitsland-van-Adenauer 'legitimiteit' te verlenen. Alsof dat een misdaad tegen de mensheid was. Ben Goerion was er simpelweg van overtuigd dat je je nationale leven niet kunt baseren op wraak en op woede over het verleden.

Aangezien het na-oorlogse Duitsland democratische instituties en waarden cultiveerde en krachtig de opvattingen, de wetten en de filosofie van Hitlers Duitsland verwierp, behoorde de internationale gemeenschap, en Israel als onderdeel daarvan, de Duitsers te behandelen als individuen, maar ondertussen nooit de collectieve schuld voor de afgrijselijke misdaden begaan tijdens het nazi regime te vergeten.

Zou de misdaad van die honderden Duitse bedrijven die Saddam Hoessein de chemicalien en andere massale vernietigingswapens leverden de opvatting van Ben Goerion en Scholem fundamenteel veranderd hebben? Ik denk van niet, maar ik kan me vergissen. Natuurlijk toont het een zekere fragiliteit in de zelfdiscipline van Duitsers, een uiterst belangrijk facet van een democratische samenleving. Natuurlijk laat het zien hoe hebzucht en stompzinnigheid mensen in de goot van de criminaliteit kunnen doen belanden. En vooral laat het zien hoe voorzichtige en gevoelige leiders van Duitsland altijd op moeten passen dat zij hun pasverworven instituties en hun reputatie in stand houden. Duitsers moeten goed onthouden dat vertrouwen slechts gevestigd kan worden als daar een uitgebreide planninan vooraf is gegaan. “Morele bruggen”, zegt Gershom Scholem, “zijn het resultaat van pure wil.” Beide kanten van de bruggen moeten solide en sterk zijn. Als de Duitsers willen dat het vertrouwen en de 'goodwill'

hersteld worden, moeten zij ervoor zorgen dat de foltering van januari-maart 1991 nooit meer plaatsvindt. Een aantal Duitse leiders zijn zich zeker bewust van hun verantwooelijkheid, maar Duitse intellectuelen en politici, industrielen en ambtenaren, zullen zich allemaal gedurende lange tijd enorm moeten inspannen om dit ongrijpbare goed dat vertrouwen heet en dat, slechts 46 jaar na Hitler, door zo vele schurken roekeloos te grabbel is gegooid, te herwinnen en nog beter te koesteren.