Griekse bankier nu door VS uitgeleverd

ATHENE, 3 JUNI. George Koskotas, de 37-jarige hoofdfiguur van het schandaal rondom de Bank van Kreta, beschuldigd van verduistering van ten minste 200 miljoen dollar, is zaterdag onder zware bewaking teruggekeerd in de Griekse hoofdstad, 937 dagen nadat hij deze ontvluchtte. Al die tijd heeft hij doorgebracht in Amerikaanse hechtenis wegens aanklachten die ook daar tegen hem lopen.

In vraaggesprekken vanuit de gevangenis heeft hij de Griekse socialistische oud-premier Andreas Papandreou ten tonele gevoerd als het eigenlijke brein achter de affaire en zichzelf slechts als een “uitvoerder”. Hij heeft aangekondigd Papandreou te zullen “braden”. “Ik zou wel gek zijn, terug te keren zonder documenten.”

Sinds enkele maanden loopt tegen Papandreou en enkele van zijn oud-ministers een proces voor een bijzondere rechtbank, waarbij hun betrokkenheid bij het schandaal wordt aangewreven. Tot nu toe heeft dit niet erg overtuigend gewerkt en voornamelijk hilariteit veroorzaakt, zodat de belangstelling voor Koskotas' aangekondigde bezwarende getuigenissen enorm is. De regeringsgezinde krant Eleftheros Typos kwam met een kop vol voorpret: “De beul van Papandreou is aangekomen”. De met Papandreou sympathiserende pers daarentegen beschuldigt de huidige conservatieve premier Mitsotakis ervan, Koskotas en soort amnestie in uitzicht te hebben gesteld op voorwaarde dat hij met getuigenissen het proces zal “redden”.

Koskotas werd na aankomst door de politie met een listige afleidingsmanoeuvre onttrokken aan de aandacht van de pers en naar de gevangenis vervoerd. Hij kan vandaag nog niet op het proces verschijnen omdat hij in de middag zijn eigen verdediging moet voeren ten overstaan van de officier van justitie. De rest van de week kan het proces waarschijnlijk niet worden gehouden omdat de Griekse advocaten landelijk vier dagen staken.

Vandaag begint wel een groot proces tegen elf leiders van staatsinstellingen zoals PTT, het elektriciteitsbedrijf, Olympic Airways, die in 1988 de toen al noodlijdende Bank van Kreta met het deponeren van grote bedragen boven water trachtten te houden, een initiatief dat in zes gevallen op premier Papandreou zou zijn teruggegaan. De staat zou daarbij 35 miljard drachmen (320 miljoen gulden) schade hebben geleden.