Financien heropent twee staatsleningen

ROTTERDAM, 3 JUNI. Vrij verrassend heeft minister Kok van financien aangekondigd met ingang van vandaag de uitgifte van de twee laatste staatsleningen te heropenen. Het betreft zowel de 10- als de 15-jarige lening, beide met een coupon van 8.5 procent, waarvan eerdere tranches respectievelijk 5,5 en 7 miljard gulden opbrachten.

De leningen zullen middels toonbank-uitgifte worden geplaatst, dat wil zeggen dat de Agent prijzen stelt al naar gelang de marktomstandigheden. De markt beoordeelde het idee van deze 'dubbelloopse' tap als positief, evenals de eerste afgiftekoersen van 99.50 en 99.60 (goed voor rendementen van circa 8.60 procent). Omdat evenwel de obligatiemarkt in navolging van de Duitse Bundfutures bijna 2 dubbeltjes lager opende, was er vanochtend nog weinig gebeurd in de nieuwe leningen. De verwachtingen zijn niettemin positief.

De ervaring met de eerste tranche van de 15-jarige lening heeft geleerd dat de ongebruikelijke lange looptijd door binnenlandse instituten als zeer aantrekkelijk wordt beoordeeld. Deze beleggers hebben langlopende verplichtingen, zodat leningen met lange looptijden hier beter op aansluiten. Wat betreft de 10-jarige lening mag worden gerekend op een grote belangstelling van buitenlandse beleggers nu de spread ten opzichte van vergelijkbare Duitse staatsleningen recentelijk is opgelopen. Omdat de Agent de afgelopen week al vrij actief was op de onderhandse markt, wordt geschat dat op dit moment ongeveer 60 procent van de financieringsbehoefte voor dit jaar, 44 miljard gulden, veilig is gesteld.

Bij dit alles is de stemming op de obligatiemarkt verbeterd na de recente discontoverlagingen in een aantal EMS-landen en de uitspraak van de nieuwe president van de Bundesbank, Schlesinger, dat de Duitse inflatie wel eens mee zou kunnen vallen. Op de geldmarkt bereikte 's Rijks schatkist een recordtekort; het speciale beleningstarief bleef op 8.7 procent, bij onveranderde geldmarkttarieven en een stabiele gulden-mark verhouding.

Eurokapitaalmarkt In een door vakantiedagen in de V.S., het Verenigd Koninkrijk en Duitsland verkorte week was het sentiment op de internationale obligatiemarkten voor een substantieel deel een weerspiegeling van de beslommeringen op de diverse geldmarkten. Aangezien deze in het teken stonden van het uitblijven van monetaire verruimingen danwel afnemende kansen hierop, werd aan langer lopende leningen nauwelijks ruimte geboden tot koerswinsten. In de Verenigde Staten speelt hierbij overigens ook de lage reele rente een rol van betekenis.

De reele rente, gedefinieerd als het verschil tussen het rendement op langlopende staatsleningen en de huidige inflatie, heeft in 1991 met een niveau van ongeveer 3 procent het laagste niveau sinds 10 jaar bereikt. Het vertrouwen dat de belegger heeft in het anti-inflatie beleid van de Fed (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) alsmede een economisch herstel, dat voor de tweede helft van 1991 wordt verwacht, zijn de factoren die bepalend zijn voor de lage reele rente. Historisch gezien gaat de eerste periode van een economisch herstel gepaard met een lage geldontwaarding. De verwachting luidt dan ook dat eventuele lagere (nominale) renteniveaus pas realiseerbaar zijn nadat de inflatie een duidelijk dalende tendens gaat vertonen.

Ondanks de weinig spectaculaire ontwikkelingen op de lokale markten kan de eurokapitaalmarkt terugzien op een levendige week. Meer dan 40 leningen werden geemitteerd in een scala van valutasegmenten. DSM gaf donderdag een 150 miljoen dollar grote 8,5 procents lening uit met een looptijd van 5 jaar. De uitgiftekoers bedroeg 99,70 procent. Het hierdoor gegenereerde rendement van 8,58 procent lag 74 basispunten boven het rendement van vergelijkbare Amerikaanse treasuries. De ontvangst was echter dermate goed dat deze spread in de loop van de dag daalde tot 68 basispunten.

Bron: Institute for Research and Investment Services, joint venture Rabobank Robeco.