Festival brengt saamhorigheid terug; Nieuwmarktbuurt is er weer bovenop

Blazers vanaf de torens van de Waag, uit de ramen daaromheen, vanaf alle daken en schoorstenen, orkesten, toneelspelers, acrobaten, rock- en soulbands, een massale paellamaaltijd op straat en ook nog een dirigent die een paar duizend mensen zo gek kreeg om in de avondkou vierstemmig het Slavenkoor te zingen: de oudste buurt van Amsterdam vierde dit weekend het einde van het Ik-tijdperk.

“Elk huis hep een ziel daro”, zeggen de bewoners van het nieuwe buurt-bejaardenhuis de Flesseman wel over hun Nieuwmarkt- en Wallenbuurt. Het is een stuk stad dat de afgelopen decennia, meer dan welke wijk ook in Nederland, is geteisterd door rellen, drugsproblemen en criminaliteit. De afgelopen dagen veroverde de buurt de straat terug, in een verrassende vrolijkheid en saamhorigheid. Er was een Gulden Korenslag, waar maar liefst dertig koren elk drie minuten optraden, er waren theaterprodukties, in het beruchte metrostation Nieuwmarkt werden jam-sessions gehouden, er was een kindercircus en een kinderkookcafe, en 's nachts, op de grens van de Wallen, was er, voor wie maar wilde, een souper spectacle.

“Je merkt nu hoe veel creativiteit er in deze merkwaardige buurt zit. Het spuit er opeens uit”, zegt socioloog-publicist Herman Vuijsje, een van de organisatoren van het festival. “En ik ken bijna niemand die niet meedoet. Zelfs mijn dochter, een van de meest individualistische types van Amsterdam, is nu aan het tafeldekken voor de buurtbrunch.” De zwervers en verslaafden volgden, teruggedreven naar de Zeedijk, het gebeuren aanvankelijk met enig morren, maar na anderhalve dag wilden zelfs een paar van hen meehelpen bij het maken van afrasteringen voor de Nieuwmarktloop.

Volgens Vuijsje is de buurt er eindelijk weer bovenop, na twintig jaar problemen en verscheurdheid. “Er is hier weer iets organisch ontstaan, mensen uit hele uiteenlopenden werelden werken opeens weer samen. Gisteren ben ik bijvoorbeeld voor het eerst van mijn leven in de Cotton Club geweest. Een prachtig cafe!”

Hoe veel oud zeer er, vijftien jaar na de Nieuwmarktrellen, nog lag bleek met name tijdens de voorbereidingen van een van de hoogtepunten van het festival, de Nieuwmarkt Vertelshow. Sommige vertellers wilden aanvankelijk niet meedoen -“Die stond aan de foute kant, daar ga ik niet mee in een programma” - maar uiteindelijk zaten ze toch allemaal op het kleine podium van de feesttent: Zwarte Kees, de koster van de Oude Kerk, wijkagent Joep de Groot, actievoerder Auke Bijlsma, een soldate van het Leger des Heils en nog een tiental anderen.

De ouderen vertellen over de eerste Chinees die van de buurtjongens fietsen wilde leren, over de bakker - “Vers brood, vers brood, als je niet eet dan ga je dood!” - en over de vergeten geuren van de hoefsmederij. De koster meldt dat er tienduizend graven onder de Oude Kerk lagen: “Als je 's avonds laat in het donker door de kerk loopt, dan hoor je voetstappen, je hoort heel zacht stemmen. Dat is geen fabeltje, dat is echt waar.”

Auke Bijlsma vertelt hoe in de jaren zeventig een geplande vierbaansweg door de buurt werd tegengehouden door een baby: alleen omdat de bevalling van de vrouw van een tegenstemmend VVD-raadslid enkele uren op zich liet wachten kon hij die ene stem uitbrengen die de balans deed doorslaan. “Als het kind drie uur eerder was geboren, hadden we hier niet meer kunnen zitten.”

Roos, 14 jaar oud, beschrijft het opgroeien in de Nieuwmarkt van de jaren tachtig: “Dan zaten we in de zandbak, en dan merkten we opeens dat er een gebruikte spuit uit zo'n zandtaartje stak, allemaal begonnen we dan te gillen, totdat er een kleuterjuf kwam. We waren nooit bang, maar wel heel voorzichtig.” Een oudere vrouw vertelt hoe ze als jong meisje uit huis werd gezet wegens een animeer-baantje in een bar: “Moeder, ik mis je, ik ben toch jullie kind? Nou, kom er dan maar weer in, mager schijthuis!” Het Amsterdams Volks- en Salonorkest speelt ondertussen de sterren van de hemel. Een paar bejaarden van de Flesseman dansen voorzichtig in het rond.