Eerste barstjes in het Amsterdamse roeibastion

AMSTERDAM, 3 JUNI. Wie wat wil bereiken in de roeisport doet er verstandig aan in Amsterdam te trainen. Het wordt steeds onvoordeliger om buiten de hoofdstad de roeisport te bedrijven. Niet alleen vinden de meeste wedstrijden plaats op de Amstel en de Bosbaan. Ook probeert de Koninklijke Nederlandse Roeibond (KNRB) de zaken steeds centraler aan te pakken.

Dit jaar wees de KNRB een voltallige acht van de Amsterdamse club Nereus aan als potentiele nationale acht. Daarbij speelden lengte en gewicht van deze kloeke jongemannen een rol, maar ook praktische overwegingen als reistijd. Vroeger werden bij het opzetten van een dergelijk 'bondscircus' tientallen roeiers uit alle hoeken van het land naar de Bosbaan gehaald. Ze werden daar dan onderworpen aan een omslachtig selectiesysteem. Met de keuze voor Nereus kapte de KNRB afgelopen winter al die omtrekkende bewegingen rigoureus af. Het kwam de bond op krtiek van ambitieuze roeiers in den lande te staan. Zij voelden zich buiten de selectie gesloten.

De technische staf van de KNRB zetelt aan de Bosbaan. Een kale ruimte onder de grote tribune vormt het hoofdkwartier. Het is een ideale plaats van samenkomst, want na de voorjaarswedstrijden groepen alle Amsterdamse wedstrijdroeiers samen op de Bosbaan. Daar zijn veel nationale toppers bij. Op de wereldkampioenschappen van vorig jaar waren van de 25 Nederlandse deelnemers dertien lid van Amsterdamse clubs tegen twaalf van andere verenigingen.

Zo begint de Bosbaan al enigszins op een georganiseerd nationaal roeicentrum te lijken. De beste boten worden in het wedstrijdseizoen van de clubs naar de grote Bosbaanloodsen getransporteerd. Alleen roeivereniging Okeanos, met Nereus de belangrijkste leverancier voor Oranje, verblijft zomer en winter op en naast de in de jaren dertig met de hand gegraven roeibaan. De andere Amsterdamse roeiclubs bezitten clubhuizen langs de Amstel. Ook roeiers uit de rest van het land komen vaak samen op de twee kilometer lange rechthoek. Waar de boten zijn, daar probeert men ook de combinatieploegen uit.

Gisteren vormde het Amsterdamse Bos het decor van de westrijden van de Amsterdamsche Roeibond. De KNRB-Nereus-acht kreeg daarbij onverwachte tegenstand van een vrijwel ongetrainde 'supercombinatie'. Daarin namen onder anderen plaats de Olympisch kampioenen Nico Rienks en Ronald Florijn en de 'Schwarz-vier', die vorig jaar WK-zilver in de wacht sleepte. Voor dit illustere gezelschap vormde de acht niets dan een leuk avontuurtje op de zondagmiddag. In het avondlicht deden de coryfeeen ontspannen wat verwacht werd. Halfweg gaf de combinatie-acht de beslissende tien halen hard, precies op het moment dat KNRB-Nereus in spetterende problemen kwam met de balans van de boot. De WK-kandidaten in de acht werden met anderhalve lengte verschil teruggewezen.

KNRB-selectiemeester Sipke Castelein, zelf overigens voormalig Nereus-international, nam het verlies van KNRB-Nereus niet licht op.

“Voor de WK moet je meer in huis hebben”, luidde zijn commentaar. Zo'n gelegenheids-acht moet je kunnen kloppen.”

De nederlaag van KNRB-Nereus komt de bond misschien niet ongelegen. Was de acht wel succesvol geweest, dan hadden enkele verdienstelijke roeiers van andere verenigingen met lege handen gestaan. Dat kan door de bond slechts moeilijk verdedigd worden, hoogstens met een beroep op een voor de acht vruchtbare clubcultuur. Het Amsterdamse bastion kreeg gisteren al een eerste barst.