Economisch plan van Ethiopisch Volksfront is nog een mysterie

ADDIS ABEBA, 3 JUNI. “Ze krijgen geen cent van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds als ze een rigide centralistisch beleid gaan voeren.”

Met grote stelligheid zegt een goed genformeerde hoge Westerse diplomaat in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba dat het nieuwe regime nauwelijks buitenlandse steun kan verwachten wanneer er een marxistische economische politiek zal worden gevoerd. Daarentegen houden Westerse financiele instellingen, de EG en donorlanden de nieuwe machthebbers een grote kluif voor die zij zullen krijgen wanneer er vrede heerst en economisch liberalisme wordt gepraktizeerd.

Tamrat Saide, vice-voorzitter van de rebellenbeweging in Addis Abeba, gaf de Westerse diplomaten eind vorige week hoop. “Zoals u in onze bevrijde gebieden zag mogen boeren hun produkten verkopen voor de prijs die ze ervoor kunnen krijgen. We staan een vrije landbouwsector voor. De privesector mag in de landbouw investeren.”

Een diplomaat reageerde: “Wat we jaren lang probeerden gedaan te krijgen bij de regering-Mengistu hebben we nu verworven bij de rebellenbeweging”.

Het belangrijkste deel van de Ethiopische economie is de landbouw, 90 procent van de bevolking vindt hierin zijn werk. Tot een jaar geleden probeerde het regime van Mengistu op alle mogelijke wijzen de boeren te controleren. De nadruk lag op inefficiente en verliesmakende staatsboerderijen, overheidssteun ging voornamelijk naar landbouwcooperaties en boeren moesten tegen lage prijzen hun produkten verkopen aan het agrarische staatsbedrijf.

De landbouwproduktie onder Mengistu's regering liep ieder jaar gestaag achteruit. Deels was dat een gevolg van de periodieke droogtes, de oorlog en de snelle erosie van landbouwgronden. Hoofdoorzaak bleek echter het gebrek aan een stimulerende overheidspolitiek. Na de beperkte economishe hervormingen vorig jaar - de cooperaties werden afgeschaft en boeren mochten voortaan hun oogst op de vrije markt verkopen - steeg de landbouwproduktie onmiddellijk met vijf procent.

Experts menen dat het land na de nodige investeringen zichzelf gemakkelijk zal kunnen voeden.

In de afgelopen maanden stortte de Ethiopische economie in elkaar. Lage koffieprijzen, droogte en bovenal de oorlog veroorzaakten een chronisch tekort aan harde valuta. De voedselprijzen stegen pijlsnel en lange rijen wachtenden vormden zich voor de winkels en benzinestations. De industrie kwam stil te liggen door gebrek aan reserve-onderdelen en brandstof.

De enige 'produktieve' sector van de economie die groeide gedurende Mengistu's bewind was de militaire, ieder jaar kreeg het defensiebudget er 20 procent bij. In de laatste fase van de burgeroorlog slokte het leger 60 tot 70 procent van de nationale begroting op. De Westerse donorlanden en financiele instellingen begonnen een einde aan de strijd als absolute voorwaarde te stellen voor economische hulp.

De economische plannen van het Ethiopisch Revolutionair Democratisch Volksfront (EPRDF) blijven een mysterie. Naarmate de rebellen dichter bij de hoofdstad kwamen, zwakte het zijn marxistische retoriek af.

Westerse, vooral Amerikaanse, druk speelde hierbij een grote rol. Eerder dit jaar besloot een EPRDF-congres tot een compromis tussen radicale en gematigde stromingen in de beweging. In het nieuwe Ethiopie moest de vrije markt heersen naast een sterke staatssector, aldus een resolutie op het congres. Hieraan werd toegevoegd dat de vrijheid van kapitalisten en feodalisten diende te worden ingeperkt.

Sinds drie weken antwoorden EPRDF-woordvoerders vaag op vragen over het vermeende marxistische karakter van de rebellenbeweging. “De nieuwe regering moet het beleid bepalen”, zei Tamrat Saide afgelopen vrijdag, en die nieuwe regering zal niet alleen bestaan uit vertegenwoordigers van het EPRDF, maar van verscheidene verzetsgroepen en partijen.

Ethiopie heeft een uitstekende uitgangspositie om zich snel economisch te ontwikkelen. Na Nigeria is het met 51 miljoen inwoners de meest volkrijke natie van Zwart Afrika. Hoewel in het noorden de landbouwgrond uitgeput raakt door overcultivatie bevinden zich elders in het land maagdelijke en zeer vruchtbare gebieden. Ethiopie behoort tot de allerarmste landen ter wereld, maar bezit grote natuurlijke hulpbronnen zoals goud, olie, gas, een goede kwaliteit koffiebonen en rijke visgronden in de Rode Zee.

Verder blinken de beter opgeleide Ethiopiers uit door efficientie. De nationale luchtvaartmaatschappij kon daardoor uitgroeien tot de beste en betrouwbaarste van Zwart Afrika met een omvangrijk netwerk over het gehele continent en daarbuiten. “Als het mogelijk blijkt het particuliere initiatief werkelijk de ruimte te geven, de Westerse landen vertrouwen krijgen in het financiele en economische beleid van de nieuwe regering en er ontwikkelingshulp komt, dan zie ik een ongekend snelle economische ontwikkeling in de komende paar jaar als een reele mogelijkheid”, verkondigt een diplomaat optimistisch.

In een nieuw federaal Ethiopie zou Eritrea zich kunnen toeleggen op de sterke sectoren van zijn economie die niet direct afhankelijk zijn van het onvoorspelbare weer. De provincie heeft een relatief sterke industriele sector en een goed opgeleide bevolking. Een onafhankelijk Eritrea echter lijkt een uiterst smalle economische basis te hebben.

Bovendien hebben de rijke Westerse landen de Eritrese verzetsbeweging in de afgelopen weken gedreigd dat een onafhankelijk Eritrea niet op economishe herstelhulp hoeft te rekenen.

Nederland adopteerde vorig jaar Ethiopie als zogenaamd sectorland. Deze relatie heeft echter nog geen gestalte gekregen. Minister Jan Pronk (ontwikkelingssamenwerking) besloot onlangs geen ontwikkelingshulp te geven aan Ethiopie zolang de oorlog voortduurt.