Echte gondeliers op het koude water van Amsterdam; 'Vuiler dan Venetie kan niet'

“Het verschil met Venetie? Aaah”. Fulvio Montagnaro houdt er zijn hoed bij vast. “Hier is geen stroming in het water, geen eb en vloed, en geen golven van motorboten waar we tegenop moeten roeien.” Een gure wind trekt de gezichten strak. Zijn vinger wijst over het Oosterdok. Een rijnaak kruipt door het donkere water. “Zo glad als een spiegel. Bellissimo.”

De rooie linten om hun witte strohoeden wapperen tussen grijze wolken.

De krullende bootjes dobberen verloren tegen de stalen achtergrond van de oorlogsbodem 'HMs Mercuur'. Als een groepje verdwaalde exotica kleumen ze op de kade achter het Amsterdamse scheepvaartsmuseum. Ter gelegenheid van het 'Venetiaanse weekend' zijn tien 'echte'

Venetiaanse gondeliers door het Amsterdamse scheepvaartmuseum met bootjes en al per vrachtwagen uit Italie naar Nederland gehaald.

Fulvio rilt in de hals van zijn gestreepte wintertrui. Goud schemert tussen de perkamenten rimpeltjes. Er stappen twee grijze mevrouwen over het plankier. Ze zijn op weg naar de oorlogsbodem. 'Ticket gondola! Biglietto, belle signore?' roept Fulvio gewoontegetrouw. De dames kruipen in hun schouders. Je hoort het ze denken, op hun gezondheidssandalen: 'Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.'

De jongens doen hun best. Met een touwtje hebben ze een cassetterecorder aan de railing gebonden. Er zit een bandje in met zelfgezongen muziek. Ja, ze zijn ook muziekgroep. “Dan zien we nog eens wat van de wereld”, verklaart Fulvio. Oh Madonna, overal zijn ze geweest: In Miami en in Fort Lorida - 'ken je dat niet Fort Lorida?' - en in Disneyworld. Maar de verschillen met Amsterdam? Tja, piekeren de mannen. “De bruggen”, bedenkt Franco. “Bij ons zijn ze rond, hier zijn ze plat.” En het water? Tien paar ogen kijkt het water in.

Plastic zakken, lege blikjes. De zilveren buik van een dooie vis schubt tegen de voorsteven van een van de gondels. “Schoon”, vonnist Stefano. “Want vuiler dan Venetie kan het niet.”

We spreken over stoppen met roken, Oosteuropa en de liefde. Franco wijst naar zijn boot. Zwarte kunstleren bankjes met dralon bontjes afgezet. En op de bodem een al even kunststoffen lichtblauw tapijt.

“Mijn boot is mijn passie”, zegt hij plechtig. “Een gondel is als een mooie vrouw. Als ze haar aanraken, of slecht behandelen...” Hij slaat met zijn vuist op het ijzeren zeepaard dat de zijkant siert.

“De bet-achterkleinneef van Giacomo Casanova”, roept een oude man in een gele trui. Hij is de enige gondelier die niet in kostuum is.

Eindelijk is er toch publiek gekomen. Een vrouw met een grote tas wordt de gondel ingetrokken. De gele trui legt zijn arm in haar nek, en begint te zingen. Maar dat is niet de bedoeling. Ze moeten allemaal zingen, zegt de vrouw. Zingen voor de radio. Ze draait aan knoppen en duwt met de snoertjes. “Waar gaat het lied over?” vraagt ze. “Over gondola, gondola en amore”, zegt Franco. De anderen proesten. Toch klinkt het tienkoppig 'Souvenir di Venezia' dat even later over het dok schalt onverwacht weemoedig.

Hoog op de achterplecht staat hij te bomen. “Zis is my gondola”, zegt Franco tegen twee zure meiden, die mopperen dat mijn hoofd voor hun lens zit. “If you not like, you go.” Franco vertelt hoe hij geld moet betalen aan de man in de gele trui omdat hij nog steeds geen vergunning heeft. “Politica”, legt hij uit. Te weinig vergunningen, steekpenningen, smeergelden aan politici. Het romantische leven van de gondelier. De meisjes fotograferen, met de molen op achtergrond.

“Ciao”, zwaait Franco vrolijk naar een groep jongens die over de brug hangen. “Krijg de klere”, roepen de jongens. “Coler?” vraagt Franco. “Is dat een groet?”

Foto: Oproeien tegen de golven, zoals in Venetie, is er niet bij