Discussie over toekomst radio; De VPRO op zee: illusies en erotiek

“Dooreten,” zegt de kok. “Goed volproppen! Stevig aanstampen! De boel binnen moet niet kunnen schuiven! Dat is het beste middel tegen zeeziekte.” Weer wordt een nieuwe stapel broodjes aangeschoven. Het is vrijdagochtend kwart over zes. Op de voorplecht trekt, rillend in de zoute ochtendnevel, de pianostemmer aan de laatste snaren. Achter de Vriesvemen Kloosterboer, tussen de UK 27, de WR 36 en de sleepboot Aaron ligt de m.s. Mercuur, een voormalig bevoorradingsschip van de Marine, klaar om met het hele Gebouw van de VPRO de zee op te gaan. Aan boord: radioprogrammamakers uit alle hoeken van Hilversum, omroepbazen, schrijvers en muzikanten. Het onderwerp, voor een keer: de bijna vergeten radio.

“Wij gaan diezelfde Noordzee op, waar ooit de commercieele omroep begon en waar wij nu de publieke omroep laten terugkeren”, zegt omroeper Cor Galis terwijl de pieren voorbijglijden. Het is geen zeemansgraf, benadrukt hij, maar “een aanzet tot inkeer en weerkeer”. De eerste deining wordt voelbaar. Technicus Willem trekt, achter zijn meters, schuiven en schakelaars, langzaam licht groen weg.

In de kajuit annex studio wordt gediscussieerd aan de kleine scheepstafel. Volgens programmamaker Roel van Broekhoven geeft veel zogenaamd radionieuws alleen maar een illusie van nieuws: “De man in Bangkok moet vertellen wat er in Korea gaande is, en vanuit Mexico wordt verslag gedaan van de gebeurtenissen in Guatemala.” Henk van Hoorn van de NOS: “Er zijn nog maar weinig mensen in Hilversum die een goede radiodocumentaire kunnen maken, of een goed life-verslag kunnen doen. Maar er is wel talent en daaruit kan nieuwe kwaliteit ontwikkeld worden.” Het schip maakt zijn eerste grote zwieper. Er wordt gepraat over de oprichting van een nieuwe radio V - een combinatie van VPRO en Veronica. Henk van Hoorn wil het liefst een totaal nieuwe organisatie, met vier zenders: voor informatie, voor pop, voor klassieke muziek en eentje waar alles mogelijk is. De radiochefs van de KRO en de NCRV bepleiten varianten daarop, waarbinnen ook nog de diverse levensbeschouwelijke stromingen tot hun recht kunnen komen. Jan Haasbroek, directeur van de VPRO radio, ziet het meest in een 'totale transfermarkt': “Laat alle programmamakers opnieuw solliciteren. Breng ze opnieuw bij elkaar, maar niet meer op levensbeschouwelijke maar op programmatische verwantschap.”

Programmamaker Rik Zaal: “De Nederlandse radio is zo kapot dat-ie niet meer te repareren is.”

Dan draagt de kok een blad vol dampende, versgebakken lekkerbekjes de benauwde ruimte binnen. Zeker de helft van de aanwezigen grijpt naar de maagstreek.

Minister d'Ancona is op een band te horen. Ze zet vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid waarmee de toekomst van de radio aan die van de televisie gekoppeld wordt. Ook de zenderkleuring moet volgens haar niet al te dwingend worden opgelegd: “Het zou toch een hele rare vertoning worden als iedereen op de manier van Veronica zou gaan werken?”

Tussen de middag komt een aantal schrijvers, dichters en muzikanten aan boord en daarna wordt er radio gemaakt zoals het volgens de VPRO-programmakers ook kan: een poetisch geheel van muziek, verhalen, dromen en geluiden. Naast het boek is radio het medium om illusies te scheppen. “Een storm hier op zee? Een paar albatrossen? We kunnen alle beelden voor u oproepen die u maar wilt,” zegt presentator Stan van Houcke, en mixt wat geluiden. “Een Hollands stadje 's avonds om zeven uur?” De luisteraar hoort voetstappen, een carillon en een paar duiven. Naar Australie? Het programma wordt gekoppeld aan de live-talkshow van Jerry Ganon. Erotiek? “Ik hoef deze cassette maar in te schakelen.” Het gehijg en gesteun mag er wezen. Alleen blijkt na enkele minuten dat het ditmaal geen bandje en geen illusie is, maar werkelijkheid: op een smalle brits in het naar dieselolie stinkende vooronder is het sportieve paar, dat alsmaar wat apart op het achterdek zat, wel degelijk druk bezig met 'de daad', terwijl NOB-technicus Frans er wat bedremmeld met zijn richtmicrofoon naast staat. Vermoedelijk de eerste life-sex in de radio-geschiedenis, een taboe dat de VPRO nog even vergeten had te doorbreken.

Even later staat het jonge echtpaar weer aan dek. Emmy en Cock de Jong heten ze, en ze maken ook video's. Emmy: “Wat de illusie voor de anderen is, is de werkelijkheid voor ons, en dat is toch wel een hele ideale combinatie.” Cock: “Is leuk, toch?”

Luid toeterend en fluitend komt de Johanna Louisa langsvaren, de reddingboot van IJmuiden, met wel vijftien springende en juichende jongetjes aan boord.