De auto en de rechter

VOOR DE TWEEDE maal binnen een jaar ligt het Openbaar Ministerie op een aanvaringskoers met de kantonrechters.

Na de boetes voor zwartrijden is nu de inbeslagneming van auto's na verkeersovertredingen de steen des aanstoots. Het OM-beleidscollege van procureurs-generaal heeft voorgeschreven dat zonder pardon verbeurdverklaring wordt gevorderd wanneer iemand vijftig kilometer of meer te hard heeft gereden.

Wanneer dit typerend moet heten voor de tegenwoordig zo nadrukkelijk gepresenteerde rol van het Openbaar Ministerie als spil van de strafrechtspleging dan kan de samenleving de borst wel nat maken. De beleidsregel is niet alleen onnodig star maar loopt ook juridisch klem. In het geval van leaseauto's kan bijvoorbeeld alleen verbeurdverklaring volgen wanneer de leasemaatschappij enigerlei weet kon hebben van onrechtmatig gebruik van haar eigendom. Dat is pas aannemelijk bij een verstokte recidivist.

VERBEURDVERKLARING is sinds 1983 ook nog speciaal gebonden aan de draagkracht van de bestrafte. Alleen al daardoor past geen automatisme. Met reden hebben diverse kantonrechters, bij wie nog altijd de beslissing over dit soort straffen ligt, terughoudend gereageerd. Door zo weinig oog te tonen voor het gebod van evenredigheid, dat nota bene rechtstreeks uit de wet volgt, doet het Openbaar Ministerie afbreuk aan het gezag van de rechtspraak dat het juist wordt geacht te dienen.

Bij het zwartrijden kon de blaam nog voor een deel worden gelegd bij de vreemde vakminister Maij-Weggen, die geen oog had voor verhoudingen in de strafmaat. De huidige verstoring van het justitiele evenwicht komt echter geheel uit eigen koker.