Aanloop

Veel ruimte hebben ze Jim Morrison niet gegund. Z'n steen ligt op de tweede rang, ingeklemd tussen de vervallen grafhuisjes die ook al dicht op elkaar staan gebouwd.

Van alle beroemde doden op de Parijse begraafplaats Pere Lachaise krijgt Morrison verreweg de meeste aanloop. Het is een beetje dringen voor wie een glimp wil opvangen van Jims laatste rustplaats. Echt rustig heeft hij hetdus niet. Maar wel gezellig. Dat kunnen Balzac, Chopin, Wilde, Zola en Piaf niet zeggen.

Hoewel zijn naam op de lijst met veel bezochte doden bij de ingang van de begraafplaats met graffiti is bewerkt, is het niet zo moeilijk om de popster temidden van de achthonderduizend andere doden te vinden.

We beginnen gewoon te lopen, want de lanen zijn breed en de kastanjes bloeien als nooit tevoren. Een rustige man veegt de blaadjes bij elkaar. Feuilles mortes. Dat er zoveel doden zijn.

Voor ons lopen jongens in leren jasjes en als ze afslaan gaan we mee. Een kleiner laantje dat met sierlijke bochten iets naar boven klimt.

In de zijmuur van een grafhuisje staat: 'Jim, I'll come'. We zijn in de buurt.

Er liggen verlepte en verse bloemen op zijn steen. 'Jim Morrison 1943- 1971'. Aan weerszijden zitten jongens en meisjes op de zerken van Morrisons buren. Ze kletsen wat, ze lachen wat, al blijft de stemming gedempt. Een man die aan het hoofd van Jims grf staat, gooit de schillen van z'n sinaasappel in het grafhuisje een paar stappen verderop. Een jongen neemt een flinke slok uit de wijnfles en geeft hem door. Langs de andere kant bereikt hem een stickie. Het zijn geen bezoekers, ze zijn er gewoon en blijven er. De levende beelden op Morrisons graf.