Zware vier ongecompliceerde kandidaat wereldtitel roeien; Het legendarische sprintvermogen

AMSTERDAM, 1 JUNI. Op papier en op het water is de sterkste Nederlandse roeiploeg van dit moment de vier zonder stuurman. De zware mannenploeg is dit jaar na internationale wedstrijden in Italie en Duitsland nog ongeslagen. Daarmee hebben de roeiers zich gevestigd als favoriet voor de wereldtitel. Als sterkste troef voor het goud geldt nu hun reeds legendarische sprintvermogen. “Maar er zit nog veel meer in die ploeg,” zegt coach Kees Verduin.

Vorig jaar bekroonde de ploeg een briljant wedstrijdseizoen met een zilveren medaille op de wereldkampioenschappen. Een daad van revolutionaire allure, want het was al zeven jaar geleden dat zware Nederlanders “blik trokken” in een boordroeinummer. Daarna waren het alleen scullers, roeiers met twee riemen per persoon, als Rienks en Florijn die medailles mee naar huis namen.

Het eenriemig succes is Sven Schwarz (27), Jaap Krijtenburg (22), Niels van der Zwan (23) en Bart Peters (25) niet in de schoot geworpen. Alleen de goedmoedige kolos Van der Zwan roeide onbezorgd en in slechts zes trainingsjaren naar de wereldtop. Hoewel ook hij tegenslagen in de sport kent. Een carriere als wielrenner werd door hem beeindigd wegens zijn veelvuldige valpartijen. Van der Zwan's ploeggenoten hebben als roeiers een minder rooskleurig verleden. Alle drie kregen zij te maken met teleurstelling en tegenslag.

Krijtenburg en Peters zijn gemankeerde scullers. De eerste werd in 1989 als jong Oranje-roeier officieus Europees kampioen in de dubbeltwee. Zijn ploeggenoot, Rutger Arisz, werd door hun coach Jan Klerks meteen doorgesluisd naar de nationale seniorenequipe en kon zich enkele maanden later kronen tot wereldkampioen in de zware dubbelvier. Voor Krijtenburg was in de Oranje-equipe dat jaar geen plaats. Vorig jaar moest hij daarom een enigszins pijnlijke overstap naar het boordroeien maken. “Boordroeien is stom hakken dacht ik als sculler,” zegt Krijtenburg. Ook Peters, een ambitieus skiffeur, liep stuk op een reeds complete scullersequipe. “Je stopt er veel in en dan komt er niets uit,” zegt Peters over zijn sportieve winter.

Een geval apart in de ploeg is slagroeier Sven Schwarz. Deze geeft al vier jaar voor andere roeiers het tempo aan. Ondanks deelname aan een eindeloze rij internationale toernooien en zelfs enkele finaleplaatsen bleef de grote doorbraak uit. Met 84 kilo is Schwarz nu de lichtste aan boord. Hewel hij 1.83 meter lang is, wekt hij door een licht gekromde houding een kleinere indruk. Schwarz staat bekend om zijn fanatische inzet en als een roeier die zijn coach verbazen kan.

“Wanneer beginnen we nou met echt trainen,” merkte hij op, juist toen coach Verduin de trainingsintensiteit wat wilde temperen. Deze moet zijn pupil ook controleren op de rustdag. “Sven is er niet, die is aan het hardlopen,” kreeg hij eens te horen.

Dat de inzet van Schwarz vruchten afwerpt, moest ook de legendarische boordroeier Stephen Redgrave drie weken geleden erkennen. Op de Kolner Regatta dacht de Brit 200 meter voor de finish en een lengte voor de Nederlanders in gewonnen positie te liggen. Een onbeschrijfelijke en zelfs arrogante rush sprintte Schwarz c.s. nog voor de meet langs de Britse vier. De ploeg demonstreerde zo nogmaals meer dan overtuigend zijn sterkste kant: de eindsprint.

De roeiers schrijven het sprintvermogen toe aan slag Schwarz (“een driftkikker die ons dikbillen op kan zwepen”) en aan het onderling heersende vertrouwen. Dit vertrouwen berust op de gezamenlijk bereikte en lang verwachte erkenning in de roeisport. Bovendien verkeert de ploeg in een vlekkeloze winning mood. Een crisis of blessures zijn nog uitgebleven.

Voorlopig wil de vier alleen maar hard roeien en niet zeuren. Ook op de training jengelen de atleten nog om een paar harde startjes te mogen maken. Dat de roeitechniek daarbij niet tot de sterkste kant van de ploeg behoort, een punt van zorg en optimisme voor de coach, deert de roeiers nauwelijks. “Als je wint is het altijd goed volgens mij,”

is het ongecompliceerde commentaar van Van der Zwan. “Je bent wel even bezig als je uit probeert te leggen dat er technisch nog veel te verbeteren valt,” klaagt coach Verduin. “Maar een voordeel is dat ze fouten niet bij elkaar gaan zoeken. Ze willen gewoon doorroeien.”