ZUID-AFRIKA

Een kwestie van overleven. Notities over Zuid-Afrika door J.A.A. van Doorn 134 blz., Meulenhoff 1991, f 24,50 ISBN 90 290 2981 1

Met de vrijlating van Nelson Mandela en de legalisering van het ANC leken de contouan een 'nieuw' Zuid-Afrika in zicht te komen. Inmiddels geeft de situatie weinig aanleiding meer tot optimisme. Het geweld in de zwarte townships laait op, de dialoog tussen het ANC en de regering-De Klerk is afgebroken. ''1990,'' schrijft de socioloog en publicist J.A.A. van Doorn, ''markeerde niet het begin en nieuwe orde, maar van een interregnum.''

Van Doorn, die het land in 1986 en 1990 bezocht, beschrijft aan de hand van persoonlijke bevindingen hoe Zuid-Afrika, het 'stinkdier onder de naties', 'dit tragische land', zich probeert te ontworstelen aan het knellende apartheidssysteem. Van Doorn gebruikt de dekolonisatie van Nederlandsch-Indie als referentiekader. Het kernthema van de bundel is dan ook 'dekolonisatie in eigen land'. De aanwezigheid van een sterke blanke kolonie in een overwegend door zwarten bevolkt lanbood, volgens Van Doorn, de blanken de gelegenheid een blanke staat op te bouwen buiten de zwarte meerderheid om. Met behulp van die blanke staat werd de bestaande segregatie kunstmatig en systematisch bevestigd en verscherpt, met als eindresultaat een kastenmaatschappij op raciale basis, of beter: binnenlands kolonialisme.

Nu het einde van deze koloniale relatie in zicht komt,schetst de auteur een somber toekomstperspectief. De naderende integratie van zwarten in het politieke systeem hoiet te leiden tot een daadwerkelijke democratie. Bovendien zal de erodering van het apartheidsbestel een nieuwe tegenstelling doen onstaan tussen een blanke en zwarte middenklasse enerzijds en een massa zwarte werklozen anderzijds. Wie wil weten hoe Zuid-Afrika er over enkele tientallen jaren uitziet, zo houdt Van Doorn zijn lezers voor, kan naar Latijns Amerika reizen waar ondanks een raciaal gentegreerde maatschappij naar Westers model massale armoede en onrust zijn blijven voortbestaan.

e op gang gebrachte politieke veranderingen betekenen evenwel niet dat de 'koloniale elite' zich op dit moment terughoudend opstelt.

Integendeel: het politieke bedrijf draait op volle toeren, de veiligheidsinstanties maken overuren en het bedrijfsleven wordt bij de gang van zaken betrokken. Blanken geven nog steeds de toon en het tempo van de verandering aan. Om die reden orienteert Van Doorn zich op de blanke minderheid, in het bijzonder de Afrikaners. Als dominant machtsblok zijn zij niet alleen de eerst verantwoordelijken, maar hebben ook de sleutel van de toekomst in handen.

Tegelijkertijd lijden de notities hierdoor aan een zekere onevenwichtigheid. Zo wordt de vakbond in de analyse van de economische revolutie geen rol van betekenis toegedicht. Het massale verzet onder de bevolking aan het eind van de jaren tachtig en het internationale isolement waardoor het slagschip van de apartheid uiteindelijk averij ma, wordt tussen neus en lippen genoemd. En er wordt nauwelijks aandacht geschonken aan progressieve politieke organisaties, noch aan de inhoudelijke ideeen over een nieuwe constitutie. Deze laatste zijn toch bouwstenen voor een toekomstige democratische samenleving.

De positie van de 'gekoloniseerden' is dan ook niet bepaald genuanceerder beschreven, en dat roept de vraag op of deze notities bijdragen tot een beter begrip van de complexe politieke en sociale veranderingen waaraan de Zuidafnse samenleving onderhevig is.

''Blanken moeten leren te luisteren, zwarten moeten leren te spreken,'' citeert Van Doorn de zwarte dichter en ANC-lid Wally Serote. Had Van Doorn Serotes raad ter harte genomen, dan zou hij zich niet alleen hebben verlaten op krante-artikelen en bezoeken aan blanke bolwerken zoals de ten noorden van Kaapstad gelegen militaire academie, waar de schrijver wordt verwelkomd door ''enige opperofficieren, blank en Afrikaner zoals nagenoee cursisten die ik naderhand te zien krijg. Dan de lunch: een paar roetzwarte messbedienden gaan geruisloos rond, in rode uitmonstering. (..) De gastvrijheid van de Afrikaners is niet van personeel afhankelijk. Ze zijn het traditioneel, op de manier van onze voorouders: warm, nauwgezet, onvermoeibaar en persoonlijk gericht.''