Wim Jansen; Den Bosch zal morgen maar net een goede dag hebben

Sinds Wim Jansen begin maart aan de slag ging bij Ferd heeft hij bewezen een vakman te zijn. Na een aarzelend begin, in een fase dat de degradatiezone angstvallig dichtbij kwam, maakt het elftal nu al weken vorderingen. Met als voorlopige apotheose morgen de bekerfinale in een uitverkocht stadion tegen BVV Den Bosch. De rentree van Jansen in de Kuip is een heel andere dan toen hij in het seizoen 1981-1982, gehuld in het Ajax-shirt, werd begroet met een ijsbal. Het Rotterdamse publiek zag hem als een verrader nadat hij vele jaren het symboolwas geweest van het onverzettelijke Feyenoord. Jansen kwam verder uit voor de Washington Diplomats. Als hulptrainer was hij al werkzaam bij Feyenoord, als hoofdtrainer bij Lokeren. De afgelopen jaren fungeerde Wim Jansen in de hoedanigheid van technisch directeur bij SVV.

Waarom durfde je het aan bij Feyenoord in dienst te treden? Het elftal leek begin maart rijp voor de eerste divisie.

Ik heb eerlijk gezegd weinig tijd gehad om erJH)over na te denken. Toen directeur Martin Snoeck mij de dinsdag na de 6-0 nederlaag van Feyenoord tegen PSV belde, kreeg ik precies een uur de tijd om te beslissen. Ik had toestemming nodig van John van Dijk (eigenaar SVV, red.), maar dat zou hij wel regelen. Op het moment dat zo'n verzoek je bereikt laat je toch je Feyenoord-hart spreken. Als het een andere club was geweest,had ik het waarschijnlijk niet gedaan. Bij Van Dijk moet het trouwens ook een rol hebben gespeeld dat het om Feyenoord ging.

Wat waren je eerste indrukken op de training?

Die eerste dag heb ik assistent Geert Meijer het werk laten doen. Ik ben langs de lijn gaan staan en het enige wat ik deed was kijken. Ik constateerde dat een aantal spelers een groot gebrek aan zelfvertrouwen vertoonde. Er was binnen het elftal te weiig coaching, te weinig organisatie. Sommige spelers liepen er verloren bij. Ik heb geprobeerd in een korte tijd mijn eigen ideeen te projecteren op het elftal. Dit in samenspraak natuurlijk met de spelers, want van hen ben je als coach toch afhankelijk. Ik ben net als Cruijff een voorstander van aanvallend voetbal met vleugelspitsen. Zo speelde Feyenoord soms al, maar je moet wel de goede combinaties binnen het elftl vinden. Het debuut, tegen Willem II, was dramatisch. Ik stelde per ongeluk een buitenlander (Farrington) te veel op. Slechter kun je als coach niet beginnen. Maar ik heb me er niet door laten benvloeden. Later had ik het geluk dat de herstelde voorstopper John de Wolf elke week beter ging spelen. Bewust gaf ik iedereen steeds mijn vertrouwen. Ik week niet meer af van het elftal dat ik mijn hoofd had. Tege RKC verloren we met 1-0 en speelden we een heel slechte wedstrijd. Je kunt dan wel vijf wijzigingen aanbrengen in het elftal, maar dat heeft geen zin.

Een speler heeft het vertrouwen van een coach nodig. Voetballen is durven. Wanneer je als linksbuiten geen man durft te passeren, houdt alles op. Ik zie liever een dieptepass dan een tkje breed. Want dat vind ik geen oplossing. En als het misgaat is dat het risico van het vak.

Wat ontbreekt er nu nog aan dit team?

In de aanval ontwikkelt Gaston Taument zich goed. Regi Blinker heeft meer tijd nodig, maar hij is nog jong. We missen een scorende spits.

Een speler als Kieft. Helaas is Wim voorlopig onbetaalbaar voor Feyenoord. Ik zou Piet Keur (SVV, red.) weer naar de Kuip kunnen halen. Maar met een speler van dat kaliber komt Feyenoord niet terug aan de top. Veel hangt af van morgen. Als je echt Europees gaat spelen heb ik een groep nodig van achttien tot twintig bruikbare krachten. Op dit moment zit ik met een overschot aan buitenlanders. Voor de positie van tweede buitenlander (Sabau is boven elke twijfel verheven, red.) heb ik drie alternatieven: Kiprich, Farrington en Griga. Als we de beker winnen dan komt er misschien geld los om wat aan de personele problemen te doen. Die wedstrijd van morgen is dan ook van groot belang.

Heb je een doel voor ogen met Feyenoord?

Ik wil naar het hoogst haalbare streven en dat is een plaats in de Europese top. Dat lukt natuurlijk niet in een jaar. Ik ga ook niet roepen dat we volgend seizoen kampioen worden. Als we ons kwalificeren voor internationaal voetbal is dat al heel wat. Het Europa Cup II-toernooi kan aantrekkelijk zijn. Maar je moet ook gunstig loten.

Voor hetzelfde geld tref je Tottenham Hotspur in de eerste ronde. Maar we moeten eerst nog van Den Bosch zien te winnen. Die ploeg moen we niet onderschatten. Dat Den Bosch anoniem meedraait in de eerste divisie, zegt me weinig. Het elftal staat in de finale en daar moet je je conclusies uit trekken. Door teams als Vitesse en Roda uit te schakelen heeft Den Bosch bewezen incidenteel te kunnen pieken. Het elftal is sterk in de counter. Het zal morgen maar net een goede dag hebben.

Wat voor waarde hecht jij aan de inbreng van jeugdspelers?

Het is voor de toekomst van Feyenoord heel belangrijk dat er eigen kweek doorbreekt naar de selectie. Met een paar gerichte aankopen kun je dan de rest van je elftal aanvullen. Het betekent voor de jongeren bij Feyenoord ook een stimulans als bijvoorbeeld Taument laat zien dat hij een talent is. Ze weten dan dat ze er zelf ook een schepje bovenop moeten gooien om niet buiten de boot te vallen. Zolang ik in de Kuip werkzaam ben, wil ik jeugdspelers langzaam inpassen. Daarvoor ben ik bereid risico's te nemen. Het elftal moet natuurlijk wel goed draaien, want anders maak je zo'n jongen kapot. Het kan best zijn dat het een jaartje duurt voordat een bepaalde jonge speler zijn draai heeft gevonden in het elftal. Ik heb nog te weinig tijd gehad om de jeugdopleiding van Feyenoord goed door te lichten. Maar als ik naar de resultaten kijk moet de kwaliteit zeer redelijk zijn. Het eerste B-juniorenteam staat voor de vierde achtereenvolgende keer in de finale van het Nederlands kampioenschap dat het al drie keer heeft gewonnen. Onze opleiding zou net zoveel vrchten moeten afwerpen als de school van Ajax. Maar we moeten naar een eigen model zoeken en niet copieren. Het belangrijkste is de begeleiding. Dan heb ik het over het onderwijs, en het trainen op techniek, kracht en snelheid.

Je zit in een commissie die namens de werkgeversorganisatie FBO adviezen geeft over een landelijke B-jeugdcompetitie voor profclubs.

Het sectiebestuur kwam maandag op de algemene vergadering met een voorstel om tevens de amateurclubs op dat niveau in te passen.

Zo staat het ook in de nota 'Voetballen in 2000'. Maar het is volledig in strijd met ons advies. Als je het topvoetbal, waar toch de meeste belangstelling naar uitgaat, wilt verbeteren zul je nu al bij de jeugd meer weerstand en strijd moeten kweken. Dat bereik je niet in een competitie met 72 verenigingen waarin de betaalde clubs elke week met 10-0 van de amateurs winnen. De jeugdspelers die tegenwoordig naar het eerste elftal doorstromen beheersen de meest elementaire zaken van het voetbalsel niet. Die moet je ze dan aanleren en dat kost onnodig veel tijd. Vroeger ging een jongetje na schooltijd om vijf uur op straat voetballen. Tegenwoordig pakken ze een videootje. Dat is een normaal levenspatroon geworden, maar het gaat ten koste van het voetbal. De jonge spelertjes doen hun basistechniek alleen nog op bij de club en als daar de begeleiding en de competitie achterblijft, gaat zich dat later wreken aan de top.

Het sectiebestuur betaald voetbal voert als argument aan dat een B-jeugdcompetitie niet haalbaar is als de amateurs hun medewerking niet verlenen.

Ik word ziek van zo'n standpunt. Het is puur politiek, wat het sectiebestuur bedrijft. Het eigenbelang staat voorop. Het voetbal in Nederland dient in 2000 van een hoog niveau zijn. Dan moet je nu beginnen anders ben je te laat. We moeten uitkijken niet het tweede Denemarken van Europa te worden. De Zuideuropese voetbalclubs zullen met alleen maar hogere budgetten gaan werken en een bedreiging vormen voor onze talenten. Met goede spelers van eigen bodem zorg je voor (sponsor)inkomsten zodat je nog enig tegenwicht kunt bieden. Het wordt ook belangrijk om in beeld te blijven op de Europese tv-netten. In Duitsland kun je zelfs al tegen betaling een voetbalwedstrijd zien.

Wel, er is niemand die een competitieduel uit Luxemburg aanvraagt.

Je wordt vaak in verband gebracht met Cruijff. Hoe komt dat eigenlijk?

Johan en ik speelden al samen toen we achttien jaar waren, in de UEFA-jeugd. Later troffen we elkaar weer bij de Washington Diplomats en Ajax. In de Verenigde Staten trokken we bij elke uitwedstrijd met elkaar op. Onze ideeen over voetbal verschillen niet zoveel. Dat bleek al in 1974, toen we op het WK met het Nederlands elftal uitvoering gaven aan de meest ideale speelwijze: totaalvoetbal, vooral op de helft van de tegenstander. Het was in die groep van '74 een combinatie van dezelfde denkwijze over voetbal en elkaar op het juiste moment aanvoelen. Iedereen was bereid zich op te offeren voor een ander.

Bepaalde spelers, zoals ik, maakten zich ondergeschikt zodat anderen, zoals Cruijff, beter konden functioneren. Johan en ik hebben om de twee maanden nog telefonisch contact. Ik kan me voorstellen dat hij mijn naam heeft laten vallen voor de functie van bondscoach. Maar met mij heeft hij daar nooit over gesproken.

Heb je de teloorgang van SVV zien aankomen toen je daar nog in dienst was?

Je hoopt dat het niet gebeurt. Het probleem is, dat in voetbal per dag alles kan veranderen. Toen ik bij SVV werkte was er toch een redelijk draagvlak. Maar als er steeds meer sponsors afhaken valt de basis van het bestaan weg. En ik kan me voorstellen dat Van Dijk niet alleen de gaten kan dichten. De fusie met Sparta speelde al tijdens mijn verblijf bij SVV. Dat vond ik geen slechte oplossing, want op Spangen kampen ze een beetje met dezelfde problemen. Als je de teams van Sparta en SVV bij elkaar zet krijg je een stabiele selectie. Maar deze samensmelting is niet doorgegaan omdat bij velen de sentimenten de overhand kregen. Dat was verkeerd. Mensen die hun gevoel laten overheersen denken nooit aan de problemen van een begroting. Overigens ben ik niet een rat geweest die het zinkend schip verliet. Toen ik de overstap maakte van Harga naar de Kuip stond SVV hoger dan Feyenoord.

Hoe sta jij tegenover het vertrek van Martin Snoeck als directeur van Feyenoord?

Ik kon met hem goed samenwerken. Voor mij ontstaat er nu een onzekere situatie. Ik had met Snoeck afgesproken dat we na morgen zouden praten over mijn toekomst bij Feyenoord. Het is voor mij belangrijk om te weten wie de opvolger wordt van Snoeck. En ook of ik aan hem verantwoording moet afleggen. Het zijn zaken die ik mee laat wegen in mijn beslissing of ik bij Feyenoord blijf. Er ligt een toezegging dat ik m'n eigen functie mag invullen. Dat zegt me allemaal weinig zolang er in de organisatie en op financieel gebied nog te veel vraagtekens zijn.