Wie wil een gehandicapte hoogleraar in de bollen?; Afschaffing in WAO van 'passende arbeid' roept meer vragen op dan het oplost

DEN HAAG, 1 JUNI. De misselijk geworden computerprogrammeur rijdt in een ijscowagen in de buitenlucht. De chirurg met hernia tekent recepten af. De overspannen wetenschappelijk medewerker gaat de kassen in. Als het plan werkt, dan zouden alle problemen die niet-WAO'ers met de WAO hebben als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Dezer dagen wordt in de Sociaal Economische Raad (SER) heftig gepraat, gedacht en gerekend over een voorstel van vier onafhankelijke Kroonleden uit die raad: het afschaffen van het begrip 'passende arbeid' in de WAO-regeling. Dat zou de toverformule zijn die werkgevers en wknemers op een lijn zou kunnen brengen over de vraag hoe de kosten voor de arbeidsongeschiktheidsregelingen drastisch kunnen worden verminderd. Want geld, dat is waar het in de WAO-discussie uiteindelijk toch om draait, alle bewogen woorden over 'integratie' en 'sociaal onaanvaardbare situatie' ten spijt.

Vanuit dat oogpunt bekeken lijkt het plan op het eerste gezicht ideaal. Volgens berekeningen van het Centraal Plan Bureau (CPB) zou de maatregel een besparing van 2,5 tot 6 miljard gulden opleveren. Het kabinet zette in het voorjaar een emmer vol plannen bij de SER, met de opdracht: het maakt niet uit wat jullie doen, als je op ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid maar een bedrag van 3,8 miljard gulden bespaart. De CPB-berekening komt daar aardig dicht in de buurt. Het kabinet kan dus gelukkig zijn. En ook de werkgevers. Bezuiniging op de sociale verzekeringen is immers minder druk op de loonlasten. En de vakbeweng? Ach, die kan langzamerhand toch geen kant meer op.

De politiek heeft de discussie rond de WAO verengd tot geld. Eind vorige maand werd dat goed duidelijk gemaakt. 'Aanstellers' noemde CDA-fractieleider Brinkman de WAO'ers. En hij dreigde het kabinet te laten ontploffen als er niet onmiddelijk werd ingegrepen in de WAO.

Toen kwam CDA-minister De Vries (sociale zaken) uit de hoek. De WAO moet worden afgeschaft en vervangen door een basisuitkering, was ijn voorstel. Zijn eigen staatssecretaris Ter Veld (PvdA) verzette zich : “Dan moet je eerst mij afschaffen”. Maar de uitspraken van PvdA'ers als minister Kok (financien) en Woltgens (fractievoorzitter) maakten de zaak er niet rustiger op. Kok voelde wel voor de WAO als een tijdelijke uitkering en Woltgens meende dat “pijnlijke ingrepen in de WAO onvermijdelijk zijn”.

We zijn in Nederland, dus de soep werd niet zo heet gegeten als hij eind april werd opgediend. Maar de boodschap was duidelijk: als de SER zo meteen met een erdeeld advies komt, dan neemt de politiek het heft in eigen handen en de vakbeweging heeft het nakijken.

Voor de vakbeweging is het grote 'voordeel' van het plan van de Kroonleden dat de WAO als regeling ten minste blijft bestaan. “We schrappen het begrip passende arbeid” klinkt wat zachter als je met je achterban moet praten dan de medeling “de WAO wordt afgeschaft”.

Maar hoe ziet het er uit op het tweede gezicht? Wordt de WAO op een verkapte manier niet toch afgeschaft? Wt zijn de consequenties van het plan van de Kroonleden? De meeste grote FNV-bonden verwierpen het plan gisteren met de kwalificatie 'schijnoplossing'. “Je kunt mensen wel verplichten om werk beneden hun niveau te gaan doen, maar dan moeten die banen er wel zijn”, zei een woordvoerder van de Bouw- en houtbond FNV. De vraag is dus of de mensen niet gewoon van de ene uitkering naar de andere worden overgelepeld. En de volgende vraag is of dat wel zo'n grote beparing oplevert. “De WAO'ers schieten er niets mee op”, is het standpunt van de Dienstenbond FNV. “Ze blijven buiten de boot vallen en verkassen alleen van de WAO naar de goedkopere WW en duikelen daarna de bijstand in. Dat levert dus een besparing op. Maar het aantal mensen dat buiten de arbeidsmarkt valt blijft per saldo even groot.”

Alleen als er drastisch iets aan de uitvoeringspraktijk van de WAO verandert zou het plan enige zoden aan de dijk kunnen zetten. Maar de verhalen van WAO-ers klinken tot nu toe anders. Er wordt weinig tot niets gedaan om hen weer aan de slag te helpen. Het ontbreekt aan omscholing. En anders ligt het probleem wel bij het solliciteren, want wie wil er nu een WAO'er zonder ervaring? En straks luidt de vraag: Wie wil er een gehandicapte hoogleraar in de bollen? En: is omscholing naar een lagere functie mogelijk?

Een ander punt is het verdringingseffect. Als hogere functionarissen lager gekwalificeerd werk gaan doen, wat moeten de lager gekwalificeerden dan? Nu zllen er in de praktijk weinig hoogleraren bollen gaan pellen. Ook omdat er relatief weinig hoogleraren zijn.

Maar stel dat de hoogleraar met zijn inkomen van een ton bollen gaat pellen. Of de computerdeskundige met 80.000 gulden per jaar opeens op de vrachtwagen moet? Krijgt hij of zij dan nog een WAO-uitkering die het salaris aanvult tot 70 procent van het oude inkomen, of niet? Is dat wel zo, dan gaat de nieuwe regeling meer geld kosten dan de Kronleden misschien vermoeden. Nu is het zo dat er een maximum dagloon bestaat van 274 gulden.

En hoe moet een mens zich een WAO zonder het begrip 'passende arbeid' precies voorstellen? “Arbeid die berekend is op krachten en bekwaamheden en in billijkheid is op te dragen gezien opleiding en vroeger beroep”, zo luidt de wettelijke definitie van het begrip. Bij de werkloosheidsregelingen wordt 'passende arbeid' afgemeten an zaken als vooropleiding, loonhoogte, woon-werk afstand. Hoe langer de werkloosheid duurt hoe meer banen 'passend' kunnen worden geacht. Bij de WAO ligt dat anders: De WAO verzekert geen arbeidsongeschiktheid maar de financiele gevolgen daarvan. De Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) kijkt of een arbeidsongeschikte gezinsverzorgster in 'billijkheid' nog kan worden omgeschoold tot buschauffeur. Verdient ze op de bus minder dan met het wassen van zieken, dan bepaalt dat verschil in inkomen de mate waarin de gezinsverzorg(H)ster arbeidsongeschikt wordt verklaard. Maar wat als deze 'billijkheid' in de WAO wordt afgeschaft? Hoe schat men de mate van arbeidsongeschiktheid dan? En: ontstaat er niet een oneerlijk verschil tussen de 'gewone' werkloze, die rechten kan doen gelden en een arbeidsongeschikte werkloze die in principe tot alles gedwongen kan worden?

Volgens cijfers van de GMD is het grootste deel van de arbeidsongeschikten geen hoogleraar, chirurg of computerdeskundige maar metselaar, cassiere, of fabrieksarbeider. Vijfennegentig procent van de WAO'ers zit al in de laagste functieniveaus. Waar zit dan de 'opbrengst' van het Kroonledenplan, behalve in het uitkleden van WAO'ers? De enige conclusie die men kan trekken is dat het plan dat zo charmant leek in zijn eenvoud, uiteindelijk meer vragen opwerpt dan het oplost.

En dan nog iets: als prostitutie binnenkort een erkende bedrijfstak wordt, moet een verpleegster of een bankdirectrice met rugklahten dan 'toegeleid' en 'geherorienteerd' worden om in het vervolg 'liggend'

haar brood te verdienen?