Vorige week had ik het over een variant van het ...

Vorige week had ik het over een variant van het damegambiet die eerst de Westphalia-variant werd genoemd en later de Manhattan-variant.

Dacht ik dat u niets beters te doen had dan u te verdiepen in vergeten namen van oude varianten? Nee, het was alleen maar om te kunnen schrijven: 'De jonge generatie kent de variant nu onder de naam D 38 20-21.' Nostalgische klacht van een schaker die is opgegroeid in een tijd dat varianten nog namen hadden en een geschiedenis, en niet alleen maar nummers. Maar de redactie bedacht dat schakers misschien niet goed wijs waren, maar zo gek dat ze de Manhattanvariant nu D 38 20-21 zouden noemen, dat kon niet en moest een vergissing zijn, en om me tegen mezelf in bescherming te nemen streepte ze de zin weg. Niet geheel onbegrijpelijk, moet ik toegeven.

Het was een beetje onverntwoordelijk om vorige week alle ruimte te besteden aan een frivool Nederlands prettoernooi op een schip, terwijl elders in de wereld bloedernstige wedstrijden gespeeld werden. Het belangrijkste was dat in Munchen. Het sterkste dat in deze eeuw op Duitse grond gespeeld is, zeiden de organisatoren. Tegelijk werd in Londen het traditionele Watson, Farley & Williams toernooi gespeeld.

In de afgelopen jaren drie keer gewonnen door Larsen. Deze keer eindigde hij in de middenmoot. Speelt Larsen nog wel eens of heeft hij zich geheel teruggetrokken? vroeg iemand me deze week. Als je een keer niet wint, denken ze dat je dood bent.

Het Londense toernooi (gewonnen door de in Duitsland wonende Rus Chalifman en de Engelsman Watson, geen familie van de sponsor) was iets minder sterk dan dat in Munchen, maar er werd een partij gespeeld die ik u niet onthouden mag. De partij won de schoonheidsprijs. Een moderne schoonheidsprijs, meten na het toernooi toegekend, niet zoals vroeger na wekenlange studie door een deskundige jury. Over de correctheid van wits onderneming is het laatste woord dus nog niet gesproken, maar een bijzonder spektakel is het zeker.

Wit Wells-zwart Conquest 1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 c7-c6 3. Pg1-f3 Pg8-f6 4. Pb1-c3 e7-e6 5.

e2-e3 Pb8-d7 6. Lf1-d3 d5xc4 7. Ld3xc4 b7-b5 8. Lc4-d3 b5-b4 9. Pc3-a4 c6-c5 10. e3-e4 c5xd4 11. Ld3-b5 Een nieuw idee 11...Dd8-a5 12. Lb5-c6 Ta8-b8 13. 0-0 e6-e5 Nu moet wit met iets bijzonders komen o zijn pionoffer te rechtvaardigen. Hij vindt een verbluffende zet. 14.

Lc1-f4 Keene schreef in The Spectator dat hij, toen hij de partij voor het eerst zag, bij deze zet aan een drukfout dacht. 14...Lf8-d6 Zwart waagt het niet het offer aan te nemen. Na 14...exf4 15. e5 Pd5 16.

Pxd4, met de dreiging 17. Pb3, heeft wit inderdaad geweldige aanval. 15. Lf4-g3 Ld6-c7 16. Ta1-c1 0-0 17. b2-b3 Tf8-d8 18. Lb5xd7 Pf6xd7 Weer lijkt het of zwart de pion zonder groot gevaar kan houden, maar weer heeft wit een verrassing voor hem. Een diep berekend dameoffer.

19. Pf3xd4 Pd7-f6 20. Pd4-c6 Hier hadden beide spelers volgens Keene nog slechts twee minuten bedenktijd voor de volgende twintig zetten.

Begrijpelijk, want de complicaties in de voorafgaande fase waren bijna ondoorgrondelijk. Het gevolg is wel dat er aan de rest van de partij enige schoonheidsvlekjes kleven. 20...Td8xd1 21. Tf1xd1 Da5-b5 22.

Pc6xb8 Zie diagram 1

Nu blijkt de pointe van wits offer. Door de zwakte van zijn onderste rij kan zwart niet 22...Dxb8 pelen, want dan komt 23. Lxe5 en wit komt in groot voordeel. Maar ook zwart heeft nog een troef. 22...Lc8-g4 Als nu de witte toren weggaat kan zwart het paard wel nemen. 23. Tc1xc7 Lg4xd1 24. Tc7-c8+ Pf6-e8 25. Pb8-c6 h7-h5 Na 25...Kf8 26. Pxe5 zou wit een goede stelling hebben, maar na de zet die hij verkiest had het nog slechter moeten gaan voor zwart. 26. h2-h4 Met simpel 26. Txe8+ Kh7 27. Td8 Dxc6 28. Txd1 had wit een stuk gewonnen. Ook dan zo de strijd na 28...Dc2 nog lang niet gestreden zijn. 26...Kg8-h7 27.

Tc8xe8 Db5xc6 28. Te8xe5 f7-f6 Zwart had meteen met 28...Dc2 op tegenaanval moeten spelen. In razende tijdnood laat zwart zich in het vervolg de ene pion na de andere afnemen. 29. Te5-e7 Ld1-g4 30. f2-f3 Lg4-e6 31. Te7xa7 Kh7-g6 32. Kg1-h2 Le6-f7 33. Ta7-c7 Dc6-b5 34.

Pa4-c5 Db5-e2 35. Pc5-d7 Kg6-h6 36. Pd7xf6 g7xf6 37. Tc7xf7 De2xa2 38. Tf7xf6+ Kh6-g7 39. Tf6-b6 Da2xb3 40. Lg3-d6 Hier overschreed zwart de tijd. Zijn stelling was verloren. Wit wint eerst pion b4 en leidt dan zijn vrijpionnen naar dame.

Het toernooi in Munchen was een prachtig succes voor de Amerikaan Larry Christiansen, die 9,5 uit 13 maakte en 1,5 punt voor bleef op Beljavski, Hertneck, Hubner en Gelfand. Ook Christiansen woont tegenwoordig in Duitsland. Doordat alle teams in de hoogste klasse van de Bundesliga buitenlandse sterren aankopen, is Duitsland een schaakimmigratieland aan het worden. Zoals altijd verblufte de Indier Anand weer door zijn snelle spel. Hij haalde 7 uit 13, niet slecht, maar de manier waarop zijn score was opgebouwd doet het ergste vrezen voor zijn match tegen Karpov: 5 uit 6 tegen de ondersten, 2,5 uit 7 tegen de top. Maar tegen Beljavski, die hem eerder dit jaar in Linares op onverklaarbare wijze was ontsnapt, won hij een mooie partij.

Wit Beljavski-zwart Anand 1. d2-d4 d7-d6 2. e2-e4 Pg8-f6 3. Pb1-c3 g7-g6 4. f2-f4 Lf8-g7 5.

Pg1-f3 0-0 6. Lc1-e3 b7-b6 7. e4-e5 Pf6-g4 8. Le3-g1 c7-c5 9. h2-h3 Pg4-h6 10. d4-d5 Lc8-b7 11. Dd1-d2 Ph6-f5 12. Lg1-h2 Wits centrum lijkt sterk, maar zwarts volgende actie laat zien dat het kwetsbaar is. 12...d6xe5 13. f4xe5 e7-e6 14. 0-0-0 e6xd5 15. Pc3xd5 Pb8-c6 16.

c2-c3 Pc6-d4 17. Pd5-f6+ Lg7xf6 18. c3xd4 Lf6-g7 19. d4-d5 c5-c4 20. Lf1-e2 Ta8-c8 21. Kc1-b1 Lg7-h6 22. Lh2-f4 Lh6xf4 23. Dd2xf4 Lb7xd5 24. h3-h4 Zwart heeft een pion gewonnen, maar belangrijker is dat zijn aanval in het vervolg sneller loopt dan die van wit. 24...c4-c3 25.

b2xc3 Tc8xc3 26. h4-h5 Pf5-e3 27. Pf3-g5 Dd8-c7 28. Pg5xh7 Zie diagram 2

Als wit nog even tijd zou hebben kon hij ook mat geven, maar die tijd is hem niet vergund. 28...Tc3-b3+ Wit gaf op. Na 29. axb3 komt 29...Dc2+ 30. Ka1 Dc3+ gevolgd door mat.