Vonk ontbreekt bij Richard Goode

Concert: Richard Goode, piano. Programma: Beethoven: Sonate Pathetique opus 13; Brahms, Vier Klavierstucke opus 119; Schubert: Sonate in A opus post. D 959.

De Amerikaanse pianist Richard Goode, gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw de vervanger van Murray Perahia die een ontsteking aan zijn duim heeft, liet tijdens zijn recir geen twijfel over bestaan dat hij meer dan louter een goed vakman is. Maar dat hij, zoals de vermaarde criticus Harold C. Schonberg in The New York Times schreef, zich “in the company of the blessed view” bevindt, kon ik althans hier niet aan zijn spel afhoren. Maar ook een eminent musicus kan als hij, zoals Goode, onvoldoende tijd heeft om zijn concert voor te bereiden terlen op routine, zodat wat doorweefd en echt zou moeten klinken nu net de vonk mist die het geheel muzikaal zin en betekenis geeft.

Op Goode's vertolking van Beethovens Sonate Pathetique viel formeel eigenlijk nauwelijks iets aan te merken. In het eerste deel liet hij de tempi van het Grave en het Allegro wat overdreven contrasteren, waardoor het begin te veel dramatiek kreeg en het snelle vervolg al te gedrongen klonk. Belangrijker dan dit gemis was echter het ontbreken van enige werkelijke bezieling.

In Brahms Klavierstucke,H)staande uit drie Intermezzi en een Rhapsodie, kon men Goode's subtiel gevarieerd toucher bewonderen. Hij droeg de diverse delen echter voor met een net iets te grote dosis gepaste ernst, waardoor weer eens te meer eerder de degelijkheid van de componist dan diens innerlijke passie werd belicht.

In Schuberts Sonate in A, in technisch en muzikaal opzicht een piece de resistance, gaf Goode eindelijk blijk van een persoonlijke visie.

Het Allegro speelde hij op eigenzinnigjze, met flair en een brille als gold het een pianistisch huzarenstuk van Franz Liszt. En al is een dergelijke vertolking in stilistisch opzicht misschien niet puntgaaf, boeien doet die zeker. Trouwens in het Andantino en het Scherzo kwam de echte innerlijk bewogen Schubert wel degelijk aan bod. Zo kreeg ik tenslotte de indruk dat Goode muzikaal gezien mogelijk veel meer in zijn mars heeft dan hij gisteren waarmaakte.