Urenco krijgt 'gedoogverklaring'

DEN HAAG, 1 JUNI. Urenco Nederland, de fabriek in Almelo die uranium verrijkt voor de produktie van brandstof voor kerncentrales, mag doorgaan. Minister Andriessen (economische zaken) heeft in overleg met zijn collega's van VROM en Sociale Zaken besloten Urenco een 'gedoogverklaring' te verlenen omdat de Raad van State op 17 maart een vergunning voor uitbreiding van de fabriek had vernietigd.

Belangrijkste reden oor de beslissing van de Raad van State was dat de overheid in 1978 bij de vergunningverlening vormfouten had gemaakt.

Bezwaren van een aantal milieugroeperingen tegen de uitbreiding van de verrijkingsfabriek zijn toen niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de Raad van State hadden de betrokken ministeries die bezwaren toen wel serieus moeten behandelen.

Andriessen schrijft in een brief aan Urenco dat nu zo snel mogelijk een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd voor de uitbreiding van de vierde eenheid van de fabriek die al enige jaren draait. Ook moet Urenco een vergunningaanvraag indienen voor de totale fabriek, inclusief de uitbreiding, waarbij ook een Milieu Effecten Rapportage is voorgeschreven. Directeur Tieleman van Urenco had in een brief op 3 mei, waarin hij verzocht om een gedoogverklaring, al aangekondigd dat hij zo snel mogelijk een nieuwe vergunning wil aanvragen om een eind te maken aan de juridische onzekerheid oor zijn bedrijf.

De minister heeft bij zijn beslissing overwogen dat Urenco door de vernietiging van de vergunning door de Raad van State weliswaar beperkt de Kernenergiewet overtreedt, maar dat er grote belangen op het spel staan. Urenco heeft contracten afgesloten die zij op straffe van claims moet nakomen en de werkgelegenheid van 600 mensen is in het geding. Bovendien treedt er door het doorgaan van de produktie geen verslechtering op van het milieu, vindt Andriessen.