Twee recente toernooien die door de jaren heen ...

Twee recente toernooien die door de jaren heen een goed verankerde plaats op de vaderlandse toernooi-agenda hebben gekregen, zijn de Unisys Bridgemarathon en de finale van het Open Nederlandse Viertallenkampioenschap.

De Marathon heeft in opzet en naam nog wel eens een wijziging ondergaan, maar heeft het karakter van uitputtingsslag nooit verloren.

De aantrekkingskracht hiervan schijnt echter enorm te zijn, want elk jaar is het maximaal aantal deelnemers aan het toernooi, 100 paren, zeer snel bereikt. De formule is simpel. Op Butlerbasis (parenbridge als viertallenwedstrijd gescoord) worden in ruim 12 uur tijd 100 spellen gespeeld. Dat betekent van 's morgens 9.30 uur tot 's avonds 22.45 uur non-stop bridgen. Dit jaar kwamen Hayer-Muller winnend over de eindstreep, met 221 pnt. en een verrassend grote voorsprong op de nummers 2, 3 en 4, Rietveld-Ter Laare (187), De Groot-Elfrink (186) en Pijpers-Pol (183) die op hun beurt weer sterk afstand hadden genomen van de rest van het veld, aangevoerd door Hoogenkamp-Bertens en Maas-Borm (131), Van der Velden-Tanke (129), Kokkes-Van de Velde (123), Veerkamp-Mol (119) en Henstra-Rots (112). Voor Pijpers-Pol was de teleurstelling groot dat ze hun leidende positie die zij vanaf de start hadden veroverd, in de laatste zitting moesten prijsgeven.

In de marathon deden zich genoeg belangwekkende spellen voor om hier voor het voetlicht te worden gehaald. Uit dit spel valt een nuttige vuistregel te destilleren:

(Schoppen) V 5 3 (Harten) 10 9 2 (Ruiten) 9 8 3 (Klaver) H B 7 6

(Schoppen) H (Harten) A 8 4 (Ruiten) H B 6 (Klaver) V 10 8 4 3 2

(Schoppen) B 9 6 4 (Harten) B 6 3 (Ruiten) A V 7 4 2 (Klaver) 9

(Schoppen) A 10 8 7 2 (Harten) H V 7 5 (Ruiten) 10 5 (Klaver) A 5

Z opende met 1 (Schoppen) en na W's 2-(Klaver)-volgbod besloot N's 2 (Schoppen) het bieden. De leider nam na W's (Klaver)-uitkomst O's (Klaver) 9 in de hand en besloot een poging te doen een (Ruiten)-verliezer kwijt te raken op N's hoge (Klaver). Hij hoopte erop dat W maar op een 5-kaart zou hebben gevolgd of dat introeven door O ten koste zou gaan van een vaste troefslag voor OW. Hoewel dit laatste het geval lijkt, was zijn aanpak toch niet zonder risico. Want toen hij in slag 2 een (Klaver) naar (Klaver) B speelde en O inderdaadroefde, kon O zijn partner gemakkelijk aan slag krijgen in (Ruiten) om nogmaals (Klaver) te spelen. De leider speelde in N (Klaver) 7 bij en O troefde met (Schoppen) 6, overgetroefd door Z's (Schoppen) 7. Pas nu besloot Z troef te trekken. Onder zijn (Schoppen) A viel bij W (Schoppen) H en vervolgens viel onder N's (Schoppen) V O's (Schoppen) B. Daarna ging op (Klaver) H Z's 2de (Ruiten) weg en tot slot liet de leider N's (Harten) 10 met succes naar W doorlopen. Z verloor dus een (Klaver)-introever, een (Ruiten) en (Harten) A. De score van +170 leverde bij een datumscore van +20 4 imps op. Een aardig succesje op dit deelscorespelletje en wat kon er nu eigenlijk misgaan met Z's aanpak?

Het antwoord is dat OW niet optimaal hebben tegengespeeld. De eerste verbetering is moeilijk te vinden: voordat W zijn partner de 3de (Klaver)-ronde laat troeven, moeten zij ook hun 2de (Ruiten)-slag binnenhalen, anrs kan Z als O introeft desgewenst gewoon zijn (Ruiten)-verliezer weggooien. 'Verliezer op verliezer' oftewel loser-on-loser heet deze speelwijze, die niet alleen niets kost maar ook een extra slag oplevert. Maar niet natuurlijk als O met (Schoppen) 6 introeft, want dan kan Z voor hetzelfde geld ook goedkoop overtroeven met (Schoppen) 7 zoals in werkelijkheid gebeurde. Hier ligt evenwel de tweede verbetering van het tegenspel. O, die nog (Schoppen) B-9-6 over heeft, moet met (Schopn) B troeven! Dat kan niets kosten, maar wel een slag winst leveren: troeft Z met (Schoppen) A over, dan promoveert W's (Schoppen) H tot slag. Heeft Z nog zijn verliezende (Ruiten) in handen, dan gooit hij in plaats hiervan natuurlijk die (Ruiten)-kaart weg. Niettemin maken OW dan een (Schoppen)-slag en scoren NZ + 140 (3 imps). Nemen OW echter eerst 2 (Ruiten)-slagen mee, dan wordt het contract precies gemaakt (+110-3 imps). Dat gebeurt dan wel bij de gratie van het gunstige (Harten)-zitsel, want bij iedere andere verdeling maken OW 2 (Harten)-slagen. Daarom is uiteindelijk een veiliger speelwijze om in slag 2 (Schoppen) A te spelen en dan met (Schoppen) te vervolgen in de hoop dat (Schoppen) H goed zit, en liefst derde bij W. Zou O de 3-kaart (Schoppen) hebben en dan dus de 2de (Klaver)-ronde kunnen troeven, dan kan later Z's 4de (Harten) op (Klaver) H weg en moet alleen (Harten) B goed zitten.

Al bij al toch nog een tamelijk ingewikkeld spel, en de vuistregel die eraan kan worden ontleend is t je als het niets kost, altijd met je hoogste troef moet introeven, en niet uit verkeerde zuinigheid met een kleintje.

(Schoppen) A H 10 8 (Harten) 9 5 (Ruiten) H 5 (Klaver) H 10 7 4 2

(Schoppen) 9 4 (Harten) V B 4 (Ruiten) A B 8 4 3 (Klaver) 9 8 5

(Schoppen) 3 (Harten) A H 8 7 6 3 2 (Ruiten) 10 7 6 2 (Klaver) 6

(Schoppen) V B 7 6 5 2 (Harten) 10 (Ruiten) V 9 (Klaver) A V B 3

Z's 4-(Harten)-opening was meteen het eindcontract. W's uitkomst met (Schoppen) V was voor N's (Schoppen) H en op (Schoppen) A ging Z's Klaver) 6 weg. Met een (Klaver)-troever kwam Z in zijn hand om naar (Ruiten) H toe te spelen. Zit (Ruiten) A goed, dan kan ten minste een (Ruiten)-verliezer in N worden getroefd. O nam evenwel en nu ontstaat een boeiende situatie die ogenschijnlijk hopeloos voor Z is, maar hem toch kansen biedt omdat bij OW de (Ruiten)-kleur blokkeert. Komt na een maal (Harten) spelen W met (Ruiten) V aan slag, dan zit hij 'geplaatst' oat zowel (Schoppen)- als (Klaver)-naspel Z de gelegenheid biedt van zijn 2 resterende (Ruiten)'s af te komen. O probeerde dit te voorkomen door meteen zelf (Ruiten) na te spelen. W nam en speelde (Schoppen) B na omdat (Harten) 10 hem te gevaarlijk leek. Z troefde, troefde (Ruiten) 7 op tafel (W troefde niet voor omdat hij niet aan slag wilde komen) en had nu op tafel (Schoppen 10 hoog om er zijn laatste (Ruiten)-verliezer op kwijt te raken. Met veel voldoening speelde hij (Schoppen) 10 voor, zag bij O (Harten) V verschijnen en troefde in een reflex met (Harten) H over. Dat was een pijnlijke misslag, want nu verloor hij nog een troefslag terwijl hij nog steeds met (Ruiten) 10 als verliezer bleef zitten. En het was allemaal zo eenvoudig: had hij toen O met (Harten) V troefde, (Ruiten) 10 weggegooid - alweer een loser-on-loser play, verliezer-op-verliezer - dan was de rest van de slagen voo hem geweest. Een moment van onbedachtzaamheid . . . (ik lig er soms nog van wakker).