Thatcher inspireerde Mario Vargas Llosa; 'Ik geloofde wat ik zei maar het werkte niet'

AMSTERDAM, 1 JUNI. “Ik ben tegen het subsidieren van de industrie, maar ik ben voor kunstsubsidies.” Volgens de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa heeft de recente geschiedenis be dat het 'kapitalisme' het welzijn van de bevolking bevordert. Alleen een volledig vrije markteconomie garandeert sociale zekerheid, mensenrechten en individule vrijheid. Maar dat wil niet zeggen dat de overheid op alle terreinen afzijdig moet blijven. Het kapitalisme brengt onvermijdelijk een aantal problemen met zich mee. Het gevaar van 'ontmenselijking' ligt op de loer. De familiebanden worden losser, er treedt vereenz op, en er kan een geestelijk leegte ontstaan. Daarom moet de overheid ook initiatieven nemen. De overheid heeft tot taak de negatieve gevolgen van het kapitalisme zo te verzachten.

Ik praat met Mario Vargas Llosa in zijn hotel in Amsterdam. Hij is dit weekend in Nederland als gast van de Nationale Unesco Commissie. In de Haagse Ridderzaal hield hij gisteren een redevoering over Cultuur en Democratie ter gelegenheid van de Eerste Werelddag voor Culturele Ontwikkeling van de Unesco. Sinds hij vorig jaar juni, bij de verkiezinger het Peruaanse presidentschap op het laatste moment werd verslagen, heeft de schrijver zijn vaderland niet meer gezien. Drie dagen na de uitslag is hij naar Engeland vertrokken, waar hij nu in zijn Londense appartement aan een nieuwe roman werkt.

Ik vraag waarom hij Peru zo snel verlaten heeft. Wilde hij de mislukking vergeten? “Vergeten is het juiste woord niet. Ik vond de race om het presidentschap een belangrijke ervaring. Ik heb er twee jaar hard voor ewerkt, maar ik vond het beter om na de uitslag even wat afstand te nemen. Drieenhalf jaar geleden was ik aan roman begonnen die ik nooit had kunnen afmaken en dat kon nu weer.” Het boek waar hij aan werkt is een thriller, maar net als Vargas Llosa's andere boeken heeft het een maatschappelijke strekking. “Het verhaal speelt zich af in een dorpje in de Centrale Andes. Ik beschijf het geweld dat daar bestaat, of liever de verschillende soorten geweld: je hebt sociaal geweld, overheidsgewpolitiek geweld, maar er is ook armoede.” Vargas Llosa wijst erop dat de opleving van het geweld die nu in Peru plaatsvindt een direct gevolg is van de politiek van de vorige president. “In de laatste vijftig jaar is er niet zo veel armoede geweest als nu. De salarissen zijn nog maar eenderde van wat ze waren.” Het gevolg is dat in afgelegen streken een sterke irrationele stroming is opgekomen, een 'obscure donkere kracht'.

Volgens Vargas Llosa is de cultuur een van de belangrijkstsectoren waar de 'handicaps' van het kapitalisme kunnen worden bestreden. De overheid heeft in zijn visie dan ook tot taak een kunst- en lezerspubliek te laten ontstaan. In zijn rede van gisteren pleit hij voor goed onderwijs, om de jeugd in de cultuur te interesseren.

Tijdens ons gesprek voegt hij hier aan toe dat ook de meeste kunstinstellingen zonder overheidsbijdragen in de huidige vorm onbestaanbaar zijn. “Zonder overheidssubsidies nemen de tweederangs-instellingen her.”

Opvallend voor een vrijdenker als Vargas Llosa is dat hij veel betekenis toekent aan de religie als morele kracht. “Toen ik jong was dacht ik nog dat literaire en culturele ideeen de religie zouden kunnen vervangen. Daar ben ik op teruggekomen. Literatuur kan het vacuum niet vullen, alleen bij een hele kleine minderheid.” De schrijver heeft ervaren dat er over de hele wereld op brede schaal een spirituele behoefte bestaat die alleen door de religie wordt vervuldZelfs als je de godsdienst weg haalt, zullen de culten blijven bestaan.”

Heeft hij nog plannen om terug te keren in de politiek? Hij lacht verlegen. “Nee, dat doe ik niet. Ik ben schijver. Ik werk verder aan mijn boeken. Ik heb nog zoveel thema's.” Vond hij het politieke bestaan saai? Hij vertelt hoe hij tijdens zijn verkiezingscampagne zijn taal zo zuiver mogelijk probeerde te houden. “Mijn toespraken waren zo authentiek mogelijk. Ik schreef altijd migen speeches. Ik zei geen woord waarin ik niet geloofde. Maar het werkte niet.”

Vargas Llosa spreekt bewonderend over de Tsjechische president Vaclav Havel die er ondanks alles in slaagde het politieke debat op een hoger plan te brengen. “Hij heeft verbeelding, ideeen: een van de zeldzame gevallen waar een schijver een goed politicus is. De taal van een politius dreigt snel stereotiep te worden. Het politieke debat neigt naar cliche's. Het was voor mij vaak heel deprimerend. Als schrijver heb je juist ijzondere verhouding met de taal.”

Hij vertelt hoe hij eigenlijk bij toeval in de politiek terecht kwam. “De politiek is nooit mijn roeping geweest. Het begon ermee dat ik me verzette tegen de voorgenomen nationalisatie van de banken. De acties daartegen hadden zo veel succes dat we besloten alle democratische krachten te bundelen en door te gaan. We vonden dat de door de staat gecontroleerde economie de ontwikkelingen niet meer in de hand had. Er was veel corruptie, wat een rechtstreeks gevolg is van een planeconomie. Wij wilden een radicale verandering. We wilden buitenlandse investeerders aantrekken, het land openen voor de rest van de wereld.”

Hij geeft toe dat zijn ideeen voor een deel genspireerd zijn op wat hij in het Engeland zag van Margaret Thatcher. “Ik heb haar beleid altijd met veel belangstelling gevolgd. Ik bewonderde haar poging een schop te geven tegen een maatschappij die passief was geworden en verdoofd, haar maatregelen voor een ptisering, haar streven naar een share-holders-society. Ik denk nog steeds dat haar systeem het enige systeem is dat in Latijns Amerika werkt. Als een crisis eenmaal zo diep is, kan alleen een radicale verandering snel iets verbeteren.”In het najaar, als het boek af is waar hij nu aan werkt, wil Vargas Llosa terug naar Peru.“Misschien verwerk ik mijn ervaringen in de politiek nog eens in een roman. Ik heb me tot nu steeds gebaseerdwat ik zelf heb meegemaakt. Maar er moet altijd eerst wat tijd over heen gaan. Ik kan niet direct over iets schijven. Ik heb afstand nodig, perspectief.”