Regeringspartijen CDU en FDP vinden dat sociaal-democraten zich isoleren; SPD huiverig voor nieuwe rol Duitsland

BREMEN, 1 JUNI. Honderden glimmende, vaak flinke, auto's op het uitgestrekte parkeerterrein van de Stadthalle van Bremen illustreerden het deze week: de ecologische vernieuwing van de post-industriele samenleving gaat op het kringlooppapier van SPD-congresresoluties sneller dan in de werkelijkheid.

Aan de nummerborden van Duitse auto's is te zien waar zij vandaan komen. Daardoor was duidelijk dat het middenkader, dat de ruggegraat van elk partijcongres vormt, per auto uit Regensburg, Osnabruck en Paderborn was gekomen. Voor de allergrootste auto's (met zo'n ster voorop), namelijk die van de sociaal-democratische prominenten uit Bonn en de regionale hoofdsteden, was een apart vak en een extra politiekordon gereserveerd. Daarnaast betoogden jonge socialisten, verkleed als doodgravers, ernstig tegen wapenproducenten als Krupp, Siemens, Thyssen en Daimler-Benz (van diezelfde ster).

De nieuwe partijvoorzitter, de 51-jarige Bjorn Engholm (premier van Sleeswijk-Holstein) wil de SPD moderniseren en haar “openen” naar nieuwe, gendividualiseerde kiezersgroepen en naar de cultuur. Wat dat laatste betreft leverde de afgelopen week nog geen sprekend succes op.

Onder het motto Bremen Live had de SPD dinsdag duizend kaarten voor negen plaatselijke culturele manifestaties gekocht, onder andere tweehonderd voor een opvoering van De Storm door de Shapespeare Company. Maar daar, en op andere culturele concentratieplaatsen in Bremen, bleven de partijgenoten weg en werd die avond dus bijna zonder publiek gespeeld.

Verjonging 'Partijgenoten, het was een goed congres', wil nog wel eens een zin zijn in de slotrede van een partijvoorzitter. Dat was gisteren niet anders na vier dagen SPD-congres. “We zijn een flink stuk gevorderd op de weg naar de meerderheid in Duitsland”, zei Engholm. Hij doelde op de verjonging, de generatiewisseling aan de partijtop, die hij zelf als opvolger van de 65-jarige Hans-Jochen Vogel belichaamt. En die overigens blijkt uit de verkiezing van de 34-jarige vakbondsman Karlheinz Blessing als partijsecretaris (Bundesgeschaftsfuhrer), die als linkerhand van Engholm in Bonn gaat optreden. En hij doelde ook op de rij zelfbewuste SPD-premiers in Duitse deelstaten, want de partij regeert nu in negen van deze zestien Lander. Anders gezegd, juist die politieke kleinkinderen van erevoorzitter Willy Brandt bepalen de komende jaren het gezicht van een partij die in de Bondsdag niet al te veel kan klaarmaken.

Daarmee kent een oude internationalistische partij vandaag bijna vanzelf een soort ingebouwde regionale dynamiek, wat op de weg naar een politiek en monetair integrerend Europa niet per se een voordeel hoeft te zijn. De “regionale competitie” tussen veertigers als Sharping (Rijnland-Palts), Eichel (Hessen), Lafontaine (Saarland) en Schroder (Nedersaksen) gaf deze week al een paar voorbeelden te zien van profileringswerk op kosten van het partijbestuur en de Bondsdagfractie.

Het sprekendste voorbeeld daarvan was de felle discussie over de vraag of Duitse militairen straks nu wel of niet aan VN-acties mogen deelnemen, al dan niet als onderdeel van EG-contingenten. Hier hebben de genoemde jongere regionale chefs maarinig gedaan om Engholm, Brandt en andere 'realisten' te helpen. Brandt, die toch niet als een hartstochtelijk Europeaan bekend staat, spande zich vergeefs in om duidelijk te maken dat een principiele Duitse Sonderrolle, welke ook, in dat samengroeiende Europa ongewenst is. En ook anderen, zoals penningmeester Klose en buitenlandspecialist Bahr, spraken tot dovemansoren met zulke waarschuwingen.

Het resultaat was ernaar. Want de discussie eindigde ook op dit punt weliswaar zonder breuk in de partij, maar de prijs die ervoor moest worden betaald wel eens hoog kunnen zijn. Immers: juist terwijl het SPD-congres in Bremense afzondering zijn eenheid vond op een humanitaire hoofdrol voor het verenigde Duitsland in de wereld en op een zeer beperkte bijdrage aan vredeshandhaving in VN-verband buiten het NAVO-gebied, maakten kanselier Kohl en president Mitterrand in Lille heel andere afspraken. Namelijk dat zij snel verder willen op de weg naar een Europese Politieke Unie, en dat een gemeenschappelijke - niet in SPD-zin geclausurde - veiligheidspolitiek daar logisch bijhoort. Een dag eerder hadden de NAVO-ministers van defensie in Brussel plannen voor de vorming van een grote internationale snelle-interventiemacht bekend gemaakt. De soms onmiskenbaar anti-Amerikaanse geluiden in Bremen werden daardoor donderdag des te harder.

ISOLEMENT

Bovendien: CDU-CSU en FDP hebben gisteren direct de conclusie getrokken dat de SPD zich op dit stuk heeft gesoleerd. De coalitiepartijen hebben uitgesproken dat zij bij een komendegrondwetswijziging ook ruimte willen maken voor wereldwijde militaire operaties van Duitse soldaten in VN-verband, bij voorkeur via Europese bijdragen. Minister van buitenlandse zaken Genscher, die dit standpunt voor zijn FDP hielp voorbereiden, dacht over deze 'out of area'-kwestie nog niet zo lang geleden heel anders (namelijk praktisch zoals de SPD vandaag), maar deze oudgediende is nu eenmaal een lenig mens met een scherp oog voor veranderende intnationale verhoudingen.

Hoe bijvoorbeeld het verenigde Duitsland moet laveren tussen Europa (de nucleaire machten in Londen en Parijs, de EG en de Westeuropese Unie) en Atlantis (Washington, dat Bonn in de NAVO in het leiderschap wil laten delen), kwam op het hartstochtelijke SPD-congres niet werkelijk aan de orde. De oude heer Brandt werd er niet blij van, hij kon als grootvader van zijn politieke kleinkinderen denken aan het spreekwoord dat wie wind zaait, wel eens storm oogst.

En dan was er aan het slot van het congres nog, zoals minister-president Johannes Rau (Noordrijn-Westfalen) het noemde, het penalty-schieten over de vraag of Bonn dan wel Berlijn de politieke hoofdstad van Duitsland moet blijven of worden. Die wedstrijd, die eigenlijk op 20 juni in de Bondsdag moet worden gespeeld, eindigde nogal onbeslist. Namelijk met 203 tegen 202 stemmen ten gunste van Bonn. En dus sprak het congres zich daarna maar uit voor een referendum over deze vraag. Dat klonk s: wil de tribune naar het speelveld komen? Als het al een goed congres was, dan had het daarmee een kenmerkend slot.