Polen en de dreiging van een katholiek natuurpark; De clericale modelstaat

Paus Johannes Paulus II is vandaag in zijn geboorteland gearriveerd. Niet voor het protocolair handen schudden met de zachtjes gehate communisten. Hij zal in triomf door een bevrijd land trekken, begroet worden door een katholieke presidnt en toegejuicht door het katholiekste volk van Europa. Maar Polen begint ook de schaduwkanten te ontdekken van de Roomse hovaardij. 'De kerk probeert haar dogma's nu via de strafwet door te drukken.'

Polen is in de ban van de paus. Treintrajecten worden aangepast om de honderdduizenden pelgrims te vervoeren naar de steden die de paus de komende week bezoekt. Het stadsverkeer zal worden stilgelegd als hij in de paus-mobiel door de straten rijdt, de missen woren rechtstreeks op televisie uitgezonden. De grijze gebouwen zijn versierd met portretten van de kerkvorst en Poolse vlaggen, veel straten dragen zijn naam: Jan Pawel II. De regering heeft zelfs zes Amerikaanse helikopters aangeschaft voor het vervoer van de 'Papiez' en zijn gevolg. Sovjet-helikopters zijn onbetrouwbaar, ze kunnen neerstorten.

Voor het eerst komt de paus in het post-communistische Polen, het andere Polen. De kerkvorst hoeft niet meer de handen te schudden van communistische ministers of prsident Jaruzelski, de bebrilde generaal die vorig jaar het toneel verliet. De tijd van de ijzige ontmoetingen met ongewenste heersers is voorbij, de zonen van de kerk zijn aan de macht. De paus hoeft zijn woorden niet meer op een goudschaaltje te wegen, niet meer te kiezen tussen steun aan de oppositie en behoud van de 'modus vivendi' met de staatsmacht. In Polen zijn de rollen omgekeerd: Lech Walesa is een trouwe volgeling van de kerk die hem flinke steun verleende bij zijn slag om het hoogste ambt. Op de dag na zijn verkiezing tot president ging Walesa naar Czestochowa, naar de Zwarte Madonna, het religieuze en nationale heiligdom van Polen. Hij draagt elke dag een speldje van de Zwarte Madonna op zijn revers, als teken van dank. En bij het presidentiele paleis, het Belweder, liet hij een kapelletje bouwen waar hij elke morgen een mis bijwoont.

Walesa kan zich het werk niet voorstellen zonder kerk. Als vakbondsleider liet hij zich jarenlang adviseren door zijn biechtvader Henryk Jankowski. En na zijn inhuldiging als president voerde het eerste buitenlandse bezoek naar het Vaticaan: Polen was vrij van de communisten.

Het communistisch regime had de katholieke kerk verdrukt, vernederd en voor een deel onteigend. Leiders als Bierut, Gomulka en Gierek deden alles om die marginale status nog te versterken. Gelovigen werden gekrenkt, en hadden geen kans op hoge openbare functies. Athesme werd aagemoedigd, kleinere niet-katholieke kerken gesteund. Maar hoe meer druk de communistische leiders uitoefenden, des te belangrijker werd de kerk als symbool van verzet, als nationaal tehuis. Kerkbezoek was een politieke daad. Met de opkomst van Walesa en Solidariteit groeide ook de rol van de Poolse katholieken in het openbare leven. De kerk stond in hoog aanzien, werd gekoesterd door de leiding van Solidariteit en overleefde uiteindelijk de communisten. De val van het 'Systeem' bracht de militairen terug in de kazerne, de politie raakte in diskrediet en Tadeusz Mazowiecki werd de eerste niet-communistische premier. De kerk was nu de sterkste instelling. ''Voor de bisschoppen was de weg vrij. De katholieke kerk wilde zijn oude plaats in het nieuwe bestel veroveren'', zegt Teresa Bogucka, een historica die deel uitmaakte van de katholieke intelligentsia. De priesters kwamen tevoorschijn: op televisie en radio met hun missen, bij sportwedstrijden voor hun zegen. Hoezeer de rollen waren omgedraaid, bleek vorig jaar in Czestochowa. Duizenden geuniformeerde en gewapende militairen waren aanwezig bij de pelgrimstocht naar de Zwarte Madonna, om daar de zegen van de bisschop in ontvangst te nemen.

POOLSE OPVOEDING

De invloed van de kerk drong ook snel door in de politiek van het post-communistische Polen. De regering van Mazowiecki werd onder druk gezet om Polen te ontdoen ''van de kwalijke gevolgen van het athesme''. Het ministerie van gezondheidszorg vaardigde enkele richtlijnen uit om de abortuswet van 1956 te verscherpen, en in de scholen werd het vak godsdienst weer ingevoerd. Elke week geven priesters op de scholen twee uur godsdienstles, wat in Polen automatisch gelijk staat met twee uur katholiek onderwijs. ''Onze kerk heeft een wezenlijke taak bij de opvoeding van de Polen'', aldus het episcopaat.

''Ik stuur mijn kind niet naar de peuterschool omdat priesters daar ook al godsdienstles geven'', zegt Elzbieta Osuch, een Poolse die jarenlang in Utrecht woonde. ''Priesters verwaarlozen hun werk in de parochies omdat ze alle tijd uittrekken aan de godsdienstlessen.

Zieltjes winnen, dat is het doel. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit''. Voor veel jonge echtparen met kinderen vormt de katholieke intocht in de scholen een groot probleem. Onder de communisten moesten ze alles doen om de geschiedsvervalsing van de rode heersers uit de hoofden van hun kinderen te krijgen, nu hebben ze het gevoel dat er weer iets wordt opgedrongen. ''Mijn tienjarig zoontje komt soms huilend thuis'', zegt Wladyslaw Scholl, dominee in Warschau. De naar schatting 200.000 protestanten vormen in Polen een kleine minderheid. ''Ik onttrek mijn zoon aan godsdienstonderwijs op school, dat mag. Maar hij is de enige protestant in de klas, en de andere kinderen maken hem uit voor jood of communist''.

Wat de niet-katholieken in Polen het meest stoort is de arrogantie van de kerk. Wie kritiek heeft, is bij voorbaat communist en athest.

Bisschoppen werpen zich op als hoeders van de Poolse natie. Zij weten wat goed is voor het volk en hebben de waarheid in pacht - precies zoals de communistische leiders dat ooit hadden. De Poolse katholieke kerk is vervuld van nationale symboliek: Maria is de Koningin van Polen, de kerk is versierd met nationale emblemen en 'Ojczyzna', Vaderland, het stopwoord van de priester. ''De kerk gaat uit van het credo 'Pola-Katolik', een echte Pool is katholiek. Duizend jaar christendom in Polen wordt gewoon vereenzelvigd met duizend jaar katholicisme'', zegt Bogucka. ''Maar de kerk heeft hier vroeger nooit een monopolie gehad.'' Voor de reeks delingen van Polen in de achttiende eeuw werd de katholieke kerk gedragen door ongeveer de helft van de bevolking, vooral door de boeren. De Poolse adel, de 'szlachta', was voor een belangrijk deel luthers of calvinistisch.

Calvinisten vormden een invloedrijke groep in de politiek, de meeste senatoren waren calvinisten. Polen was voor de deling een, naar verhouding, tolerant land waar katholieken, orthodoxen, joden en protestanten samenleefden. De contra-reformatie sloeg er nooit aan. De tolerantie vond een einde in de deling. De eerste Poolse grondwet van 3 mei 1791 zette kwaad bloed bij de tsaar en leidde tot de verdere opslitsing van Polen. Het Vaticaan heeft nooit een traan gelaten om de Poolse deling. Rome zag haar als de gerechte straf voor de 'libertijnen en jacobijnen'. De Polen kwamen in de vorige eeuw geregeld in opstand tegen de deling. Op steun van het Vaticaan hoefden zij echter niet te rekenen: de paus veroordeelde de opstanden.

De compassie kwam van de priesters in Polen, de lage clerus die het trauma van de deling met het volk ondergingen. De katholieke kerk in Polen was een volkskerk; de enige gemeenschappelijke instelling die het gedeelde Polen nog had tussen het protestante Pruisen en orthodoxe Rusland. Priesters kwamen op voor Polen. Zij spraken voor een natie die de mond was gesnoerd, en vaak werden ze het slachtoffer van de terreur. Duizenden van hen kwamen in de Siberische kampen terecht. De 'ksiadz', de priester, werd het symbool van een land dat van zijn rechten was beroofd. De priesters wonnen respect omdat de hogere clerus zich vaak aan de autoriteiten conformeerde. De enkele bisschop die probeerde te bemiddelen tussen Polen en de Tsaar, of zich ook maar iets verzetteerd gedeporteerd. De strijdbare en onverzettelijke priesters hebben in de vorige eeuw de band tussen kerk en Poolse natie gesmeed.

Toch kreeg de kerk niet de macht toen Polen als staat herrees na de Eerste Wereldoorlog. ''Er was veel clericalisme tussen de twee wereldoorlogen'', zegt Bogucka. ''Rechts voelde zich goed thuis in de kerk en er zaten priesters in de Sejm (het parlement, red.) maar de houding van de reging was ambivalent. De elite was anti-clericaal en Pilsudski, het eerste staatshoofd van de Poolse republiek, een opportunist. Jozef Pilsudski was zelf gescheiden, werd protestant om zijn tweede huwelijk te sluiten en daarna weer katholiek. Hij balanceerde, en zag de staat boven de kerk staan''. Pilsudski kon ook balanceren omdat Polen een land met veel minderheden was en de katholieke kerk niet de enige. Het Polen van het interbellum kende een grote joodse minderheid, Oekraeners eDuitsers. De katholieke kerk vertegenwoordigde ongeveer 65 procent van de burgers.

Wyszynski Dat veranderde drastisch na de Tweede Wereldoorlog toen Polen vrijwel geheel een land van Polen werd. Polen verschoof op de kaart naar het Westen, de grenzen werden verlegd. Het verloor daarmee veel grieks-katholieke Oekraeners, terwijl in het Westen de Duitsers naar Duitsland vertrokken. De joodse minderheid van vijftien procent was door de holocaust verdwenen. In het Polen van de Polen vertegenwoordigdde katholieke kerk ongeveer 95 procent van de burgers.

De kerk kreeg een religieus monopolie, maar stuitte op de communistische staatsmacht. Priesters werden opnieuw spreekbuis van de Poolse natie. En Stefan Wyszynski, de primaat van de Poolse kerk die door partijleider Bierut in het gevang werd gezet, een Vader des Vaderlands.

De kerk werd een veilig heenkomen voor alle anti-communisten: katholieken, joden, protestanten en niet-gelovigen. ''De katholieke kerk groeide in het verzet'', zegt Bogucka. ''Ik voelde er mij thuis, geborgen. Wyszynski, de kardinaal-gevangene, had veel charisma, hij had grandeur. Hij vertolkte het ongenoegen van de Polen.'' Af en toe moest ook kardinaal Wyszynski balanceren tussen oppositie en de modus vivendi met de communisten. De kerk werd immers flink in het nauw gedreven: veel eigendom genationaliseerd, ziekenhuizen en scholen afgepakt. In zi strijd tegen de communisten voelde hij zich gesterkt door de benoeming van Karol Wojtyla tot paus. Voor alle Polen - katholiek of niet - was dat een steun in de rug, een erkenning van het Polen-in-verzet, een klap voor de communisten. ''De nieuwe paus was een enorme impuls, het gaf de Polen moed de strijd op te voeren, hij werd het symbool van het andere Polen.''

Polen spreken nog altijd met liefde en respect over Wyszynski, die in 1981 overleed. De bewondering is mede zo groot omdat zijn opvolger, Jozef Glemp, nooit populair geworden is. Toen in december 1981 de staat van beleg werd afgekondigd, riep hij de Polen op om zich niet te verzetten en geen stenen te gooien naar de oproerpolitie ZOMO. Glemp is voor de meeste Polen een 'koele kikker', een onbewogen, berekende kerkleider. Glemp mist charisma en grandeur. Hij is een kerk-apparatsjik, die het verwijt krijgt zich te laten leiden door bekrompen kerkbelangen. ''Een man vanhierarchie, geen man van de gelovigen'', zo luidt ongeveer de opinie. In de nadagen van het communisme zag Glemp zijn kans schoon, het proces van clericalisering begon. ''De kerk trad uit zijn schaduw, en heroverde wat de afgelopen decennia werd verloren'', zegt Ewa Jozwiak, een jonge vrouw die in Warschau theologie studeerde. ''Het clericalisme is nu erger dan voor de oorlog. Toen had de kerk een duidelijke positie, nu moet de kerkleiding een nieuwe plaatvinden.''

De eerste ruzie deed zich al snel voor. Nonnen van de Karmelietenorde gebruikten met steun van Glemp het vroegere concentratiekamp Auschwitz als plaats voor een klooster. Joden kwamen in verzet, Glemp trok van leer tegen de 'joodse hoogmoed'. De volgende minderheid die het met Glemp aan de stok kreeg was de groep van 200.000 Duitsers rondom Opole (Oppeln). ''Er is geen Duitse minderheid in Polen'', riep Glemp. ''Er zijn slechts Polen''. De katholieke kerk heeft de afgelopen decennia geprobee om de Duitse minderheid te 'Poloniseren'. Priesters die geen woord Duits spreken, werden naar de dorpen bij Opole gestuurd. Zij kwamen vooral uit Czestochowa, centrum van het Poolse katholicisme.

Missen in het Duits waren niet mogelijk of werden door de hierarchie tegengewerkt. Het ongenoegen van de Poolse Duitsers is groot. Als ze over een priester spreken maken ze onderscheid tussen 'einer von uns'

en 'ein richtiger Pole'. Maar de situatievan de Duitse Polen is nog idyllisch in vergelijking tot de een miljoen grieks-katholieke Oekraeners in Zuidoost-Polen. De grieks-katholieken braken vier eeuwen geleden met de Russisch-orthodoxe kerk, en werden in Polen bekend als de 'Unionisten'. Zij behielden hun eigen lithurgie en hierarchie, maar erkennen het gezag van de paus. De grieks-katholieken werden genadeloos vervolgd, eerst door de tsaar daarna door de communisten.

Voor Moskou waren ze 'landverraders'. In 194 werd de grieks-katholieke kerk gedwongen om terug te keren naar de moederschoot van de Moskouse patriarch. De bisschop van Przemysl in het zuidoosten van Polen werd door de Sovjet-geheime dienst uit de weg geruimd. De 160 kerken in de diocese Przemysl kwamen in handen van de katholieke kerk. In 1989 kwam een eind aan de vervolging van de Grieks-katholieken en dit jaar zou de bisschop van Przemysl weer aantreden. Zover kwam het niet. De paus riep de katholieken van rzemysl op de Theresiakerk - op het moment in gebruik van de Karmelietenorde - terug te geven aan de nieuwe Grieks-katholieke bisschop. De inwoners van Przemysl en hun karmelieten verzetten zich, zij hielden demonstraties tegen teruggave van de kerk. In het actiecomite voor 'verdediging van de Karmelietenkerk' hebben 25 bestuursleden zitting die tevens regionale leiders van Solidariteit zijn. De bevolking houdt demonstraties onder de leus 'Oekraeners blijf van onze kerk af'. Voor de kerkingang hing wekenlag een spandoek met de tekst: 'de Poolse kerk geven wij niet op'.

De inwoners van Przemysl zijn bang dat er Oekraens nationalisme schuilgaat achter de terugkeer van de grieks-katholieken. Zij herinneren zich nog altijd de terreurdaden van Oekraense nationalisten tegen Polen terwijl de Oekraeners Polen beschuldigen van 'Polonisering'. Rond de kerk is zo'n heftig religieus-nationalistisch conflict ontstaaan, dat het voor de paus moeilijk zal zijn Przemysl in zijn resschema te handhaven. De stad is al lang geen symbool meer voor het tolerant samenleven van katholieken en andere geloven.

MODELSTAAT

Jozwiak vreest dat de clericalisering in Polen voorlopig nog zal doorgaan, er is geen tegenwicht. De democratie staat nog in de kinderschoenen, de partijen zijn zwak. ''Zolang de kerk uitgaat van 'Polak-Katolik' zal de ruimte voor anderen klein zijn, de tolerantie gering.'' De kerk drukt door, en heeft het onderwijs al in handen. De volgende wens is de grondwet. Het episcopaat heeft zich uitgesproken tegen een scheiding van kerk en staat. ''De waarden van de kerk en die van de Poolse staat liggen in elkaars verlengde'', zei Glemp onlangs op televisie. ''Er is geen reden voor een scheiding van kerk en staat, dat is een communistisch concept''. Jozwiak is bang dat de kerk zijn macht wil verankeren in de grondwet, en spelbepaler wordt van het politieke leven. ''Het tweede Vaticaans concilie is aan de krk in Polen voorbij gegaan. Een proces van secularisering deed zich niet voor. Alle energie ging in de strijd tegen het communisme zitten. Die strijd is gewonnen, nu is de kerk machtig. De katholieke intelligentsia is geen tegenwicht. De intellectuelen zijn erg aardig, maar ze bieden geen weerstand tegen de druk. De kerk wilde religieus onderwijs en bemoeilijking van abortus. En Mazowiecki deed het.''

De kerk probeert van Polen een katholieke 'modelstaat' te maken. ''De kerk leefde altijd in een isolement. Onthouding, plicht en gehoorzaamheid: de bisschoppen hebben de vooroorlogse waarden geconserveerd'', zegt Bogucka. ''De kerk denkt dat de Polen niet zijn aangetast door consumptiedrang en materialisme. Maar daar zit ze fout: Polen is geen katholiek natuurpark. Veertig jaar communisme hebben een enorme consumptiedrang doen ontstaan, vol materialisme en hebzucht.

Dat ontlaadt zich. Hoe meer de kerk de oude waarden wil afdwingen, hoe meer haar macht zal erode(H)ren''.

Volgens Bogucka moeten de Polen kiezen tussen het respect voor de kerk of hun eigen levenswijze. ''Polen is het meest katholieke land van Europa. Nergens is de kerk zo sterk. Nergens is echter zoveel alcoholisme en zijn zoveel abortussen als in Polen. In dit land bestaat een dubbele moraal, de schizofrenie van de Poolse natie. De priester zegt dit, de gelovigen doen toch dat. En de priester weet dat hij de fles wodka niet kan afpakken, anders loopt de gelovige weg. De kerk heeft onder de communisten veel door de vingers gezien, abortus was geen onderwerp. Het syteem maakte de mensen zwak. De gelovige biecht, de priester zegent. Ieder had zijn gebied, de dubbele moraal werkte. Nu probeert de kerk haar dogma's door te drukken, haar wil op te leggen via de strafwet.''

ABORTUSWET

De anti-abortuswet is de test geworden voor de macht van de kerk en de mondigheid van de Polen. Een wetsontwerp van de Senaat - waarin Solidariteit de meer(JHderheid heeft - werd onlangs door de Sejm uitgesteld. Glemp is een groot tegenstander van abortus en voorbehoedsmiddelen. Hij oefende druk uit op de parlementsleden om de wet aan te nemen nog voor het bezoek van de paus. De Sejm weigerde de paus dat cadeau te geven, en stelde een besluit uit. De meerderheid van de Polen is tegen een abortusverbod, en de Sejm voelde er weinig voor om bekneld te raken tussen de gunst van de kiezer en de macht van de kerk. ''De slag om de abortus gaat de kerk verliezen. Polen laten zich de wet niet voorschrijven'', aldus Bogucka. ''De kerk is tegen een referendum over abortus, omdat ze wel aanvoelt dat de Polen de klok niet willen terugdraaien.''

Ook onder de politici groeit ergernis over de macht van de kerk: Glemp kreeg onlangs een tik op de vingers van de liberale premier Bielecki.

De kardinaal noemde het kabinet een stel 'blaffende honden' na het ontslag van een vice-minister die homoseksuelen de schuld gaf van Aids. ''Pan Glemp moet zich met zijn eigen zaken bemoeien'', beet Bielecki terug. 'Pan' Glemp, ofwel mijnheer Glemp is voor een kardinaal die in Polen per definitie wordt aangesproken met eminentie of excellentie een klap in het gezicht. Veel Polen genoten van Bielecki's uithaal, ze vrezen het clericalisme. De vijand is verdwenen, en de kerk is niet langer een vluchtheuvel. De paus komt in een ander Polen, in een vrij Polen. Hij zal een triomftocht maken, de overwinning vieren op de Volksrepubliek. De Polen zullen hem danken.

Maar daarna moeten ze zelf kiezen welk Polen ze willen: een katholieke modelstaat of een Europese democratie?