Perez wil dat Irak 30 procent van olie afdraagt

NEW YORK, 1 JUNI. Irak dient maximaal dertig procent van zijn olie-inkomsten uit te trekken voor schadevergoeding aan de slachtoffers van de Iraakse invasie in Koeweit. Dat heeft secretaris-generaal Perez de Cuellar van de Verenigde Natis aanbevolen.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had de secretaris-generaal op 3 april gevraagd een aanbeveling te doen over de hoogte van de door Irak te betalen schadeloosstellingen. In een verklaring zegt Perez de Cuellar nu: “Bij olie-exporten die naar verwachting in 1993 zullen oplopen tot 21 miljard dollar, zullen de importen ongeveer 48 procent van de exportopbrengsten opslokken, terwijl 22 procent van de inkomsten nodig zulen zijn voor de schulden. Daarom doe ik de suggestie dat de compensatie die door Irak betaald moet worden niet uitgaat boven dertig procent van de waarde van de jaarlijkse export van olie en olieprodukten van Irak.”

De beslissing over de hoogte van het bedrag is nu aan de leden van de Veiligheidsraad, maar het wordt niet aangenomen dat de raad boven het door Perez de Cuellar genoemde cijfer zal uitgaan. De Verenigde Staten pleitten eerder voor veertig a vijftig procent. In die opstelling werden de VS alleen gesteun door Koeweit. De totale schade van de Iraakse bezeting wordt geraamd op zestig miljard dollar.

De Iraakse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Abdul Amir al-Anbari, noemde eerder de betaling van dertig procent van de olie-inkomsten niet haalbaar. Hij vroeg zich af hoe Irak bij een dergelijk percentage aan de fundamentele behoeften aan voedsel en medicijnen van de eigen bevolking tegemoet zou kunnen komen. Irak heeft gevraagd om een moratorium van vijf jaar voor het doen van herstelbetalingen, omdat de herstelwerkzaamheden in eigen land en de buitenlandse schuld ook zeer veel geld kost. Bovendien heeft Bagdad gevraagd voor een bedrag van een miljard dollar aan olie te mogen exporteren om voedsel en medicijnen te kunnen aanschaffen, maar de Verenigde Staten en Groot-Brittannie weigeren hiervoor het groene licht te geven. Ze willen eerst zeker weten dat Irak zelf geen geld of goudvooraden meer heeft. De Verenigde Statn en Groot-Brittannie voelen evenmin iets voor een hervatting van de Iraakse olie-export zolang president Saddam Hoessein nog aan de macht is. (Reuter)