Leidingnetten verplicht open; Brussel breekt Europese markt aardgas open

BRUSSEL, 1 JUNI. De ministers voor energiebeleid van de Europese Gemeenschap hebben gisteren de richtlijn aangenomen waarbij nationale gasbedrijven verplicht zijn hun leidingennet open te stellen voor de doorvoer van aardgas ten behoeve van niet-klanten. De richtlijn heeft tot doel de concurrentie op de Europese energiemarkt te vergroten en daardoor tot lagere prijzen te komen.

De ministers toonden zich overigens sceptisch over de bedoelingen van Europees Commissaris Antonio Cardoso e Cunha om deze eerste richtlijn te laten volgen door verdere richtlijnen. “Dit is de eerste, maar wat mij betreft ook de laatste”, zei bij voorbeeld de Nederlandse minister van economische zaken Andriessen. Nederland heeft zich, met Duitsland, van begin af aan fel gekeerd tegen de richtlijn omdat het daarvan vreest dat de aardgasvoorziening in gevaar zou kunnen komen.

Een andere, plausibeler achtergrond is dat door de concurrentie de aardgasprijzen omlaag zouden gaan, wat de monopoliepositie van de gasbedrijven ondergraaft. Minister Andriessen vreest dat de extra concurrentie het beleid om kleine aardgasvelden in Nederland en op de Noordzee te exploreren nadelig zal benvloeden. De winning van gas is bij de kleine velden sterk afhankelijk van lange termijncontracten met afnemers. De openstelling van het net kan ertoe leiden dat die afnemers gaan zoeken naar korte termijncontracten tegen de laagste prijs.

De nieuwe richtlijn houdt in dat Denemarken bij voorbeeld aardgas aan Italie kan verkopen en daartoe het Duitse aardgasnet voor doorvoer mag gebruiken. Een zelfde richtlijn voor de doorvoer van elektriciteit is vorig jaar oktober aangenomen. Commissaris Cardoso e Cunha zei op een persconferentie dat energie een “moeilijk en gevoelig” onderwerp is, en dat hij “controversiele” plannen voorbereidt opdat grote afnemers en regionale energiebedrijven overal in de EG energie kunnen kopen tegen de laagst mogelijke prijzen. Dat zou een aanval zijn op de monopoliepositie die in de meeste EG-landen bestaat op het gebied van de distributie van gas en elektriciteit. Steun kreeg Cunha vooral van de Britse minister van energie, John Wakeham, die voorrekende dat het systeem van de open netten vele miljarden zou besparen voor de grote afnemers.

De EG ministers stelden een bedrag van in totaal 35 miljoen ECU (80 miljoen gulden) over een periode van vijf jaar beschikbaar voor een programma om energiebesparing te bevorderen. Het gaat daarbij onder meer om uitwisseling van informatie en de uitvoering van technische evaluaties.