Het wapen van Zeewolde

Bij het betreden van Het wapen van Zeewolde schiet me kameraad Kolthoff te binnen. Hij gaf cursus in een achterzaaltje van Het wapen van Hengelo en sprak de woorden: ''Het wapen van Hengelo is het marxisme-leninisme.'' Dat was in 1971. Later schijnt hij kelner te zijn geworden.

Ik ga bij het raam zitten en bedenk een bestelling. Het biljart wordt op krachtige wijze bespeeld door twee jonge jongens. De fruitautomaat wordt aan de gang gehouden door en weinig genspireerde jonge vrouw.

Zij roept telkens het wollige zwarte hondje terug dat pogingen in het werk stelt om me te begroeten.

Doe je de vitrage opzij, dan kijk je uit over het Kerkplein-in-wording. Je hoort het schrapen van een schep over straatstenen. Je ziet een paar kneutjes, mannetjes, wijfjes, neerstrijken op een zandhoop en meteen ook weer opvliegen.

Schuin aan de ene overkant verheft zich een toren. Die houdt het idden tussen een minaret en een zendmast en hoort bij de katholiek gereformeerd hervormd vrijzinnige kerk van Zeewolde. De beheerder daarvan heb ik al gesproken. Hij zei: ''Als je hier woont, hoef je nooit met vakantie.'' Hij ging natuurlijk weleens met vakantie, maar nodig was het niet.

Schuin aan de andere kant staat de bibliotheek. Iedereen die in Zeewolde is geweest schrijft over de wereldberoemde bibliotheek en zo wordt deze almaar wereldberoemder. De directrice daarvan hb ik ook al gesproken. Zij vond het gebouw mooi, maar onpraktisch. Ze noemde Zeewolde een dorp met een bijna niet te stillen honger naar boeken.

Thuiszitten, op de kinderen passen en lezen, zo zijn de avonden. Ondertussen staan bij de apotheek een paar jonge moeders te praten, kinderen aan de hand, in een wagentje en voor- of achterop de fiets.

Ik noteer: de eenzaamheid van jonge moeders en bespeur een moeilijk te verklaren treurigheid. Maar wie van jonge moeders oudt, moet beslist eens naar Zeewolde. Het wemelt er van.

Wat weet ik nog meer? De eerste huizen werden betrokken in 1984. Zeewolde heeft geen geschiedenis, geen tradities, geen eigen tongval. Afgezien van de kindertjes is niemand die je hier ziet hier geboren. Iedereen is druk bezig met wortelen. Vandaar het bloeiende verenigingsleven. En al die verenigingen hebben een bestuur; er wordt waanzinnig veel vergadrd in Zeewolde.

Er wonen nu tegen de 9.000 mensen en dat mogen er 15.000 worden. Het voorzieningenniveau is echter mede berekend op de boeren uit het buitengebied en de recreanten die worden aangetrokken door water, strand en bos. Vandaar die twee al tamelijk complete winkelstraten. 't Kruidvat, Expert, Intertoys, noem maar op. En op elke denkbare hoek een bankgebouw, dat in weerwil van het voorgaande al een behoorlijk eeuwige indruk maakt. Het nieuwe scheppingsverhaal: eerst was er de bank, toen kwam de mens.

Ik wil afrekenen en begeef mij naar de rouw, die in afwachting daarvan over de tapkast leunt.

''Het loopt geen storm he?'' ''We zijn pas anderhalve maand open.''

''Woont u in Zeewolde?'' Ze knikt en begint te hoesten. ''En als het zo doorgaat, word ik hier begraven ook.''

''Is er al een begraafplaats?'' Ze knikt opnieuw en gaat door met hoesten.

Het nieuwste dorp van Nederland, waarschijnlijk het laatste nieuwe dorp dat op ons grondgebied gesicht kan worden. De mensen jong en gezegend met een hoog opleidings- en inkomensniveau. Maar zijn ze ook gelukkig?

Met deze vraag bel ik tussen de middag aan bij de pastoraal assistente van de katholieke parochie. Puur toeval dat ik haar thuis tref. Ze behoort tot de Congregatie van Medische missiezusters en binnen tien minuten komt het gesprek op de liefde en almacht van God, althans van wat wij daaronder kunnen verstaan.

Aldus bemoedigd ga ik terug naar het Flevoplein. Vervolgen loop ik bij de warme bakker binnen. In mijn hand houd ik een notitieboekje en de laatste editie van Sterre der Zee, het r.k.-parochieblaadje. Het meisje achter de toonbank geeft mij mijn wisselgeld en waagt een gokje. ''Bent u soms de nieuwe pastoor?''

Ik zeg nee. Als ik ja had gezegd, had de nieuwe pastoor van Zeewolde eruitgezien als een blozende veertiger in een spijkerbroek en een knalblauw Tenson-jasje. Ja, waarom eigenlijk niet?

Dan ga ik met een broodje op het muurte bij Albert Heyn zitten en besluit ik mij verder toe te leggen op de ouderen. Dus telkens als ik wat bejaards ontdek ga ik erachteraan. ''Mag ik u iets vragen? Woont u in Zeewolde? Weinig grijze haren zie je hier.'' Zo raak je aan de praat.

Een vrouw die eerst in Wilhelminadorp, Drenthe, heeft gewoond: ''Het waait hier altijd zo.''

Een man uit Soest: ''Als je bent aangewezen op openbaar vervoer, is het een ramp hier.''

Een vrouw uit Kampen: ''Wat ik mis... er zin hier geen oude bomen.'' Een man uit Almere-Buiten: ''Of wij hier wonen? Was het maar waar, meneer! We wouwen een lapje grond aanschaffen en er een huis opzetten, maar we hadden te weinig punten.''

Hij is 82. zijn rijbewijs loopt tot '92 en hij is bang dat de oogarts dan problemen gaat maken. Staar. Hij beschrijft zichzelf als het oudste en meest gewaardeerde lid van de golfclub Zeewolde (vandaar die pet, vandaar die broek) en kijk, als hij hier nou woonde, dan kon hij er op de fiets heen.

De meeste ouderen vestigen zich in Zeewolde omdat ze er kinderen hebben wonen. Ze zeggen stuk voor stuk dat ze het enorm naar hun zin hebben. De ruimte, de rust, de frisse adem van het nieuwe land. Of, in de woorden van een voormalige Hagenaar: ''Je ziet hier totaal geen verpaupering.''

Op de terugweg kom ik langs de begraafplaats, waarvan het bestaan me dus al bekend was. Toch nieuwsgierig zet ik de auto weg. Het hek blijkt open. Konijnen, groenling, fitis, zanglijster.

Er is gras er er zijn heggen en in een hoekje liggen de eerste graven. Stenen. Namen. Jaartallen. Geboorte en dood en het leven daartussen.

Ook hier een zee van ruimte.