Het gat van Den Haag

IN EEN DEMOCRATIE is een plus een niet altijd twee. Soms spreken de spelers in holitieke spel - partijen, bureaucratieen en parlementen - af dat het drie is of vier, al naar gelang. Bij dit type afspraken doet zich natuurlijk wel de complicatie voor dat het zo niet op tafel valt te leggen, want geetaleerd zelfbedrog ondermijnt geloofwaardigheid en gezag. Dus komen er rookgordijnen, boekhoudkundige opschoontrucs en voetnoten, die iedereen het gewenste alibi verschaffen om de andere kant uit te kijken: een plus een blijft op papier twee, maar belangstellenden weten wter.

Het gebeurt op elk niveau. Een vertrouwd circusnummer is elk jaar de rente-prognose van het ministerie van financien. Maar het gebeurt hier en daar veel flagranter, niet alleen bij wijze van opgeschoonde prognoses - wie kan er immers de toekomst voorspellen - maar botweg als verdoezeling van harde incasso-feiten. Zo konden de inwoners van de gemeente Den Haag onlangs uit de krant vernemen dat zn de ene op de andere dag ieder 5.000 gulden schuld per hoofd van de bevolking erbij hadden gekregen. Een lastige, hardnekkige nieuwkomer in de bureaucratische stadsmoloch heeft namelijk de boeken eens doorgespit en is tot de onontkoombare conclusie gekomen dat de stad eigenlijk failliet is. Binnenkort komt Den Haag onder curatele. Naar het desbetreffende artikel van de financiele verhoudingswet wordt het dan een “artikel-12-gemeente”, ooit trouwens onderwerp van het proefschrift van de regerende burgemeester. Diens onderzoek maakte wel duidelijk dat er vele varianten binnen kel 12 zijn, varierend van gewoon pech tot een uitgekiende tactiek om de opgelopen schulden af te wentelen.

DE NORMATIEF kleurloze variant lijkt in het geval van Den Haag niet erg in aanmerking te komen. Navraag bij politici in de stad door deze krant was onthullend: zeker de direct-betrokken wethouders hadden altijd al wel een vermoeden dat er iets niet kon kloppen, maar aangezien men niet gekozen was om streng te zijn maar om leuke dingen te had men samen met de meeste leden van de gemeenteraad vele jaren de andere kant opgekeken. Een bevlogen vernieuwer met architectonische aspiraties, de vroegere PvdA-wethouder Duivesteijn, wuifde vragen van deze krant naar zijn boekhoudkundige zorgvuldigheid destijds weg met “dat geleuter”.

Wat valt er te doen wanneer onder democratische legitimatie jarenlang een verkeerde rekensom wordt gemaakt? Er zijn wel politici die vinden dat een parlementaire democratie eigenlijk te hachelijk is en een stootkussen van koepel intermediaire organen behoeft om te vermijden dat een meerderheid een greep naar de kassa doet. Wij vinden eigenlijk van niet. De overheid heeft niet alleen een populaire verantwoordelijkheid maar ook een plicht tot comptabiliteit en betrouwbaarheid.

Er bestaan ook wel voorzieningen om de gemeente daaraan te herinneren. Iedere gemeentelijke begroting moet worden voorgelegd aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie. Maar deze controle laboreert onder het probleem dat olitiek-inhoudelijke toetsing al gauw in strijd komt met het zelfbeschikkingsrecht van het gekozen plaatselijke bestuur. De gemeentelijke jaarrekening wordt formeel zelfs vastgesteld door GS en niet door de gemeente zelf. Toch blijkt ook deze procedure kennelijk geen garantie tegen plaatselijke budgettaire versluierings- en vertragingstactieken.

WANNEER VERSTERKING van de controle van bovenaf - met alle gevaar van politieke bevoogding - niet als eerste in aaing komt, kan men er niet om heen op andere wijze in het gat te voorzien. En een gat is de uitkomst van de Haagse optelsom onmiskenbaar. Het equivalent van een parlementaire enquete op gemeentelijk niveau is daarom zo gek nog niet. Helemaal gaat de vergelijking natuurlijk niet op omdat de dualistische verhouding tussen regering en parlement in de gemeente ontbreekt: juridisch gezien zijn wethouders en raad een pot nat. De raad heeft ook niet de wettelijke bevoegdheid getu onder ede te horen.

Dat verhindert echter niet verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren bij een speciale onderzoekscommissie op het matje te roepen. Al was het alleen als voorbeeld voor een nieuwe generatie politici. Voor hen is dan tenminste de les duidelijk: een plus een is twee, after all.