GROEN REIZEN

Ecotourism. The Potentials and Pitfalls. Volume 1 & 2 door Elizabeth Boo 72 en 165 plus VI blz., gell., World Wildlife Fund 1990, f 29,10 ef 33,-- ISBN 0 942635 14 0 (vol. 1) 0 942635 15 9 (vol. 2) (De boeken worden gemporteerd door reisbureau Amber in Amsterdam, 020-6851155)

De toenemende belangstelling voor het milieu blijkt ook consequenties te hebben voor de keuze van de vakantiebestemming. Steeds meer mensen gaan erop uit om tijdens hun vrije dagen de natuur te bewonderen. Het gaat hierbij niet om het passief genieten van het strand, de zee of de duinen, maar om de 'echte' natuur. En die bevindt zich het liefst ver van huis - veelal in ontwikkelingslanden. Het gaat hier om een actieve vorm van toerisme, waarbij in veel gevallen gidsen de schoonheid van de natuur op min of meer wetenschappelijke wijze becommentarieren.

Exotische natuurreservaten trekken een groeiend aantal toeristen, die met eigen ogen kunnen bewonderen wat voor de minder bedeelden slechts op televisie of in de dierentuin valt waanemen. Verrijkt met kennis over wat er allemaal aan natuurgoed verloren dreigt te gaan als de huidige levenswijze niet verandert, neemt de ecotoerist het vliegtuig weer naar huis terug.

Het bezoeken van natuurparken en reservaten als vrijetijdsbesteding is op zich niet nieuw: de parken van Afrika mogen zich al heel lang in de belangstelling verheugen, zij het voor een beperkte groep mensen. In Latijns Amerika daegen groeit de belangstelling voor eco-toerisme de laatste jaren sterk.

In een door het World Wildlife Fund (WWF) gefinancierde studie rapporteert Elizabeth Boo over haar onderzoek in vijf Latijns-Amerikaanse landen: Belize, Costa Rica, Dominica, Ecuador en Mexico. Hier vormen natuurreizen een geliefd tijdverdrijf voor toeristen. Op verscheidene plaatsen in haar studie wijst Boo op het paradoxale karakter van het eco-reizen. Aan de ene kant zou deze vorm van toerisme van groot belang kunnen zijn voor het voortbestaan van bepaalde rgebieden. ''Ecotoerisme kan een dringend gewenste bron van inkomsten betekenen voor de lokale en regionale economie, het kan ertoe leiden dat de plaatselijk bevolking het belang van het behoud van natuurgebieden beter begrijpt, en het kan regeringen en bewoners in en nabij de natuurgebieden aansporen ze te beschermen,'' aldus het voorwoord van Kathryn S. Fuller, president van het WWF.

Aan de andere kant heeft de komst van toeristen, zeker als hun aantal groot is, voorspelbaar negatgevolgen voor de natuur. Het aantal bezoekers aan de Galapagos-eilanden, behorende bij Ecuador, is bijvoorbeeld gestegen van 7500 in 1975 tot bijna 33.000 in 1987. Het gevolg van deze groeiende belangstelling is dat inmiddels de albatros, die vroeger op een van de eilanden nestelde, er niet meer voorkomt, dat de erosie langs wandelpaden verontrustende vormen heeft aangenomen, en dat zeeleeuwen op Isla Lobos een nerveus en agressief gedrag zijn gaan vertonen. Sommige van hen 'jazelfs op toeristen die te dichtbij komen om foto's te nemen. Ook weggegooid afval vormt een probleem, onder meer voor de zeeschildpadden, die plastic zakken voor kwallen aanzien.

Ondanks deze kritische aantekeningen is Boo opmerkelijk mild in haar oordeel over natuurreizen. Haar algemene conclusie luidt dat het tot nu toe over het algemeen wel meevalt met de aantasting van het ecosysteem in de desbetreffende natuurbeschermingsgebieden. Meer toeristen zijn uit economisch oogpunt wenselijk,at vraagt om een infrastructuur die daarop is toegesneden. De vestiging van kiosken, souvenirswinkels en snackbars wordt door haar dan ook aanbevolen.

Dat belooft niet veel goeds voor de 'ongerepte' natuur, maar volgens Elizabeth Boo is het een kwestie van goed management om schade aan het milieu te voorkomen: ''Ecotoerisme is gebaseerd op de natuur en het zal alleen succesvol zijn als de natuur relatief ontast blijft.''