ECN selecteert drie mogelijke reactoren; Studie naar geschikte nieuwe kerncentrales

ROTTERDAM, 1 JUNI. In opdracht van de Samenwerkende Elektriciteits Producenten (SEP) in Arnhem wordt momenteel onderzoek gedaan naar de typen kerncentrales die in Nederland mogelijk kunnen worden genstalleerd om het aandeel van kernenergie voor elektriciteitsopwekking op te voeren.

Het is voor het eerst sinds de Brede Maatschappelijke Discussie dat zo'n onderzoek wordt gedaan. De studie wordt uitgevoerd door het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten, in samenwerking met de KEMA in Arnhem en spitst zich toe op de veiligheid van centrales die nu door verschillende leveranciers in het buitenland worden aangeboden.

Wanneer eenmaal duidelijk is welke cntrales in principe voor een vergunning in aanmerking komen, kunnen ook economische aspecten worden bestudeerd: een vergelijking van de kosten voor de bouw en bedrijfsvoering van centrales en de kosten per eenheid op te wekken elektriciteit. Na een eerste inventarisatie zijn vier reactortypen uitgevallen. ECN en KEMA concentreren zich nu bij hun onderzoek 'in de diepte' op reactoren die KWU-Siemens, General Electric en Asea Brown Boveri in de aanbieding hebben.

SEP loopt met het onderzoek vooruit op de poliieke besluitvorming over een mogelijke uitbreiding van het kernenergievermogen. Een beslissing daarover is pas op zijn vroegst in 1994 te verwachten. Minister Andriessen (economische zaken) heeft geld beschikbaar gesteld voor het op peil houden van de nucleaire deskundigheid in Nederland en voor een breder onderzoek. Hij beoogt daarmee een pakket informatie voor het volgende kabinet klaar te leggen, dat spoedig na zijn aantreden eventueel aan het parlement kan voorstellen om meer kerncentrales te bouwen. Als het huidige kabinet de rit uitzit, zou dat op zijn vroegst in 1994 kunnen gebeuren. Op basis van de huidige regels zouden de noodzakelijke procedures bij elkaar negen jaar vergen, zodat nieuwe kerncentrales pas in 2004 op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.

Energie- en milieudeskundigen maken zich evenwel zorgen over het stijgend elektriciteitsverbruik en velen van hen menen dat de Nederlandse milieudoelstellingen niet haalbaar zijn zoder meer kernenergie. Ook de prijs voor elektriciteit, en daarmee samenhangend de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven, dat zeer energie-intensief is, speelt bij de afweging een rol. In West-Europa is stroom opgewekt met kernenergie aanzienlijk goedkoper dan het volgende goedkoopste alternatief, kolen.

Om zoveel mogelijk verschillende energiebronnen te benutten voor stroomopwekking streeft minister Andriessen naar meer inzet van kolen.

Maar de modernste kolencentrales vervuilen het milieu veel meer dan de 'schone' kernenergie.