De Eerste de Beste

De eerste indruk was de hevigste. Toen ik de schroom van mijn jongensjaren had overwonnen en via een donker trappetje en een zware deur de tribune van de Eerste Kamer had gevonden, werd ik bevangen door een mengsel van paniek en gene. Het kon niet echt zijn. Als je bewoog kraakte alles. Mer bewoog niets. Daar beneden, waar iets belangrijks van het land te zien zou zijn, heerste absolute rust.

Tot mijn opluchting trad na een minuut of tien een bijzonder kleine man binnen. Hij had kennelijk een eigen plaats, want toen hij behendig op een bankje schoof betwistte niemand hem dat. De dame, die zonder een zweem van demagogie iets over de bevoegdheden van provincies voorlas, gunde hem zelfs een korte, dankbare blik.

De man met de hamer nam geen notitie van het incident, maar schrok later enigszins wakker van een heer in rok die hem opje thee bracht.

Al snel daarna leek hij zijn regelmatige slaap te hebben hervonden. Twee mannen met grijsgrauwe pakken van oudere snit fladderden geruisloos de ruimte uit. Nu had de spreekster nog maar twee toehoorders - aannemende dat de achtergeblevenen met gesloten ogen konden luisteren.

Sinds die eerste visite aan Binnenhof 22 ben ik altijd ontzag blijven koesteren voor dit wonderlijk genootschap dat een staatsrechtelijk belangrijk ritueel als wetg, tegen betrekkelijk geringe kosten zo waardig helpt afwikkelen.

Daarnaast kwam soms ook soort een monumentengevoel bij me op. In 1972 schreven PvdA, D'66 en PPR in hun gemeenschappelijk verkiezingsprogramma Keerpunt '72: “De Eerste Kamer wordt afgeschaft”. Het leek me nooit een realistisch plan. Een sprookje kan niet worden afgeschaft.

Het is ook nooit gebeurd, maar de aanvallen zijn gebleven. Als je opgroeit kom je er achter dat de politiek lang niet altekening houdt met het staatsrecht. Sterker nog: dat het staatsrecht ook maar de neerslag is van het politieke gescharrel van een tijdje terug. En de Eerste Kamer, ingesteld om 'in moeilijke tijden aan driften heilzame palen te stellen' maar vooral als dubieus 'bolwerk om de troon te omringen', heeft zich in de 175 jaar van haar bestaan nooit veilig en vanzelfsprekend kunnen wanen.

Dinsdag kiest de Eerste Kamer een nieuwe voorzitter. Het heeft de PvdA wat moeite gekost een geschikte kandidaat aan te wi. Nu dat tenslotte gelukt is, kan de Kamer met frisse moed aan de slag. Waarmee eigenlijk? Was het vroeger een gezelschap met edelen en vermogenden, tegenwoordig zijn het merendeels betrekkelijk onbekende, nog steeds raar gekozen gewone burgers. Met een verschil: zij maken de Grote Politiek regelmatig uitzinnig boos.

Deze week nog waren er bewindslieden die lieten uitzoeken hoe je volgens de regels van de kunst met je portefeuille zwaait. Aanleiding: de behandeling in de Eersteer van de huurverhoging met 5,5 procent. Om die per 1 juli van kracht te kunnen laten zijn, moest er nu Ja gezegd worden. En het kabinet wilde meer. Het heeft zich, met instemming van de Tweede Kamer, vast voorgenomen de huurverhogingen de komende jaren te koppelen aan gelijktijdige verhogingen van het huurwaardeforfait, het percentage van de waarde dat bezitters van een eigen huis bij hun inkomen moeten optellen voor de inkomstenbelasting.

Niemand heeft een sterkere lJH)ca voor die nieuwe koppeling aangedragen dan de politieke handigheid huurders en eigen huis-bezitters simultaan aan te pakken. De Raad van State heeft zware kritiek op het wetsontwerp huurwaardeforfait, belastingsdeskundigen hebben verdeeld gereageerd en tot overmaat van ramp heeft de Eerste Kamer een dergelijk voorstel anderhalf jaar geleden al afgekeurd. De verhoging van het forfait samen met verlaging van de overdrachtsbelasting bij de verkoop van huizen is toen niet doorgegaan.

Wat de Eerste Kamer toen geen verstandig idee vond, vindt zij nu niet automatisch in meerderheid prach De staatsecretaris van volkshuisvesting kreeg dinsdag dan ook niet het verlangde ja-woord op het forfait-voorstel, dat overigens nog niet aan de orde was. Hij liet daarop al enig hellevuur doorschemeren, maar het probleem blijft: waarom zou de Eerste Kamer verplicht zijn voor twee miljard aan koppelverkoop uit de Tussenbalans voor zoete koek te slikken?

Eerder had de Eerste Kamer het aan tok met de Tweede en de regering rond de brandstofheffing milieu (inzet 300 miljoen gulden), de volksverzekering ziektekosten, 'Schengen' en met het befaamde initiatiefontwerp abortus dat in '76 in de Senaat sneefde. Steeds komt dan de vraag: Wie zijn dat? Waar is die Kamer voor?

De waarschijnlijke nieuwe voorzitter, oud-regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst Tjeenk Willink, heeft in 1988 op deze pagina een stuk geschreven da te lezen valt als een programma waar de Eerste Kamer even mee voortkan. Aanleiding was de korte staking van de Kamer tegen het kabinet, dat rond kerstmis van dat jaar verlangde dat de wet tot invoering van het 'sofi-nummer' in een vloek en een zucht werd afgestempeld.

Afkomstig uit een partij die nooit overtuigd is geweest van het dwingende bestaansrecht van de Eerste Kamer, wees Tjeenk Willink diezelfde Kamer een begaanbare weg. Hij beschreef hoe 'zijn' Kamer tegen wil en dank steeds vaker medeplichtige d te worden aan onzorgvuldige wetgeving. Juist de politieke semi-profs en specialistisch begaafde amateurs uit de Eerste Kamer zouden hun nut kunnen bewijzen door daar een stokje voor te steken.

De Eerste Kamer moet het volgens hem niet hebben van het dunnetjes overdoen van begrotingsbehandelingen, waar de Tweede Kamer lang genoeg op pleegt te kauwen. Zinvoller zou het zijn, met respect voor het politieke primaat van de Tweede Kamer, het accent in de Eerste Kamer te leggen op het bewaken van de gen aan overheidsoptreden, de uitvoerbaarheid van wetsontwerpen, de effecten van beleid en ontwikkelingen op de lange termijn. De Eerste Kamer kan, beter dan de aan het regeerakkoord gebonden Tweede Kamer, kijken wat er terecht komt van “zogenaamde grote operaties”.

Aldus doemt een Eerste Kamer op die, verre van ouderwets, de waan van de wol producerende eerstelijns politici tegen het licht houdt. Niet om de macht te grijpen, maar om al te grote inconseques in het steeds ingewikkelder staatsbestel op te sporen. Weliswaar hebben we al een Raad van State, een Sociaal-Economische Raad, een Stichting van de Arbeid en een kritische pers, maar die kunnen als uiterste middel geen wetsontwerpen tegenhouden.

De nieuw gekozen Eerste Kamer kan misschien een kolenkit van Kounellis voor de deur zetten en zijn oude logo houden om aan te geven dat zij met een eigen oordeel het volk soms heel aardig aanvoelt.