'Creatieve' boekhoudtrucs in vertraagde Voorjaarsnota

DEN HAAG, 1 JUNI. Vlak voor de uiterste datum van 1 juni, en na een dagenlange vertraging, stuurde minister Kok (financien) gistermiddagde Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De oorzaak van die vertraging lag niet in grote politieke meningsverschillen. De inhoud maakt echter wel duidelijk dat het Financien grote moeite heeft gekost het tekort van het Rijk binnen de perken van het regeerakkoord 1989 te houden.

Een citaat ter illustratie. Na een groot aantal specifieke maatregelen wordt in de Voorjaarsnota een “generale ombuging van circa 150 miljoen verwerkt, ter compensatie van een restant problematiek om uit te komen op het financieringstekort van vier en driekwart procent van het nationaal inkomen”. Als je de zaak niet sluitend krijgt voer je dus gewoon een “generale ombuiging” op. Niemand weet wat dat betekent, maar het helpt boekhoudkundig wel.

Nu gaat het hierbij om een relatief klein bedrag. Dat geldt allerminst voor het effect van de versnelde inning van belastingen. Kok stelt - op zich terecht - dat die versnelde inning best door de beugel kan.

Belastingplichtigen overschrijden tot dusver op vrij grote schaal de wettelijke betalingstermijn. Een regering die hieraan paal en perk stelt heeft het gelijk aan haar zijde.

De versnelde inning levert dit jaar 3,2 miljard extra op: 1,6 miljard bij de omzetbelasting, 1,1 miljard bij de loonbelasting en 0,5 miljard bij de vennootschapsbelasting. Als er eerder wordt betaald is er altij een jaar waarin de oude en de nieuwe belastingafdrachten cumuleren.

Maar er zit een adder onder het gras. Volgens Kok heeft de extra-opbrengst een “structureel” karakter. Want, schrijft hij, “de versnelling heeft geen nadelige budgettaire consequenties voor latere jaren, omdat de maatregel ook in latere jaren zal worden toegepast”.

Dat is misschien geen onzin, maar wel misleidend. Volgend jaar valt de extra-opbrengst al veel lager uit (1,7 miljard gulden) en de jaren daarna is het cumulatie-effect waarschijnlijk geheel uitgewerkt. Het financieringstekort over 1991 wordt door deze operatie misschien niet kunstmatig maar wel eenmalig gedrukt, wat in komende jaren niet of veel minder zal lukken.

De Voorjaarsnota bevat meer posten waarbij vraagtekens kunnen worden gezet. Minister Ritzen (onderwijs en wetenschappen) verschuift de betaling van ziektekosten die voor december 1991 was geboekt naar januari 1992. Dat scheelt voor dit begrotingsjaar 202 miljoen gulden.

Hoe bont deze bewindsman het maakt blijkt ook uit nog een andere 'kasschuif'. Recent werd de verkoop door het Rijk aangekondigd van gebouwen in het hoger onderwijs aan de betrokken instellingen. De (eenmalige) opbrengst wordt gebruikt om een schadepost van 480 miljoen gulden te dekken die ontstond toen de overdracht van rentedragende studieleningen aan de banken tot 1992 moest worden uitgesteld. Maar de verkoop van gebouwen vergt natuurlijk tijd. De Voorjaarsnota erkent dat het dit jaar “niet meer mogelijk” zal zijn. Wat nu?

Minister Ritzen, de meest 'creatieve' boekhouder van dit kabinet, weet de oplossing. Realiseer, als de tijd te kort is, een “nader te bepalen kasverschuiving”. Daarmee maak je de boeken weer sluitend, en minister Kok ging akkoord.

Overigens kampt Kok ook met 'kasverschuivingen' die uitmonden in fikse tegenvallers. De grootste is de 950 miljoen gulden van de kinderbijslag. Het voornemen om afdrachten aan het Kinderbijslagfonds “naar voren” te halen werd vorig jaar slechts voor een deel gerealiseerd, met als gevolg dat de kinderbijslag in 1991 volgens de huidige ramingen bijna een miljard gulden meer kost dan in september werd verwacht.

Dat het kabinet de grootste moeite heeft om het financieringstekort binnen de perken te houden blijkt ook uit het feit dat de collectieve lastendruk in een jaar met een vol procent moest worden verhoog De druk van belastingen en premies kwam in 1990 uit op 52,4 procent van het nationale inkomen en zou volgens de miljoenennota van september in 1991 oplopen tot 52,9 procent. Volgens de Voorjaarsnota zit er echter een stijging tot 53,4 procent in, geheel in strijd met de geest van het regeerakkoord. 'Creatieve' boekhoudtrucs om het tekort te bedwingen, een oplopende lastendruk - vroeg of laat zal de rekening moeten worden betaald. Ook door het kabinet.