Componistes hebben soms zelfs geen manlijke pendant

Concerten: Nieuw Ensemble o.l.v. Loes Visser, pianoduo Ellen Korver - Sepp Grotenhuis, Annelie de Malavecimbel) en Radio Symfonie Orkest o.l.v. Jan Stulen. Werken van Gubaidulina, Saariaho, Bacewicz en vele anderen. Gehoord: 29 - 31-5, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Zolang er nog boeken verschijnen, zoals dat van Catherine Lepront over Clara Schumann, zonder daarin haar werk als componiste te behandelen is er nog werk aan de winkel voor instellingen als The International League of Women Composers, Frau und Musik en het Nederlandse Vrouw eziek. Het zevende Congres over vrouwen en muziek biedt tot nog tot en met zondag in Utrecht intrigerende onderwerpen als: 'vrouwelijke esthetiek in muziek' door Eva Rieger of 'de castraatstem belicht vanuit het seksuele differentiedenken' door Joke Dame, omlijst door veertien concerten met zestig composities en een serie concerten gewijd aan componerende vrouwen en kerkmuziek.

Ik weet niet of het een typisch vrouwelijke oplg was, die de Joegoslavische Natasha Bogojevic had gevonden voor haar compositie Formes differents de Sonneries de la Rose et Croix (1986), uitgevoerd op het wat mij betreft meest spirituele concert donderdagavond in Vredenburg, waarbij zij met een effectieve, maar eigenlijk verbluffend eenvoudige preparatie de drie instrumenten (twee piano's en klavecimbel) tot een eenheid wist te smeden. Het rinkelen van de geprepareerde piano vormde een vloeiende overgang vangewone piano naar de tokkelende klank van het klavecimbel.

Bogojevic leidde het gehele werk af uit de beginakkoorden van Satie's Air du Grand Prieur in de vorm van originele karaktervariaties.

Verrassend is, en zeker in de geest van de dadastische Satie, dat zij vanuit een gewijde sfeer in een Allegretto giocoso belandt: hups-jazzy swingend. Sterker nog, een Andante misterioso, quasi magia belandt zelfs in een grotesk overtrokken mars!

Het pianoduo Ellen Korver - Sepp Grotenhuis en klaveciniste Annelie de Man karakteriseerden spits ethe point en subliem vond ik het duo in Onute Narbutaite's Vijoklis (1966). Deze Litouwse componiste streefde juist naar een stilistisch gesloten, zo logisch mogelijke opbouw en beperkte zich voor haar pianoduo uitsluitend tot gromatische figuraties, eerst eenstemmig , geleidelijk verdichtend in parallelle kwinten en andere intervallen, als een soort van conceptuele debussy-etude. Misschien geen belangrijke muziek, maar wel uiterst conseq Op de eerste avond vond ik de gekozen werken over het algemeen te weinig speels en spiritueel, wat zwaar aandoend en soms overheerste temerige lyriek. The Same Day Dawns (1974) van Nicola Lefanu voor sopraan met begeleiding van fluit, klarinet, viool, cello en slagwerk naar orientaalse teksten over liefde en eenzaamheid, zijn zeker sober te noemen. In elk lied wordt de zangstem als het ware even aangetipt, smaakvol maar van werkelijke verwantschap met denese kunst was geen sprake.

Ook de uitvoering was soms mat, zo musiciceerde vrijdagavond het Radio Symfonie Orkest niet op het scherp van de snede. Maar in een vrij lege zaal flatteert de akoestiek ook niet en de ouverture The Wreckers (1904) van Ethel Smyth nodigde nu niet bepaald uit tot subtiel musiceren. Jammer voor de Italiaanse pianiste Laura de Fusco, die scherp profilerend, glashelder en trefzeker het virtuoze Pianoconcert in a op.7 vertolkte, dat Clara Schumann op veertienjarige leeftijd begon en als zevnjarige voltooide, opgedragen aan Louis Spohr. Pas in 1990 verzorgde Janina Klassen een correcte studiepartituur.

De concerten overziend leken mij de bijdragen uit Oost-Europa (Grazyna Bacewicz' Muziek voor trompet slagwerken en strijkers (1958) sprong er op het orkestconcert gemakkelijk uit) het meest overtuigend. Jammer dan ook dat op het eerste concert een nieuw werk van de Russische Galina Oestvolskaja kwam te vervallen, want wat men van haar medogenloos ascetische stijl ook mag vindender mannelijke collega's vindt men geen pendant. Maar in Utrecht lag wel het volledige pianowerk van Oestvolskaja: een bundel met de twaalf preludes en zes sonates, die zelfs in Leningrad nauwelijks is te vinden. Overompelende graniete muziek, Beethoveniaans!