CARAIBEN

The Caribbean. The genesis of a fragmented nationalism. Second edition door Franklin W. Knight 389 blz., Oxford University Press 1990, f 33,70 ISBN 0 19 505441 5

In 1978 publiceerde Franklin W. Knight - een Jamaicaan, maar als zoveel Carabische intellectuelen xpatriate - een beknopte geschiedenis van de Caraben. Het boek, The Caribbean. The genesis of a fragmented nationalism, bleek een uitstekende inleiding tot de regio. Ook in Nederland werd 'Knight' een begrip onder Caribisten in spe. In het genre 'De Caraben van Columbus tot Castro' blonk het uit door een zekere evenwichtigheid in de behandeling van perioden en sub-regio's.

De pre-Columbiaanse tijd kwam aan de orde, de kolonisatie en opdeling in machtsblokken, de eeuwen waarin plantages en onvrije arbeid domineerden, de moderne periode van economische neergang en moeizame staatsvorming. En de Caraben werden hier nu eens niet teruggebracht tot alleen de Britse, de Spaanse, de Franse of de Nederlandse Caraben.

Aantrekkelijk was ook Knights nadruk op de sociale geschiedenis, op de langzame creatie van een unieke 'culture sphere'. In de eerste eeuw na de komst van Columbus stierf de oorspronkelijke anse bevolking nagenoeg uit. Carabische geschiedenis is sindsdien een verhaal van immigranten (Europese kolonisten, Afrikaanse slaven, Aziatische contractarbeiders) en vooral van de moeizame processen waarin hun afstammelingen de nieuwe mengculturen creeerden die, in Knights visie, de regio uniek maakten. In zekere zin was The Caribbean daarom te lezen als tegengif voor de dodelijke observatie van een andere expatriate, de Trinadadian V.S. Naipaul (Tddle passage, 1962): ''The history of the (Caribbean) can never be satisfactorily told. [...] History is built around achievement and creation; and nothing was created in the West Indies.''

De tweede editie van The Caribbean is zo ingrijpend aangepast en uitgebreid, dat ik me afvraag of auteur en uitgever zich niet te kort hebben gedaan door de bestaande titel te handhaven. Het boek is zo'n 140 bladzijden dikker, vooral doordat de behandeling van de twintigste-eeuwse geschiedenis aanzienliuitvoeriger is. Dit heeft het merkwaardige effect dat enerzijds de informatieve waarde van het boek sterk gestegen is, anderzijds de samenhang minder sterk is geworden.

Hati, de Dominicaanse Republiek, Cuba, Puerto Rico en de voormalige British West Indies worden ieder afzonderlijk behandeld. Het moeizame proces van staats- en natievorming wordt nu uitvoeriger uit de doeken gedaan, maar tegelijk verdwijnt Knights 'culture sphere' uit het vizier: het contemporaine Carabische gebied wordverigens niet ten onrechte - neergezet als een verzameling losstaande blokken, die wellicht behalve culturele kenmerken ook een reeks problemen delen, maar die hun oplossingen in heel verschillende richtingen zoeken.

Knights epiloog, de vrome wens dat regionale samenwerking in de toekomst de Carabische mini-staten dichter bijeen zal brengen, volgt dan ook geenszins noodzakelijk uit de voorgaande hoofdstukken.

Dit laatste neemt niet weg dat thans ('ght 2' de beste introductie tot de Caraben is. Nederlandstaligen die het boek lezen, zal het overigens opvallen dat aan de voormalige Nederlandse Caraben bijzonder weinig aandacht wordt besteed, en bovendien enkele malen foutief. Men leze dit als symbolisch voor de geringe belangstelling voor en kennis van deze delen van de regio, zelfs onder vakgenoten uit die veronderstelde ene 'culture sphere' die de Caraben zouden zijn.