Blanke werkgever in Soweto - nee, dat kan niet; Nederlandse kippenboer bijna enige producent in zwart woonoord

SOWETO, 1 JUNI. De Nederlander Wouter Lanz is een van de tien blanke inwoners van Soweto. Hij runt er een kippenboerderij, volgens eigen zeggen de enige in het hele gebied, een commercieel ontwikkelingsproject dat onlangs van stat kon gaan dank zij noodhulp van het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Menig Afrikaner verklaart hem voor gek. De blanke taxichauffeur durft Soweto niet binnen te rijden voordat hij het bordje 'taxi' van zijn dak heeft afgehaald. “Anders maken de zwarten ons af.”

Van de weg af gezien is de kippenboerderij duidelijk herkenbaar, hogerop gelegen tegen de spoorlijn aan. Nhlanhla Live Fowls and Fresh Eggs staat met koeieletters op de wand. Een hobbelig zandpand leidt naar de ingang. Wouter Lanz (35), een nuchtere, blonde Hollander in een blauw overhemd en spijkerbroek, doet het hek open.

De boerderij bestaat uit een langgerekte, golfplaten barak met rijen kippegaashokjes en een kantoor. Het complex ligt naast Orlando East, het spoorwegstation van waaruit de bevoorrechte inwoners van Soweto vanaf half vijf 's ochtends naar Johannesburg afreizen - bevoorrecht, want het overgrote deel van Soweto heeft geen baan.

Lanz stelt de collega's van dcooperatie voor. Elias Nhlanhla, een zachtaardige vijftiger met ruime ervaring in de kippenbranche. Chris Mkhize (33), elektricien, acht jaar werkloos geweest, en Nelson (20), ongeschoold schaapherder, en Patrick Chavani en Justice, slungelige jongens van een jaar of twintig met ten hoogste drie jaar lagere schoolopleiding.

Regelmatig melden zich mannen die graag mee willen doen. Vandaag Nathaniel, een lange vijftiger in een blauwe overall. Lanz legt uit dat de man geen gouden bergen moet verwachn, dat het soms hard aanpoten is en dat hij maanden op zijn inkomen kan wachten, zoals iedereen. De man gaat akkoord en wordt opgenomen alsof hij hier al jaren werkt.

Lanz is zelf geen aandeelhouder. Dat zou in Soweto alleen maar moeilijkheden geven. “Dit is een zwarte aangelegenheid. Werken voor blanken, dat kan hier niet. Dan ben je al gauw een collaborateur en wordt je huis bij de eerste de beste onrust in de fik gestoken.”

Vandaag komt een lading van 500 kippen binnen, bestemd voor de verkoop. De blanke bedrijven die de beestjes brengen, vragen voor het transport door Soweto meestal escorte van de kippenboerderij. Dit keer echter niet. Chauffeur en bijrijder zijn zwart. Lanz heeft de lading tegen een zacht prijsje van een Afrikaner boer op de kop weten te tikken. “Hij viel zowat van zijn stoel toen ik daar met Chris bij hem langs kwam. Chris had als zwarte van die boer nooit krediet kunnen krijgen.”

De boerderij doet alleen nog maar in kooen verkoop van kippen. Het ligt in de bedoeling om ook legkippen in huis te halen voor de eieren en een eigen kippenproduktie, gekoppeld aan een eigen bakkerij. Dat zou de tweede bakkerij in heel Soweto worden, vertelt Mkhize. “Er is hier nauwelijks enige produktie. Hoogstens enkele kleinschalige meubelmakers, wat kaarsenfabriekjes en doodkistenbouwers”, aldus Mkhize. “Het is hier veel meer handel. Shjadeens (kroegjes), winkels en tabaksstations'

Lanz, afgestudeerd op Nijenrode, is een klein jaar geleden naar Zuid-Afrika gekomen, naar vrienden. Hij werkte voor een zwart adviesbureau en kreeg op een gegeven moment de vraag voorgelegd van een kippenhandelaar hoe het komt dat in Zuid-Afrika zo moeilijk kippen zijn te krijgen. “Ik ben toen op zoek gegaan.” Lanz kwam bij Elias Nhlanhla terecht, die ooit een kippenfarm was begonnen, zonder veel succes. Lanz besloot de zaak opnieuw te beginnen, met de kennis van Nhlanhla en de financien van 'iend Howard'. Aanvankelijk zou hij samen met zwarte zakenlieden in zee gaan. Maar die haakten een voor een af.

“Daar was ik al voor gewaarschuwd. Zwarte zakenmensen willen snel winst maken. Iets opbouwen, lange-termijn investeren - dat komt heel weinig voor.” Dank zij een gift van 5000 rand van de Nederlandse ambassade kon de eerste lading kippen worden aangekocht en kon het echte werk beginnen.

Lanz ziet de boerderij als ontwikkelingswerk, ook al is ze bedoeld als een commerciele onder(J)neming. Het begin was wat dat betreft illustratief. Twee jongens waren vanochtend niet op het werk verschenen. “Een Afrikaans probleem”, vertelt Lanz. Als ze om twaalf uur komen opdagen, spreekt Lanz ze bestraffend toe.

Even later breekt er onenigheid uit. Chavani, Justice, Nelson en Patrick willen geld zien, zij hebben al zo lang op hun salaris moeten wachten. De jongens kijken verlangend naar de kippen die net binnen zijn gebracht. Lanz tot de jongens: “Het zijn mijn ippen, het zijn Chris zijn kippen en het zijn jullie kippen. Als we ze nu gaan opeten, sterven we morgen.” Ze leggen zich erbij neer.

De laadbak van de witte truck wordt volgestouwd met kippen en aan de bovenkant afgesloten met gaas. Lanz kruipt achter het stuur, Mkhize ernaast en de jongens op de laadklep. Ze gaan in Snake Park huis-aan-huis kippen verkopen. De weg voert langs een gevreesd pension voor migrantenarbeiders, haard van onrust en bloedige strijd. “Het hoofdkantoor van Inkatha”, zegt Mkhize gekscherend. “De Inkatha's uit het hostel hebben hier in de supermarkt twee weken geleden acht mensen gedood.” Tegenover het pension staan uitgebrande huizen. Nee, aan het hostel leveren ze geen kippen. Mkhize is doodsbang. De eerste stop is een voormalige kroeg die van de politie geen kroeg meer mag zijn. Aan het hek hangt een kartonnen bordje 'Checkens'. De kroegbaas, een brede, kale man, wil hier een eigen zuivelwinkeltje beginnen. Hij krijgt vast achttien kippen Snake Park zelf is een uitgestrekte vlakte, met duizenden houten en golfplaten hutjes, begonnen als een illegale nederzetting, maar inmiddels geaccepteerd door de Zuidafrikaanse overheid. Elk stukje land kost 500 rand. Het hutje moet je zelf bouwen. De kippen die het vervoer niet hebben overleefd, worden langs de kant van de weg van kop en poten ontdaan. De bewoners van Snake Town reageren verbaasd en ongelovig. Een blanke die hier kippen komt verkopen? “Als ik de mouwen van mijn blauwe overhemd nu oprol, denken ze dat ik politie ben.” Lanz wordt bij herhaling aangesproken met 'Boss' en 'Master'.

De volgende stop is 'Chickenfarm', een verloederd squattercamp. De reuk van zweet, koeien en varkens mengt zich met de stank van het vuilnis tussen de krotten. Bij de ingang van de wijk staat een overvalwagen mensen in te laden. “Illegalen uit Mozambique”, vertelt Mkhize. “Die worden opgepakt en ingezet in de'Third Force' (een geheimzinnige, rechtse macht die volgens het ANC bloedige onrust stookt in zwarte woonoorden, maar die volgens de regering niet bestaat).

Met een mengeling van nieuwsgierigheid en vijandschap wordt de blanke met de witte truck in Chickenfarm ontvangen. Hij staat binnen tien minuten weer buiten. Lanz moet zich eerst aan de dorpsoudsten voorstellen en uitleggen wat hij wil. “De mensen leven hier in de allerbelabberdste omstandigheden”, vertelt Mkhize. “Ze worden bovendien geterroriseerd doorde Inkatha's uit de hostels en getreiterd door de politie. Daar komt bij dat de luchtmacht vandaag parachute-springoefeningen houdt in Soweto, alsof ze zich voorbereiden op burgeroorlog. Dat maakt de mensen hier doodsbang. En als er dan ook nog eens een blanke in een witte truck komt binnenrijden, worden ze wild.”