Antonin Liehm, internationaal hoofdredacteur; De grote culturen staan zichzelf een verbazingwekkend provincialisme toe

De Tsjech Antonin Liehm maakt sinds 1984 het Franse 'Lettre Internationale', een tijdschrift waarin de intellectuele elites van West- en Oost-Europa worden samengebracht. Het blad was een succes - inmiddels zijn er in zes andere landen edities van verschenen. In welke traditie werkt Liehm? En hoe waardeert hij nu de bevrijde Oosteuropese schrijvers? 'Mensen die niet bang waren toen ze er reden voor hadden, zijn angstig nu ze vrij zijn.'

'Ik ben helemaal niet bescheiden! Je kunt niet bescheiden zijn als je zo'n krant maakt.'' Antonin Liehm zegt het bijna geergerd, na mijn vraag of hij, die de beste schrijvers van de wereld in zijn blad Lettre Internationale verzameld heeft, zelf geen zin heeft om mooie essays te publiceren. ''Nee. Mijn handtekening is het blad. Maar ik schrijf nog wel; ik heb een column in Literarny Noviny. Ik ben in mijn leven door zoveel talen heengegaan; de enige taal waarin ik echt met plezier schrijf is het Tsjechisch.''

Hans Magnus Enzensberger, Nadine Gordimer, Carlos Fuentes, Vaclav Havel en vele anderen horen tot de geregelde medewerkers van Lettre Internationale. ''Mij wordt wel eens verweten dat ik op beroemdheden jaag en alleen bekende namen publiceer. Ten eerste is dat niet geheel juist, want ik publiceer ook onbekende schrijvers, en ten tweede: waarom zijn deze mensen zo beroemd? Omdat ze goed schrijven. Er zijn maar weinig perfecte teksten in de wereld. Veelbelovende teksten, ja die zijn er genoeg. Maar die wil ik niet.''

HORIZONTALE GEEST

In de herfst van 1984 heb ik Antonin Liehm leren kennen; het was in Barcelona tijdens een internationaal congres over 'De toekomst van de moderne tijd'. Ik zag een oudere man met een stapel prachtigetijdschriften rondlopen; hij deelde ze uit aan wie er belangstelling voor toonde. Antonin Liehm bleek een energieke, opgewekte Tsjech te zijn die na een lange ballingschap in de Verenigde Staten in Parijs woonde. Hij hield van lekker eten en vertelde smakelijke anecdotes. Hij was tijdens de Praagse Lente van 1968 de drijvende kracht geweest van Literarny Noviny, het Tsjechische weekblad dat de hervormingen op de voet volgde en stimuleerde, en hij had zojuist het eerste nummer van Lettrenternationale gemaakt.

In het eerste nummer van Lettre Internationale stonden twee schrijvers centraal die de destructieve en totalitaire krachten van het twintigste-eeuwse Europa hadden onderkend: Franz Kafka en George Orwell. Het was halverwege de jaren tachtig, en de snelle ineenstorting van de communistische regimes in Midden- en Oost-Europa aan het eind van het decennium was op dat moment nog onvoorstelbaar.

De invloedrijke schrijve en filosofen uit West- en Oost-Europa kenden elkaar niet eens, en daar wilde Antonin Liehm wat aan doen. Hij bracht ze allemaal samen in Lettre: Westeuropese en Amerikaanse schrijvers als Umberto Eco, Harry Mulisch en Philip Roth; auteurs die Oost-Europa ontvlucht waren zoals Milan Kundera en Joseph Brodsky, maar ook Oosteuropeanen die in hun land waren gebleven, zoals Gyorgy Konrad en Tadeus Konwicki. In zijn eerste commentaar schreef Liehm: ''De grote culturen staan zichzelf het comfort van een verbazingweend provincialisme toe. Wij willen het provincialisme van de grote culturen uitdagen. De kleine landen, de qua oppervlakte en taal beperkte culturen kunnen het zich niet veroorloven zich af te sluiten en aan zichzelf genoeg te hebben. Zij zijn gedwongen zich open te stellen voor de wereld.''

Antonin Liehm had toen hij met Lettre begon een klein, morsig kantoortje in Parijs. Nu, bijna dertig nummers later, wordt Lettre Internationale behalve in het Frans (oplage 15.000 ook uitgegeven in het Italiaans (6.000), Spaans (7.000), Duits (16.000), Servokroatisch en Tsjechisch. Een Skandinavische en een Russische uitgave staan op stapel. Eind mei is de Hongaarse versie verschenen.

In zijn nog steeds rommelige, overladen kantoor in Parijs, dat nu uit drie vertrekken bestaat en waar telefoontjes in vele talen binnenkomen, zoekt hij naar een plek waar we een paar uur ongestoord kunnen praten. Onhandig bewegend probeert hij in de nauw gang koffie te zetten op een oud koffiezetapparaat. 66 jaar is hij, en alles aan hem is in beweging: zijn goedlachse gezicht, zijn corpulente lichaam en zijn geest. Wat drijft hem?

Zijn jeugdervaringen, zegt hij. En zijn 'horizontale geest'. ''Je hebt twee soorten mensen: de verticalen en de horizontalen. De verticalen graven hun hele leven in hetzelfde gat; dat doen ze heel goed, en ze worden experts op hun gebied. De horizontalen, zoals ik, graven allerlei gaten, wel niet zo diep, maar ze zien dverbindingen tussen die gaten, de context.

''Ik hou van telefoons die rinkelen, mensen om me heen, dingen die gebeuren. Ik ben een journalist in hart en nieren. Een tijdschrift maken is als een schilderij maken, een collage. Als ik mezelf horizontaal noem, dan bedoel ik dat ik dingen met elkaar associeer. Ik zie hoe ik een essay met een gedicht kan combineren, hoe een toneeltekst naast een column moet staan, h een verhaal over Nederland naast een stuk over Tsjechoslowakije past.''

DE PARTIJ

Antonin Liehm is in 1924 in Praag geboren in een links-liberaal gezin.

Zijn vader was advocaat en zorgde ervoor, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, dat zijn zoon in een Franse boekhandel in Praag kwam te werken waar hij zowel veilig was als Frans leerde.

In 1942 sloot hij zich aan bij het verzet tegen de Duitsers, in 1944 bij de communistische partij waarmee hij steeds een moeizame relatie zou onderhouden. Zijn politieke betrokkenheid en nieugierigheid heeft hij nooit verloren. ''Ik geloof nog steeds in veel van de dingen waarin ik geloofde toen ik jong was. Maar ik ben voorzichtiger geworden. En ik zal nooit meer van mijn leven mensen vertellen hoe ze gelukkig kunnen worden.''

Na de oorlog werd hij hoofdredacteur van een cultureel-politiek weekblad, Kulturni politika. ''Op m'n 21ste leidde ik een weekblad met een oplage van 40.000. 's Nachts studeerde ik politieke wetenschappen.

Vier jaar later werd de krant door de reering vanwege zijn nonconformisme gesloten; ik kreeg een reprimande van de partij en stond op straat. Toen moest ik in dienst. Ik was vijfentwintig, getrouwd, had twee kinderen en een derde op komst en kreeg veertig kronen zakgeld per maand. Dat viel niet mee. Ik overleefde het door naar de legeruitgeverij te stappen. Ik vroeg hen: 'Kan ik voor jullie vertalen? Ik heb geld nodig.' De officier vroeg wat ik kon. Duits, Frans, Engels. 'Spreek je ook Russisch?' 'Ja, natuurlij.' Ik kreeg de baan, en met een woordenboek en een grammatica vertaalde ik Russische brochures. Die bestonden uit twintig citaten van Stalin en drie regels over wat anders. Zo leerde ik Russisch, waar ik later, tijdens mijn ballingschap in de Verenigde Staten veel aan had, want daar ging ik veel met Russen om.''

Spelen met de censuur De jaren zestig waren de belangrijkste jaren van zijn leven. In 1961 werd hij medewerker, en later redacteur van het culturele weekblad iterarny Noviny, het orgaan van de Tsjechische schrijversbond waar de partij geen directe greep op had. ''Met een stel vrienden begonnen we de stalinistische fabriek te ontmantelen. Het was niet makkelijk, we werden voortdurend ontslagen, maar dan kwam de een in de plaats van de ander en we gingen gewoon door. Wij wilden met het blad de kloof overbruggen die ontstaan was tussen de Tsjechische intellectuelen en de Europese cultuur. Die kloof dateert niet van 198, maar van 1938, het verdrag van Munchen.''

Literarny Noviny speelde een cruciale rol in het Tsjechoslowaakse liberaliseringsproces van de jaren zestig. Het bracht discussies op gang en werd door een breed publiek gelezen. De oplage steeg tot 300.000. ''We leerden met de censuur te spelen; we maakten zeven jaar lang twee edities: een voor de censuur en een voor publikatie. We wisten dat de censoren in tijdnood zaten; ze moesten wel vervangingen in de definitieve uitgave accepteren die ze in de erste editie niet geduld zouden hebben omdat het blad anders te laat zou verschijnen, wat onrust op straat zou veroorzaken. Het was een uitputtend, vermakelijk spel. We maakten een prima krant: de voorloper van Lettre Internationale. Wij beseften dat als we iets voor de Tsjechische cultuur wilden doen, we de Europese context, waaruit ons land in 1938 gesoleerd was geraakt, moesten herstellen. De krant ging over heel Euopa. Als het blad in het Duits of Engels was verschenen, zou het als een van de beste kranten van Europa zijn beschouwd.''

Toen kwam de Russische inval, op 21 augustus 1968. Literarny Noviny hield op te bestaan - tot het na ruim twintig jaar weer herrees - en Liehm vertrok, zodra de gelegenheid zich voordeed, met zijn familie naar het buitenland.

''Wij hadden alles gedaan om onze communistische jeugdzonden goed te maken; we hadden geprobeerd om het land weer op de rails te zetten en het was gelukt. Uit het feit dat de partij e het leger de Russen te hulp moesten roepen, blijkt dat wij gewonnen hadden. Ik wist dat ik in de gevangenis terecht zou komen als ik bleef. Tijdens een reis als filmagent bleef ik met mijn tweede vrouw en onze kinderen in Parijs; we hadden maar twee koffers bij ons omdat we dachten dat het voor korte tijd zou zijn. We stuurden zelfs de zoon uit het eerste huwelijk van mijn vrouw naar Tsjechoslowakije terug om zijn school af te maken.

Hij werd een maand later, in een vuurgevecht, gedood. ''Later, in de jaren tactig, ontmoette ik in buurlanden van Tsjechoslowakije oude vrienden. Ze zeiden tegen mij: 'Weet je, mijn leven is na 1968 opgehouden.' Ik wilde dat niet.''

KALTE FUSSE

Antonin Liehm werkte een tijdlang als filmhistoricus in Parijs. Toen zijn baan niet werd verlengd omdat Oosteuropese dissidenten in die tijd niet welkom waren aan de Franse universiteiten, kreeg hij een baan aangeboden als docent filmgeschiedenis en Oosteuropese literatuur in de Verenigde Staten. Hij blee er dertien jaar. Schreef boeken over cultuur en film, zoals The politics of culture; The Milosz Forman Story en The Most Important Art: Soviet and East European Film after 1945 en bleef er al die tijd aan denken hoe hij in Europa een Europees cultureel tijdschrift van de grond zou kunnen krijgen. ''Wat wij in Tsjecho-Slowakije hadden gedaan, dat ontbrak volstrekt in West-Europa!

In West-Europa waren geen bladen die allerlei talen, landen en culturen met elkaar n contact brachten.''

Bijna lukte het. Samen met Heinrich Boll en Gunter Grass begon hij in de jaren zeventig een Oost-West-tijdschrift, dat 'L' zou heten, als een hommage aan Literarny Noviny. Er werd een indrukwekkende redactieraad samengesteld, met Octavio Paz en Arthur Miller. Het eerste nummer werd voorbereid en Liehm vloog terug naar New York om weer les te geven. Daar ontving hij een brief dat de zaak niet doorging. ''Grass had opeens kalte Fusse gekregen; hij schrok teru voor het internationale karakter van het tijdschrift; het moest een puur Duits blad worden, meende hij. Hij handhaafde de naam, maar het was geen interessant blad en het ging al gauw ter ziele. Ze stuurden me honderd dollar voor de moeite.''

Liehm en zijn vrouw Mira doceerden op verschillende Amerikaanse universiteiten, vertaalden Aragon en Sartre in het Tsjechisch, hadden veel Amerikaanse kennissen maar geen vrienden en verlangden terug naar Europa. ''Als je lesgeeft in literatuur en film ga je ervan uit dat jij hetzelfde referentiesysteem hebt als je studenten. Wat is het referentiesysteem in Europa? Sprookjes. 'Wat zijn sprookjes?' vragen Amerikaanse studenten. Zij kennen geen sprookjes, omdat grootmoeders die verhalen vertellen niet bestaan in Amerika. Sprookjes zijn vervangen door strips en tv-films. Ik realiseerde me steeds scherper dat de Amerikaanse cultuur heel anders dan de Europese is. Amerikanen zijn net zo vreemd als Japanners of Chinezen. Zodra je dat in de gaten hebt, is het prima.

''Europeanen, met hun tweeduizend jaar geschiedenis vol oorlogen en nederlagen, zijn gevaccineerd tegen naiveteit. Amerikanen, met hun tweehonderdjarige geschiedenis, hebben een heel andere mentaliteit.

Amerika is een succesverhaal.''Geen futurologie In 1983 kreeg Liehm een docentschap in Parijs. Samen met zijn vriend Paul Noirot, die hij nog kende uit de tijd dat ze allebei jonge communisten waren, en die later de baden Politique Hebdo en Politique Aujourd'hui had opgericht, bracht hij, uit allerlei bronnen, zoals de Franse overheid, de Europese Commissie en de stichting Praemium Erasmianum, zoveel geld bij elkaar dat zijn droom: Lettre Internationale, in 1984 werkelijkheid werd. Noirot zorgde ervoor dat de Franse vertalingen onberispelijk waren, en al gauw wist Liehm in het cultureel verwende Parijs metzijn internationale tijdschrift de aandacht te trekken.

Liehm had geen redactieraad, maar wel heel veel schrijvers om zich heen, die hem graag mochten en hem hun stukken toestuurden. ''Mijn leeftijd heeft veel bezwaren, maar een voordeel ervan is dat je al wat langer op de wereld rondloopt en veel mensen kent. Het is als een sneeuwbal, zo gauw hij gaat rollen wordt hij steeds groter.'' In de herfst van 1984 liep ik met hem door Barcelona. Ik vroeg hem naar Danilo Kis en Gyorgy Konrad, met wie hij bevriend was, en hij trok een klein, beduimeld adresboekje uit zijn zak, gaf me hun adressen en vroeg me vervolgens uitgebreid naar de Nederlandse literatuur, die hij niet kende. Wie waren onze beste schrijvers? Schreven ze essays die in zijn blad zouden passen? Zo kwamen Harry Mulisch en Hella Haasse in Lettre terecht.

Twee onderwerpen zijn taboe in Lettre Internationale: ideologie en futurologie. ''Het is gemakkelijker om je de wereld voor te stellen hoe hij moet of zal zijn, dan hoe hij is. Wij allen hebben een ideologisch tijdperk, met zijn alse bewustzijn, achter de rug. Het gaat mij erom te beschrijven wat er nu gebeurt, hoe wij nu leven. Dat gaat soms het beste door stukken, die elkaar tegenspreken, naast elkaar te plaatsen.''

Er is geen Engelse uitgave van Lettre. Liehm vindt dat de Angelsaksische landen al genoeg uitstekende, kritische tijdschriften hebben. The New York Review of Books en The Times Literary Supplement waren inspiratiebronnen voor hem. ''Maar The New York Review of Books heeft een oplage van slechts 140.000, heel weinig voor zo'n taalgebied! En een groot deel daarvan wordt in Europa verspreid.

Amerikaanse intellectuelen zijn heel anders dan Europeanen. Ik kan geen krant maken voor mensen die ik niet aanvoel. Er is ook een semantische reden waarom we geen Engelse Lettre maken. Als je Franse teksten in het Engels vertaalt, blijft er niets van over. Je moet ze herschrijven. Sartre in het Engels is onzin.''

UIT DE MODE

''Lettre is een krant die ingaat tegen alles wat in de mode is, wat postmodern is. Ik vrees dat het eerder een uiting is van iets dat afloopt, dan van iets dat begint. Lettre wordt gemaakt voor mensen die lezen. Ik heb niets tegen de visuele cultuur, integendeel. De geschreven cultuur bestaat nog maar een paar eeuwen, het is geen catastrofe als mensen niet langer willen lezen en naar de televisie willen kijken. Wat me wel bezorgd maakt is de kwaliteit van die beelden.

''De Verlichting is een Europees verschijnsel; China, Japan en Afrika hebben het niet gehad. De Verlichting betekende het einde van de feodale wereld, de kennis kwam uit de kloosters naar de steden die belangrijker werden, Europa werd het centrum van de wereld. Dat alles loopt nu op zijn eind. Umberto Eco zegt dat we hier Eurafrika zullen krijgen, omdat de migrantenstromen niet te stoppen zijn. Europa zal veranderen. Ik hou van Europa, van zijn waarden, van zijn geschiedenis, hoe ongelukkig die ook is geweest. Het nieuwe Europa zal ik niet meemaken. Ik zeg het niet vanuit het plezier van een oude man die ziet dat de wereld, waarin hij geleefd heeft, met hem sterft.''

Nationalisme Toen Liehm in 1984 met Lettre begon, wilde hij vooral de intellectuele muur tussen Oost en West slechten: hij bracht al zijn vrienden, de dissidenten en ballingen uit Oost-Europa en de schrijvers van West-Europa en andere continenten in zijn tijdschrift bij elkaar. De utopie van een ongedeeld Europa werd vijf jaar later werkelijkheid.

Maar had Lettre toen nog wel bestaansgrond? Immers, alle kranten in Europa keken nu oostwaarts en schonken aandacht aan de Midden- en Oosteuropese schrijvers en denkers, die eerst vrijwel alleen in Lettre hadden gepubliceerd.

''Iedereen in Europa wilde dat de koude oorlog voorbij zou zijn en dat stalinisme en communisme zouden instorten. Nu dat het geval is, is het resultaat absoluut niet wat mensen ervan verwacht hebben. Waar ik een beetje trots op ben is date met Lettre proberen tegen de gevaarlijke nationalistische tendenzen, die nu overal de kop opsteken, in te gaan.

In de Joegoslavische editie van Lettre zitten Servische, Kroatische en Sloveense schrijvers in de redactie. De Tsjechische editie wordt deels in het Tsjechisch, deels in het Slowaaks geschreven. Wij erkennen ieders etnische en regionale identiteit, maar vinden dat iedereen netjes onder hetzelfde dak kan wonen. Vral in de voormalige communistische landen is de uitbarsting van nationalisme gevaarlijk.

Het communisme bleek de beste manier te zijn om het verleden te bewaren. Ze begroeven het onder een laag beton. Nu die wordt weggehaald, vind je exact de situatie van vijftig jaar geleden terug, alle onverwerkte nationalistische problemen van indertijd liggen er nog.

''Tijdens de koude oorlog was het in zekere zin gemakkelijker om de politieke situatie te analyseren dan nu. Het zwart-wit-denken heeft plaatsgemaakt voor grijstinten. jk naar de Golfoorlog. Mensen als Wolf Bierman en Hans Magnus Enzensberger in Duitsland, maar ook intellectuelen in andere landen hebben daar meningen over gepubliceerd die ze twintig jaar geleden niet zo zouden hebben opgeschreven. We leven in een onzekere, gecompliceerde tijd.''

BESCHULDIGINGEN

In het Westen is er een sterke tendens naar het midden: het verschil tussen links en rechts verdwijnt, kranten en meningen gaan meer op elkaar lijken. Hoe is dat in Oost-Eupa?

''We leven overal in een tijd van conformisme. Het interessante in Oost-Europa is dat de Poolse en Tsjechische kranten nog steeds hetzelfde zijn. Het enige verschil is, dat niet meer Havel en het kapitalisme, maar nu de communisten de vijanden van het volk zijn.

Iedereen praat elkaar na, net als in het Westen. Waarom? Omdat mensen niet marginaal willen zijn. Maar mensen zijn ook bang voor de toekomst. Allerlei zekerheden zijn verdwenen. In Oost-Europa hoor ik intelltuelen, die eerst met veel moed het totalitaire systeem bestreden, nu gedesillusioneerd kritiek geven op de huidige situatie.

Ik zeg: 'Waarom schrijf je het niet op!' 'Nee', zeggen ze, 'het zou me vreselijk onpopulair maken, het is niet de tijd om deze dingen op te schrijven.' Mensen die niet bang waren toen ze er reden voor hadden, zijn angstig nu ze vrij zijn. Zij kenden het totalitaire systeem en wisten hoe ze zich daarin moesten bewegen. Nu zijn ze alleen in een jungle die ze niet kennen. Ze hebben tijd nodig. En misschien kunnen dezelfde mensen niet dezelfde kritische rol twee keer spelen.''

''In Tsjechoslowakije volstaan intellectuelen momenteel met het kritiseren van het verleden. Dat is gemakkelijk. Een nieuw doelwit vormt de generatie waartoe ik behoor, de mensen van 1968. Wij worden ervan beschuldigd dat we indertijd het communisme wilden redden, wat niet waar is. 'Maar jullie zetten je niet duidelijk af tegen het oude systeem', is het verwijt, )kijk maar naar jullie eigen woorden.' Ik probeer jongeren in Tsjechoslowakije ervan te doordringen dat elke verandering in een systeem de taal gebruikt van het oude systeem.

Luther sprak in de taal van de roomse kerk. Ik zeg: 'Als we niet die woorden gebruikt hadden, hadden we niets bereikt.' Maar je kunt van jongeren niet verwachten dat ze dit begrijpen, dat komt later.''