De menselijke totempalen van Louise Bourgeois; Een vrouw met ramen en deuren

Het is verbazend hoe weinig nodig is om een mens te suggereren, en dan ook nog een mens met een bepaald karakter, pedant bijvoorbeeld, zelfgenoegzaam, of verlegen. De nu tachtigjarige beeldhouwster Louise Bourgeois heeft soms alleen maar een rij kurkjes nodig. In het Kroller-Muller museum zijn haar beelden te zien.

Overzichtstentoonstelling van Louise Bourgeois. Rijksmuseum Kroller-Muller, Otterlo. Tot 8 juli. Geopend: dagelijks 10-17 uur.

Louise Bourgeois verhuisde in 1938 op 27-jarige leeftijd van Parijs naar New York. Zij was net getrouwd met de Amerikaanse kunsthistoricus Robert Goldwater. Het duurde jaren eer zij kon aarden in New York. In deze periode maakte zij van zacht, vezelig balsahout een soort totempalen, ijle mensfiguren die zij zwart, wit of rood schilderde. Ze hebben geen voeten of een sokkel maar lopen toe in een punt en houden zich ternauwernood in evenwicht. Later zei Bourgeois over deze beelden: 'Ze staan op een punt uit angst iets aan te raken, bang voor het leven zelf.'

De totempalen vullen nu de eerste zaal van de overzichtoonstelling van Louise Bourgeois in museum Kroller-Muller. Sommige staan alleen, zoals het 'Portret van C.Y.', een lange dunne paal met twee ogen en een bosje scherpe spijkers op de plaats van het schaamhaar, of 'Dagger Child', een zwarte zuil met in het midden een rood dolkje. Andere staan bij elkaar, zoals het groepje 'Quarantania' (1947-1953), dat een gezin verbeeldt: vier palen vormen een gesloten kring rond een k figuur die haar geslachtskenmerken - borsten, baarmoeder - als een soort bagage naast zich heeft hangen. Het zou een zelfportret kunnen zijn, want Bourgeois werd in Amerika, waar zij nog steeds woont, de moeder van drie zonen. Het 'quarantaine-gevoel' komt ook tot uitdrukking in tekeningen uit dezelfde tijd. In de serie 'Femme Maison' zien we een vrouw van wie hoofd en torso bestaan uit een nauw huis met kleine ramen, de armen steken er hulpeloos uit. 'He disappeared into complete silence' is de titel en tekening van een kamer waarin ladders tot aan het plafond reiken zonder dat ze een uitweg bieden uit de benauwde ruimte.

Het bijzondere van de werken van Bourgeois is de directe verbinding met de emoties en de ervaringen waaruit ze zijn ontstaan. Dat geldt voor haar hele oeuvre, tot en met het meest recente werk van de nu tachtigjarige beeldhouwster. Het is alsof zij zomaar, zonder tussenkomst van technische barrieres of van een artistiek concept of van wat voor overwegingen dan ook, haar belevingswereld vormt te geven. Dit is des te opmerkelijker omdat zij zich van uiteenlopende materialen en technieken bedient: hout, gips, marmer, brons, rubber, metaal, kunsthars. Alleen met schilderen hield zij eind jaren veertig op, omdat het realiteitsgehalte van het schilderij haar niet bevredigde. Zij is bovenal genteresseerd in het menselijk lichaam, en 'voor mij is sculptuur het lichaam', zoals een van haar statements luidt in het laatste nummer van het kunsttijdschrift PARKETT dat haar is gewijd.

Op de expositie in Kroller-Muller, die in 1989 een initiatief was van Peter Weiermair, directeur van de Frankfurter Kunstverein en daarna te zien was in Munchen, Barcelona, Lyon en Bern, worden honderd beelden en ruim honderd tekeningen van Bourgeois getoond. De inrichting is van de hand van de assistent van de beeldhouwster, Jerry Gorovoy, die dat voortreffelijk heeft gedaan. Zo staan de totempalen prachtig ritmisch opgesteld in de ruimte en ook de grote tuinzaal, waar het meeecente werk te zien is, varierend van een paar grote installaties tot kleine objecten en tekeningen, is mooi en evenwichtig ingericht.

Surrealisme Bourgeois heeft pas heel laat erkenning gevonden voor haar werk. De echte 'doorbraak' kwam in 1982 met een overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York, toen zij al zeventig jaar was.

Peter Weiermair organiseerde nu de eerste expositie - afgezien van een overzicht van tekeningen van 1939-1988 in Het AmsterdaMuseum Overholland in 1988 - van Bourgeois in Europa. Het gebrek aan erkenning is voor een deel aan haarzelf te wijten. Ze leidt een teruggetrokken bestaan en uit afkeer van het kunstcircus heeft ze zelfs tien jaar lang, tussen 1964 en 1974, niet geexposeerd.

Maar de desinteresse had ook te maken met haar werk. Bourgeois wilde zich niet beperken tot een bepaalde stijl of manier van werken. Ze maakte soms dingen die zuiver abstract zijn, en dan weer beelden die inhun realisme bijna negentiende-eeuws aandoen. Dit ging lijnrecht in tegen de overtuiging van de Modernisten dat de kunstenaar, die op zoek was naar de Ene Ware beeldende taal, zich, nadat hij zijn stijl of motief 'ontdekt' had, bij die stijl diende te houden. Voor de grilligheid van Bourgeois was binnen de kunstideologieen die elkaar in Amerika vanaf de jaren vijftig opvolgden, geen plaats. Overigens hadden ook de surrealisten met wie Bourgeois in de oorlogsjaren contact had - Breton, Masson, Matta en Miro - , met uitzondering van Miro, geen belangstelling voor haar werk getoond.

Vanaf het begin van de jaren vijftig werden de beelden minder rigide. Ook de techniek veranderde: Bourgeois bouwde haar figuren op uit talloze kleine stukjes hout, strookjes, blokjes, driehoekjes, of uit alleen kurken. Hoog opeengestapeld vormen ze elegante zuiltjes en mensen, nog steeds kwetsbaar en balancerend op een punt, maar beweeglijker en vrijer. Soms zit er een kokette draaiing in, zoals in 'Spiral Woman' ')Femme Volage'. De laatste heeft een hoedje op en doet mij, met haar parmantige houding, denken aan een bronzen beeld van Eline Vere in een plantsoen in het Haagse Statenkwartier. Ook een zwangere vrouw ontbreekt niet. Het is verbazend hoe weinig nodig is om een menselijke figuur te suggereren, en dan ook nog een mens met een bepaald karakter, pedant bijvoorbeeld, zelfgenoegzaam, of verlegen.

Soms is zelfs een en rij kurken al voldoende. De beelden, die manshoog zijn, staan zo opgesteld dat je er tussendoor kan lopen. Het is net alsof je bij ze op bezoek bent op een staande receptie.

PEERVORMIG

In een volgende fase, vanaf eind jaren vijfig, stapte Bourgeois over op materialen die zachter waren dan hout, materialen die ze kon kneden en modelleren. Nu ontstonden vreemde groeisels, 'Unconscious Landscapes' met fallus-achtige uitstulpsels, en labyrintische torens die gaandeweg getransformeerd werden in peervormige, holle sculpturen die Bourgeois 'Lair' - dierenhol, leger - noemt. Ze staan op de grond of op een sokkel, maar vaker nog hangen ze aan een haak van het plafond. Er zitten gaten in, deuren waardoor het wezen dat erin huist naar binnen kan gaan en weer kan ontsnappen. Sommige van deze nesten beschouwt Bourgeois als zelfportretten, bijvoorbeeld 'The Quartered One', een beeld dat evenzeer lijkt op een hangend nest als op een deel van een geslacht dier, een poot met een flank. Dit laatste niet toevallig. ssie en rauwheid zijn een belangrijke eigenschap van haar werk. Hier wordt ook duidelijk wat ze bedoelt met de sculptuur als lichaam: het beeld draagt de sporen van de aanraking en van de veranderingen die het bij het ontstaan heeft ondergaan, het is zelfs alsof het nog steeds in wording is en groeit, beweegt. Eigenlijk zijn deze beelden hyperrealistisch, omdat ze zo letterlijk zijn, ze verbeelden niet alleen een huid of een lichaam, ze zijn het.

Bourgeois is naltijd evenwichtig. Het beeld 'The destruction of the father' gaat over een fantasie die zij had als kind waarin zij, samen met haar broertje, haar vader op een tafel legde en met messen ontleedde. Zij beschrijft haar vader als 'onverdraaglijk dominerend'.

'De vernieting van de vader' is een theatraal en al te beladen werk, met kippebout-achtige lichaamsdelen op een tafel, temidden van Bourgeoisiaanse uitstulpingen, en beschenen door rode lampen.

Later heeft zich niet meer tot dergelijke extremiteiten laten verleiden. In de tuinzaal zijn prachtige, humoristische werken te zien, varierend van een paar dunne Pinokkiobenen hangend aan de muur, tot een monumentaal en tegelijkertijd schilderachtig beeld als 'Partiall Recall' (1979), met een serie steeds kleiner wordende ondergaande zonnen; en een trap met de veelzeggende titel 'No Exit', die nergens toe leidt en waarin, in een kastje, twee harten verstopt zijn. Ook staat hier 'Articulated Lair', heootste nest dat Bourgeois tot dusverre heeft gebouwd.

Er is in Amerika geschreven over de Freudiaanse, archetypische en ook feministische betekenissen in het werk van Bourgeois. Daarbij is bijvoorbeeld verwezen naar een verband tussen de vernietiging van de vader en het koningsoffer in matriarchale culturen. Hier is ongetwijfeld veel van waar; en zelf omschreef Bourgeois het vervaardigen van beelden ooit als 'het uitdrijven van boze geesten'.

Maar ze is zelden vervallen in diches die hierbij op de loer liggen. Archetypische thema's als 'vaderhaat' krijgen hier betekenis omdat Bourgeois ze zo persoonlijk en direct heeft verbeeld.